Skip to main content

Opinie: Waddengebied heeft een grote taalrijkdom

Het Waddengebied is rijk aan natuurwaarden, maar ook voor taalliefhebbers is er veel te beleven. De Waddenacademie en Genootschap Onze Taal zoeken het mooiste Waddenwoord.

De taal van het Waddengebied is net zo dynamisch als het gebied zelf

De taal van het Waddengebied is net zo dynamisch als het gebied zelf

Het Waddengebied is rijk. Rijk aan natuurwaarden, rijk aan cultuurhistorie en rijk aan woorden die deze kenmerken duiden. Het woord ‘wad’ is zo’n beetje het eerste op het latere Nederland betrekking hebbende woord dat werd opgeschreven. De geschiedschrijver Tacitus noteerde bijna 2000 jaar geleden ‘vada’, de voorloper van ‘wad’. Hij doelde daarmee op de ondiepten en de doorwaadbare plekken in wat tegenwoordig het Waddengebied heet.

Bladeren in een atlas of een blik op een zeekaart gunt ons een brede kijk op de taalrijkdom van het Waddengebied. Zo verwijzen veel gebiedsnamen naar landschappelijke kenmerken of menselijk gebruik. ‘Blinkert’ voor in het zonlicht blakende hoge duinen, zoals op Ameland. Een geul als ‘Monnikensloot’ onder Vlieland verwijst naar de monniken van Ludingakerke (bij Harlingen), die in de late middeleeuwen land hadden op Vlieland en Texel.

Planten en dieren

Nederlandse namen van planten en dieren in het Waddengebied geven aanwijzingen over hun oorsprong, gedrag of dieet. De namen Japans bessenwier, Amerikaanse zwaardschede en Japanse oester verraden uit welke gebieden deze exoten afkomstig zijn. De soortnaam van de gestippelde dieseltreinworm relateert aan de wijze waarop dit roofdier zich over het wad voortbeweegt, en die van de aalscholver aan het dieet van deze vogel, dat voornamelijk uit vis (waaronder paling) bestaat.

Geen discussie over de dynamiek van de platen en geulen verloopt zonder het laten vallen van de woorden zandhonger (benodigde import van sediment uit de Noordzee om de zeespiegelstijging te compenseren), baggerbezwaar (aantal kubieke meters dat per jaar wordt gebaggerd om de vaargeulen op diepte te houden) en eilandstaart (het oostelijk buitendijks deel van een Waddeneiland, zoals de Boschplaat van Terschelling). Zo’n eilandstaart kan ook nog eens echt ‘kwispelen’, dat wil zeggen door een afwisselende aangroei en afslag van vorm en ligging veranderen.

Lang niet al deze woorden zijn aan het Waddengebied voorbehouden. Een deel zien we bijvoorbeeld ook in Zeeland terug, waar vergelijkbare gebieden van platen en geulen te vinden zijn. Toch zijn er ook verschillen. Waar onze Zeeuwse zuiderburen bijvoorbeeld over schorren en slikken spreken, noemen wij dit in het Waddengebied kwelders en wadplaten. Een naam als Den Helder betekent kwelder, een aanduiding die als ‘Heller’ vandaag de dag nog in gebruik is in het Duitse Waddengebied.

Helemaal consequent zijn we overigens niet, het uitgestrekte kweldergebied ten oosten van Texel wordt ‘De Schorren’ genoemd.

De taal van het Waddengebied is net zo dynamisch als het gebied zelf, er ontstaan voortdurend nieuwe woorden en uitdrukkingen. Zo maakt de Waddenschilder Geert Busser onderscheid tussen de ‘zandtoerist’ (bezoeker van de Noordzeestranden en een eigentijdse variant van het oudere badgast) en de ‘sliktoerist’ (bezoeker van het wad). De historicus Albert Buursma muntte het zich door de Waddenzee verspreidende afval van de MSC Zoe als ‘cultureel zwerfgoed’.

Verkiezing Waddenwoord

Waddenwoorden vertellen dus letterlijk het verhaal van de specifieke locatie, het landschap en het leven in het Waddengebied. Voor diegenen die de woorden kennen geven ze het gebied een extra betekenis, een blik op verleden, heden en toekomst. Reden genoeg om deze woorden te koesteren. Daarom organiseren het Genootschap Onze Taal en de Waddenacademie dit jaar de verkiezing van het ultieme Waddenwoord, dat wil zeggen een bestaand woord dat het Waddengebied in al zijn verscheidenheid het beste kenmerkt. Meer details over de verkiezing van het Waddenwoord vindt u hier. We kijken uit naar een rijke oogst!

Katja Philippart is directeur van de Waddenacademie, Vibeke Roeper is directeur van Genootschap Onze Taal. Dit artikel is tot stand gekomen op initiatief van de Waddenacademie en verscheen op 1 juni 2021 in het Friesch Dagblad.

Bekijk ook het overzicht van alle sinds mei 2011 verschenen opinieartikelen.