Microplastics in het waddengebied

Door: Tim van Oijen
Datum: 2 maart 2017

Microplastics worden door wadpieren opgenomen

Dat er nogal wat plastic afval in het waddengebied belandt, is genoegzaam bekend. De Noordzeestranden van de Waddeneilanden liggen soms bezaaid met plastic rommel. Tot op heden blijft de problematiek rond de microplastics onderbelicht. Uit een aantal studies blijkt dat op stranden, duinen, wadplaten en in het zeewater de kleine, voor het bodemleven schadelijke deeltjes, alom tegenwoordig zijn.

De term ‘plastic soep’, die wordt gebruikt om de sterke verontreiniging van water met plastic deeltjes aan te duiden, wordt sterk geassocieerd met oceanische gebieden. Maar ook in kustgebieden als de Waddenzee zijn microplastics een niet te onderschatten probleem. Deze gebieden liggen juist dicht bij de bronnen van de deeltjes, die onder meer via afvalwater worden geloosd en via rivieren, kanalen en havens in zee belanden. Microplastics kunnen ontstaan door het afbreken/afslijten van grotere stukken plastic of worden al als kleine deeltjes geproduceerd, zoals de fijne plastics in bepaalde shampoos.

Bodemdieren nemen gemakkelijk microplastics op. De wadpier verzamelt bijvoorbeeld zijn voedsel door het opeten en weer uitpoepen van grote hoeveelheden sediment. Uit meerdere studies is gebleken dat ze hierbij plastics binnen krijgen en hun gezondheid daardoor achteruit kan gaan. Ze kunnen minder energie opnemen en kunnen negatieve effecten van de opgenomen schadelijke stoffen ondervinden. Wetenschappers schatten dat bij een reëel percentage van zo’n drie gewichtsprocent plastic deeltjes in de wadbodem, de dieren jaarlijks tot wel 130.000 m3 sediment minder omwerken in de internationale Waddenzee.

Schematisch overzicht van het effect van de opname van microplastics door wadpieren. De voedingsactiviteit neemt af (1) en de verblijftijd van het sediment in de maag neemt toe (2). Er ontstaat een grotere kans op ontstekingen (3). De vetreserves en de to

Schematisch overzicht van het effect van de opname van microplastics door wadpieren. De voedingsactiviteit neemt af (1) en de verblijftijd van het sediment in de maag neemt toe (2). Er ontstaat een grotere kans op ontstekingen (3). De vetreserves en de totale energiereserves nemen af (4). Door 1) en 2) neemt de bioturbatie van het sediment door de worm af (5). Bron: Wright et al. 2013

Andere dieren waarin microplastics al zijn aangetoond zijn zeepokken, krabben, garnalen, alikruiken, mosselen, oesters, puitalen, zeevogels en zeehonden. Ook is uit onderzoek gebleken dat in voor menselijke consumptie gekweekte mosselen en oesters microplastics zitten. De gezondheidseffecten daarvan moeten nog nader worden onderzocht. Gezien de mogelijke impact van de microplastics op het ecosysteem en dus zelfs onze gezondheid is het belangrijk om een goed beeld te krijgen van de verspreiding ervan in de internationale Waddenzee maar uitgebreide studies zijn daar nog niet naar geweest. Daarom volgt hieronder een kort overzicht van de onderzoeken die wel gedaan zijn.

Sediment

Bij een kwalitatief onderzoek op het Duitse Waddeneiland Norderney werden microplastics uit sedimentmonsters uit de duinen aan de Noordzeezijde geanalyseerd. Uit de studie blijkt het grote aantal verschillende soorten bestanddelen waaruit de plastics die tussen het zand zitten bestaan. Naast het algemene polyethyleen (PE), polystyreen en polyamide werden ook diverse weekmakers (ftalaten) aangetoond.
Bij de Duitse eilanden Spiekeroog en Kachelotplate zijn microplastics gekwantificeerd langs meerdere transecten over het strand en in twee monsters van een wadplaat. De concentratie deeltjes was het hoogst in de monsters van de wadplaten. Er werden tot 496 deeltjes per 10 gram sediment aangetroffen langs de hoogwaterlijn bij Kachelotplate. De onderzoekers hebben aanwijzingen dat fijn sediment hogere concentraties microplastics bevat dan grovere deeltjes. De microplastics binden zich makkelijk aan fijn slib, wat wadplaten dus extra gevoelig voor microplastics zou maken. Dit zou volgens de wetenschappers mede kunnen verklaren waarom de concentraties er hoger waren dan langs de zandige Belgische kust.

Uit de Nederlandse Waddenzee is maar 1 sedimentmonster gepubliceerd, dat is genomen bij het Dantziggat tussen Ameland en het vasteland. De bemonstering was onderdeel van een breder onderzoek naar microplastics in de Nederlandse kustzone. Hierbij werd alleen het aantal deeltjes gescoord. Van de 15 monsterlocaties was het aantal plastic deeltjes bij het Dantziggat het op een na hoogste: 770 deeltjes per kilo gedroogd sediment. Alleen in Zuidwest-Nederland, waar de grote rivieren in zee uitmonden, werden hogere concentraties gemeten.

Water

In het Duitse estuarium de Jadeboezem is een studie gedaan naar de concentratie microplastics in het water. Er werden tot wel 1770 plastic partikels, 650 vezeltjes en 330 roetdeeltjes per liter aangetroffen. Die roetachtige deeltjes kunnen ontstaan zijn door slijtage van autobanden. Uit onderzoek uit 2015 is gebleken dat microplastics tot wel voor de helft uit bandengruis kunnen bestaan.

Gezamenlijk laten de studies zien dat microplastics veel voorkomen op de stranden, de duinen, de wadplaten en in het zeewater van de Waddenzee. Veel onderzoek zal echter nog nodig zijn om de verspreiding beter in kaart te brengen en om de impact van microplastics op het waddenecosysteem in te kunnen schatten.

Bronnen

Leslie, H.A., S.H. Brandsma, M.J.M. van Velzen en A.D. Vethaak (2017). Microplastics en route: Field measurements in the Dutch river delta and Amsterdam canals, wastewater treatment plants, North Sea sediments and biota. Environmental International, in press.

Liebezeit, G. en F. Dubaish (2012). Microplastics in Beaches of the East Frisian Islands Spiekeroog and Kachelotplate. Bull Environ Contam Toxicol 89, p.213-217.

Dubaish, F. en G. Liebezeit (2013). Suspended microplastics and black carbon particles in the Jade system, southern North Sea. Water Air Soil Pollut 224:1352.

Fries, E., J.H. Dekiff, J. Willmeyer, M.-T. Nuelle, M. Ebert en D. Remy (2013). Identification of polymer types and additives in marine microplastic particles using pyrolysis-GC/MS and scanning electron microscopy. Environmental Science Processes & Impacts 15, 1949.

Wright, S.L., R.C. Thompson en T.S. Galloway (2013). The physical impacts of microplastics on marine organisms: A review. Environmental Pollution 178, p.483-492.

Wright, S.L., D. Rowe, R.C. Thompson en T.S. Galloway (2013). Microplastic ingestion decreases energy reserves in marine worms. Current Biology 23 (23), pR1031-R1033. http://dx.doi.org/10.1016/j.cub.2013.10.068

Van Cauwenberghe, L., M. Claessens, M.B. Vandegehuchte en C.R. Janssen (2015). Microplastics are taken up by mussels (Mytilus edulis) and lugworms (Arenicola marina) living in natural habitats. Environmental Pollution 199, p.10-17.