Daling wad is geen kwaliteitsverbetering

In de serie opinieartikelen in het Friesch Dagblad, die op initiatief van de Waddenacademie tot stand komen is een artikel verschenen van Sjoerd Duijns, promovendus bij het Nederland Instituut voor Onderzoek der Zee.

Calidris canutus, Kanoet. Foto: Saxifraga-Luc Hoogenstein.

Ondanks de protesten van Natuurmonumenten, de Waddenvereniging en Vogelbescherming Nederland heeft het kabinet onlangs besloten zoutwinning onder de Waddenzee toe te staan. Met de hand aan kraan, dat wel. Maar waarom wordt niet meteen duidelijk gemaakt hoe dat dan precies in zijn werk zal gaan, en op grond van welke gegevens en welke criteria?

Frisia Zout ontkent niet dat er bodemdaling zal optreden, maar verwacht dat door natuurlijke sedimentatie de daling grotendeels opgeheven zal worden. Daarnaast zullen er zandsuppleties uitgevoerd gaan worden om de daling te compenseren. Is dit plausibel?

Het gebied waar men wil gaan winnen, de Ballastplaat, betreft een wadplaat tussen Griend en Harlingen en is een van de rijkste wadplaten vol met voedsel voor wadvogels. In opdracht van adviesbureau ARCADIS is een inventarisatie uitgevoerd om uit te zoeken hoeveel vogels er zitten. Verbazingwekkend genoeg is uit dit onderzoek gebleken dat er niet bijzonder veel vogels op de Ballastplaat voorkomen.

De ARCADIS-biologen gingen echter voorbij aan alle gepubliceerde kennis, waaruit blijkt dat kanoeten wel degelijk gebruik maken van dit gebied, maar alleen op specifieke momenten. Uit meerjarig wadvogelonderzoek uitgevoerd door het NIOZ is duidelijk geworden dat de Ballastplaat van groot belang is voor trekkende wadvogels, juist op momenten dat ze erg kwetsbaar zijn: tijdens de trek, tijdens de rui en als het winterweer het strengst is. Volgens het ingediende milieueffectrapport (MER), waarin openbaar gepubliceerd, en peer-reviewed ecologisch onderzoek in het Ballastplaatgebied niet is meegenomen, zou de zoutwinning geen aantoonbaar effect hebben op beschermde wadvogels.

De Ballastplaat ligt ter hoogte van Harlingen in het breedste deel van de Waddenzee. Dit zorgt voor een unieke situatie ten aanzien van het tij: tussen de momenten van laagwater te Richel (een zandplaat bij Vlieland) en op de Ballastplaat zit twee uur tijverschil.

Erg koud
Op geen enkele andere plek in de Nederlandse Waddenzee bestaat een dergelijke situatie. Vandaar dat wadvogels zoals de kanoet en andere steltlopers in tijden van nood (als de behoefte hoog is: als het erg koud is en wanneer ze zich voorbereiden op hun lange vlucht naar de broedgebieden in het hoge noorden of naar West-Afrika) dankbaar gebruik maken van deze unieke 'getijverlenging' in de westelijke Waddenzee. Ze kunnen, door met het tij mee te trekken, per dag vier uur extra foerageren. Als het leven wat gemakkelijker is, slaan ze de Ballastplaat over. Dat heeft te maken met het gebrek aan veilige hoogwatervluchtplaatsen in de buurt.

Naast een afname van droogvallende wadplaten door bodemdaling, kan ook een verandering van sedimenttypes grote effecten hebben op de bodemfauna. Slijkgarnaaltjes, een belangrijke voedselbron voor de tienduizenden ruiende bergeenden die vanuit heel Europa naar de Ballastplaat komen, hebben een voorkeur voor fijn sediment.

In de westelijke Waddenzee bevindt dit fijne sediment zich voornamelijk rondom het studiegebied van de Ballastplaat en dit verklaart waarom tienduizenden bergeenden hier massaal komen om de vliegveren te vervangen. De bodemdaling en de daarop volgende suppletie zal het sediment grover maken en de voedselsituatie voor de slijkgarnalen flink veranderen. Dit zal de het voedselaanbod voor bergeenden vast geen goed doen.

Zowel de kanoet als de bergeend zijn in Nederland beschermde soorten. In het kader van de nota van toelichting van Natura 2000 is bepaald dat de populaties van deze soorten in stand gehouden dienen te worden. Voor de kanoet is verder ook aangegeven dat de kwaliteit van het leefgebied verbeterd moet worden.

Klaarblijkelijk heeft het kabinet een andere zienswijze op wat de kwaliteit van een gebied is en wat er verbeterd gaat worden. De Tweede Kamer had de regering gevraagd om bij de geringste twijfel over significante effecten op de natuur geen vergunning te verlenen. Als ecoloog kan ik een afname van leefgebied voor wadvogels niet als kwaliteitsverbetering zien.

Waarom heeft Frisia de vergunning dan toch gekregen?
Frisia heeft Friese overheden gevraagd om mee te werken aan zoutwinning onder de Waddenzee. In ruil daarvoor investeert het bedrijf twee miljoen euro extra in diverse projecten. Wellicht dat deze koehandel het verschil heeft gemaakt? We zullen het niet weten, maar als bezorgd en betrokken wetenschapper ben ik gelukkig dat de natuurbeschermingsorganisaties hebben aangekondigd in beroep te gaan tegen dit besluit dat ons werelderfgoed bedreigt, terwijl het voornamelijk door kortetermijngewin lijkt te zijn ingegeven.

Het artikel Daling wad is geen kwaliteitsverbetering is gepubliceerd in het Friesch Dagblad van 25 september 2014 en ook te vinden op de website van het Friesch Dagblad. Hier kunt u ook reageren op het artikel.

Bekijk ook het overzicht van alle sinds mei 2011 verschenen opinieartikelen.