Verslag workshop koelwateronttrekking 4 november 2010

De vele facetten van duurzame koelwateronttrekking uit de Waddenzee

Op 4 november 2010 kwam in Nieuweschans een heterogeen en internationaal gezelschap van ruim vijftig wetenschappers, beleidsmakers, vergunningverleners en vertegenwoordigers van de industrie en ngo's bijeen om van gedachten te wisselen over de grootschalige onttrekking van koelwater uit de Waddenzee en aangrenzende estuaria. Tijdens deze bijeenkomst, die werd georganiseerd door de Waddenacademie in samenwerking met RWS Waterdienst en ZiltWater Advies, werd duidelijk dat onze kennis over de ecologische effecten van grootschalige koelwateronttrekking uit de Waddenzee estuaria door energiecentrales nog ontoereikend is.

De Eemshaven ontwikkelt zich momenteel tot een omvangrijk energiecluster in de Nederlandse Waddenzee, en vergelijkbare ontwikkelingen doen zich voor bij Wilhelmshaven en in de Duitse estuaria van Weser en Elbe. Als alle bestaande plannen worden gerealiseerd wordt in de toekomst een verdubbeling verwacht van de hoeveelheid opgewekte energie en van het volume koelwater dat wordt onttrokken. Welk effect heeft dit op de Waddenzee?

In de ochtend werden ervaringen verteld vanuit het perspectief van de Nederlandse en Duitse vergunningverleners. De hoeveelheid ingezogen vis bij een centrale wordt weliswaar gemeten, maar het extrapoleren naar een schatting op jaarbasis is niet eenvoudig en de (significante?) effecten op vispopulaties zijn helemaal lastig te bepalen.
De haken en ogen bij het adviseren over koelwateronttrekking en visinzuiging werden 's middags nader toegelicht door een Duitse en een Nederlandse consultant. In Duitsland is de warmtelozing goed afgedekt met beleid en vraagt de inzuiging van organismen de meeste aandacht. Er zijn technieken beschikbaar om de organismen te scheiden van het koelwater, maar per energiecentrale moet gezocht worden naar een combinatie van de best beschikbare technieken, een zgn. best beschikbare benadering.

Het voorschrift dat beproefde technologie moet worden toegepast kan belemmerend werken op innovaties. In de lunchpauze werden twee voorbeelden van innovatieve technieken gepresenteerd.
Bij het kwantificeren van de warmtelozing kunnen hydrodynamische modellen worden toegepast, die aangeven welk gebied onderhevig is aan opwarming. De warmtelozing moet worden gezien in de context van optredende hogere temperaturen door klimaatverandering. De cumulatieve effecten van meerdere energiecentrales die koelwater onttrekken uit hetzelfde watersysteem zijn nog onbekend en voortgezette studie is nodig om de impact op het ecosysteem te kwantificeren.
Aan het einde van de middag presenteerde Electrabel de aanpassingen die zijn gedaan aan de bestaande Eemscentrale om de ingezogen vis terug te voeren naar het oppervlaktewater.

In de plenaire discussie werd de aftrap gegeven door een panel, bestaande uit Peter Henderson (PISCES), Aart Verstegen (RWS-NN) en Manfred Vollmer (Wadden Sea Forum). De dagvoorzitter Peter Herman (Waddenacademie) besloot de discussie met een meer beleidsmatige bespiegeling over nut en noodzaak van surplus energieproductie langs de kust van de Waddenzee, een kwetsbaar gebied met rijke natuurwaarden dat in 2009 door UNESCO werd aangewezen als Werelderfgoed. Ook wees hij op de mogelijkheid om subsidie aan te vragen, bijvoorbeeld bij het Waddenfonds, om kennisleemtes en innovaties ten aanzien van dit onderwerp te onderzoeken.

Naar aanleiding van de uitkomsten van deze workshop heeft de Waddenacademie in januari 2011 een brief aan staatsecretaris Bleker (ministerie van E,L&I) verzonden.