Skip to main content

Opinie: Als we meer willen doen met slib, moeten we weten hoeveel hiervan aanwezig is in het Waddengebied

Slib in het Waddengebied kunnen we in ons voordeel inzetten. Maar hoeveel is er eigenlijk van? Deltares vond het antwoord en stelt: door beperkt af te tappen is in te spelen op de versnelde zeespiegelstijging.

De vaargeul naar Ameland die door dichtslibben steeds moeilijker begaanbaar wordt. Foto: TS

De vaargeul naar Ameland die door dichtslibben steeds moeilijker begaanbaar wordt. Foto: TS

Er is veel slib in de Waddenzee. Iedereen die wel eens door kwelders heeft gelopen zal dat beamen. Er zijn nadelen verbonden aan dit slib: om aanslibbing van vaargeulen en havens te voorkomen moet er regelmatig gebaggerd worden, vooral in de vaargeulen naar Holwerd en Harlingen. Te veel slib in het water belemmert ook het doorzicht, waardoor algen minder goed kunnen groeien. En algen vormen een belangrijke bron van voedsel, en zijn dus belangrijk voor de voedselhuishouding in de Waddenzee.

Daarentegen heeft slib ook nuttige aspecten. Slib kan het bodemleven verrijken, en sinds kort wordt het ook gebruikt om akkerland te bemesten of als bouwstof om dijken te bekleden. Bovendien kan slib een essentiële bijdrage leveren aan het meegroeien van de zeebodem.

Golfenergie

Kwelders behoren namelijk tot de hoogstgelegen gebieden van het Friese en Groningse landschap, en slib heeft hierdoor een belangrijke rol in het dempen van golfenergie. Het lager gelegen binnendijkse land bestaat grotendeels uit slib dat in het verleden door de zee is afgezet. Misschien dat slib daarom ook een mogelijkheid biedt om het land mee te laten groeien met de verwachte zeespiegelstijging.

Als we meer willen doen met slib, moeten we weten hoeveel hiervan aanwezig is. Er lijkt nu veel slib in de Waddenzee te zijn. Maar blijft er genoeg slib over om mee te groeien met zeespiegelstijging als we dit gaan gebruiken om dijken te bekleden en akkers te bemesten?

Slibstroom

Om dit te onderzoeken heeft Deltares in opdracht van de Waddenacademie en het Programma naar een Rijke Waddenzee een studie gedaan naar de slibstroom in en naar de Waddenzee.

Het is al langer bekend dat er een rivier van slib langs de Belgische, Zeeuwse en Hollandse kust stroomt. Dit slib komt uit het Nauw van Calais, en stroomt daarna door het Nederlandse, Duitse en Deense Waddengebied. Maar de hoeveelheid slib, met name in het Waddengebied, was tot op heden niet goed bekend. Door eerdere onderzoeken naar de grootschalige slibstroom op een rijtje te zetten, en uit te rekenen hoeveel slib er bezinkt in de Waddenzee en op land wordt gebracht, hebben onderzoekers van Deltares voor het eerst in beeld gebracht hoeveel slib jaarlijks in de Waddenzee terecht komt: elf tot vijftien miljoen ton per jaar.

Is dat nu veel, elf tot vijftien miljoen ton per jaar? Het is ongeveer evenveel als er jaarlijks wordt gebaggerd en teruggestort in de Nederlandse Waddenzee plus het Eems Estuarium. Het is ook ongeveer evenveel als de hoeveelheid zand die we jaarlijks suppleren langs de Nederlandse kusten. Met al dat slib zouden we de hele Nederlandse Waddenkust van het vasteland, van Noord-Holland tot aan Duitsland, over een breedte van ruim vijf kilometer kunnen laten meegroeien met een zeespiegelstijging van een meter per eeuw.

De buren

Helaas kunnen we niet al het slib gebruiken, we moeten immers ook rekening houden met onze buren. Bijna al het slib dat naar Duitsland en Denemarken stroomt, wordt daar afgezet. Als wij in Nederland grootschalig slib gaan gebruiken om het land op te hogen of dijken aan te leggen, leidt dat ten oosten van Nederland tot tekorten.

Hieruit blijkt dat er helemaal niet zoveel slib is; kennelijk is slib een grondstof waar we zuinig op moeten zijn en dat we eigenlijk moeten koesteren. We moeten het misschien niet allemaal ongebruikt naar Duitsland laten stromen zoals we nu doen. Maar we kunnen het ook niet massaal gaan onttrekken als we ons realiseren dat we het slib nodig hebben om mee te groeien.

Eigenlijk zouden we nu alvast moeten beginnen met het duurzaam aftappen van beperkte hoeveelheden slib, als voorbereiding op een toekomst met snellere zeespiegelstijging.

Bas van Maren en Ana Colina Alonso zijn onderzoeker bij Deltares, Albert Oost werkt bij Staatsbosbeheer. Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie en verscheen op 30 april 2021 in het Friesch Dagblad.

Bekijk ook het overzicht van alle sinds mei 2011 verschenen opinieartikelen.