Gewone zeehonden: herrieschoppers

Door: Jessica Schop
Datum 13 april 2017

De gewone zeehond lijkt een heel stil dier: het maakt zelden geluid. Tijdens de paringsperiode is dat tijdelijk anders: dan maken de mannetjes brullende geluiden om hiermee hun territorium af te bakenen, vrouwtjes te lokken, of beide. Deense onderzoekers hebben geluisterd naar de herrieschoppers in het Deense Waddengebied, fjorden in het noorden van Denemarken en in het zuiden van zweden. De zeehonden blijken per locatie verschillende brulgeluiden te produceren.

Voor zeehonden is het slechts eenmaal per jaar paringstijd, een periode net nadat de pasgeboren pups gespeend zijn. Bij de grijze zeehond komen de volwassen mannetjes dan aan land, gaan een territorium afbakenen en zullen op land proberen om zo veel mogelijk vrouwtjes te dekken. Bij de gewone zeehondensoort is dit ritueel minder duidelijk. Gewone zeehonden bobberen voor de paring niet de zandbank op, maar blijven in het water.

Lekgedrag?

Pas enkele decennia weet men dat volwassen mannetjes van de gewone zeehond extreem vocaal kunnen zijn onderwater. Hierbij kunnen ze kreunende, krakende, grommende, maar vooral brullende geluiden produceren. Daarnaast maken deze mannetjes ook geluid door met hun flippers op het wateroppervlak te klappen. Enkele geluiden zijn te beluisteren via deze link. De volwassen mannetjes zijn niet zozeer luid tijdens gemeenschap, maar gebruiken deze geluiden voor het afbakenen van een territorium, het lokken van vrouwtjes, of beide. Dit paringssysteem, met een niet-agressieve competitie tussen de mannetjes, waarbij de vrouwtjes het voor het uitkiezen hebben, wordt de ‘lek’, of het ‘lekgedrag van zeehonden’ genoemd. 

Zeehondendialect

Op drie verschillende locaties zijn de geluiden van gewone zeehonden onderzocht: in het Kalmarsund (Måsklippan) in Zweden (1); de Waddenzee (Juvre Dyb) (2); en in het Limfjord (Blinerøn) (3). Bron: Sabinsky et al 2017

Op drie verschillende locaties zijn de geluiden van gewone zeehonden onderzocht: in het Kalmarsund (Måsklippan) in Zweden (1); de Waddenzee (Juvre Dyb) (2); en in het Limfjord (Blinerøn) (3). Bron: Sabinsky et al 2017

Door het monitoren van de geluiden met behulp van hydrofoons komen onderzoekers steeds meer te weten over de betekenis ervan. Ook kunnen ze bijvoorbeeld vaststellen of er dialecten zijn tussen verschillende subpopulaties en/of geografische afstanden. Deense onderzoekers hebben voor dit doel geluidsopnamen gemaakt van drie verschillende subpopulaties van de gewone zeehond tijdens de paringsperiode. De eerste subpopulatie werd gemonitord in het Juvre Dyb in de Deense Waddenzee nabij het Waddeneiland Rømø, een tweede subpopulatie in het Deense Limfjord, en laatste in het Kalmarsund in het Zweedse deel van de Baltische Zee. De Zweedse subpopulatie leeft al langer dan 8000 jaar geïsoleerd van andere groepen, waardoor deze dieren genetisch meer verschillen dan de twee subpopulaties in Deense wateren.

Geluidsopnames

Een brul van een gewone zeehond in Limfjord (Denemarken), de Deense Waddenzee en in het Kalmarsund (Sweden). In het bovenste gedeelte van elke afbeelding zie je de relatieve amplitude, waarin het achtergrondgeluid (zwarte lijn), de aanloop (groen), start

Een brul van een gewone zeehond in Limfjord (Denemarken), de Deense Waddenzee en in het Kalmarsund (Sweden). In het bovenste gedeelte van elke afbeelding zie je de relatieve amplitude, waarin het achtergrondgeluid (zwarte lijn), de aanloop (groen), start (rood), piek (licht blauw) en het einde (geel) van de brul wordt aangegeven. In het geel groene blok daaronder is te zien in welk frequentie gebied de brul ligt. De brul uit de Waddenzee is dus relatief kort. Bron: Sabinsky et al 2017.

In de verschillende geluidsopnames was te horen dat de mannetjes meer geluiden produceren in de nacht, en op momenten met hoogwater. Tevens was horen dat de subpopulaties verschillen in het geluid dat ze produceren, waarbij de duur en de intensiteit van de brul verschilde. Een brul van een gewone zeehond in het Kalmarsund (Zweden) was het kortste met gemiddeld 4,2 seconde. De zeehonden brul in de Waddenzee duurde gemiddeld 8,1 seconde en in het Limfjord was dat gemiddeld 12,9 seconde. Zeehonden in de Waddenzee brulden gemiddeld wel vaker met 2.6 keer per minuut, terwijl dit gemiddeld in de Limfjord maar 0,6 keer was (gegevens voor Kalmarsund). De hardste brul komt gemiddeld uit de bek van een zeehond uit de Waddenzee, gevolgd door het Kalmarsund en het Limfjord. Desondanks dat de dieren in het Kalmarsund genetisch en geografisch het meeste afwijken van de andere subpopulaties, is dit niet terug te horen in hun brul. Een andere nog niet ontdekte factor, of factoren, zal bepalend zijn voor de structuur van de brul.

Bronnen

Härkönen, T., Harding, K. C., Goodman, S. J., & Johannesson, K. (2005). Colonization history of the Baltic harbor seals: Integrating archaeological, behavioral, and genetic data. Marine Mammal Science, 21(4), 695-716.

Sabinsky, P. F., Larsen, O. N., Wahlberg, M., & Tougaard, J. (2017). Temporal and spatial variation in harbor seal (Phoca vitulina L.) roar calls from southern Scandinavia. The Journal of the Acoustical Society of America, 141(3), 1824-1834.