Groot alarm over visstand in de Waddenzee

In de serie opinieartikelen in het Friesch Dagblad, die op initiatief van de Waddenacademie tot stand komen is een artikel verschenen van Jaap van der Meer, bioloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en tevens als hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam

Visser op het Wad voor de sluizen van Kornwerderzand. Foto: TS

Milieu- en natuurorganisaties hebben groot alarm geslagen over de visstand in de Waddenzee. De visstand moet zich binnen tien jaar herstellen, want anders zou de Werelderfgoedstatus van het gebied wel eens ingetrokken kunnen worden, zo waarschuwen deze clubs. Het liefst zien ze dat grote delen van de Waddenzee gesloten worden voor de visserij.

Een ongeruste Tweede Kamer heeft Sharon Dijksma, de staatssecretaris van Economische zaken, om een reactie gevraagd. Ook de staatssecretaris blijkt bezorgd. Er is haar, schrijft ze aan de Kamer, veel aan gelegen om de visstand in de Waddenzee te herstellen. Onderzoek naar de oorzaken van de achteruitgang is nodig. Maar om geen tijd verloren te laten gaan, is ze al met de garnalenvisserij gaan praten hoe bijvangsten van vis beperkt kunnen worden. Met de schelpdiersector zijn al afspraken gemaakt.

Het gaat inderdaad slecht. In 1959 heeft het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) aan een Texelse fuikenvisser gevraagd om de visstand te gaan monitoren. Toevallig ben ik in dat jaar geboren en ter illustratie de vangst op mijn geboortedag: naast de nodige knorhanen, puitalen, meunen en koornaarvissen werden nog vijftien kilo schar en vier kilo bot gevangen. Niet veel, want dertig tot veertig kilo schar was in die tijd niet ongebruikelijk.

Schamel
Tegenwoordig wordt de platvis niet meer in kilogrammen gemeten, maar in aantallen. Het blijft al jaren bij een paar schamele visjes per dag, als je geluk hebt. Maar wie nu denkt dat het in 1959 koek en ei was met de visstand in de Waddenzee vergist zich. In het in 1941 verschenen boek De visschen van Nederland beschrijft Redeke de teruggang van veel soorten in de Nederlandse estuaria, waaronder, om er maar een paar te noemen, de elft ('in sommige jaren bij millioenen gevangen'), de houting ('tot omstreeks 1910 in ons land nog talrijk') en de stekelrog ('in vroeger jaren werd er in de Waddenzee druk op gevischt, doch schijnt hij de laatste tientallen jaren zeer sterk te zijn afgenomen en is in de Waddenzee nog slechts van geringe beteekenis'). Het zou mij niet verbazen als menig lezer van deze krant nog nooit van deze eens zo algemene soorten gehoord heeft. Zo slecht gaat het dus.

De beheersmaatregelen die zowel de staatssecretaris als de natuurorganisaties voorstellen beperken zich tot de Waddenzee zelf. Dat is niet slim. De Waddenzee is een soort van estuarium, en nu zijn dat soort gebieden zelfs voor de vissoorten die er voorkomen helemaal niet zo leuk. Het is er 's zomers te warm en 's winters te koud, het is er te zoet of te zout. De meeste vissoorten die in estuaria worden waargenomen verblijven daar dan ook maar kortstondig. Ze planten er zich niet voort, maar profiteren van een tijdelijk rijk voedselaanbod of de afwezigheid van roofvissen, wat handig is als je klein en kwetsbaar bent. Om dan als het kan gauw weer weg te wezen.

Weinig permanent
Andere vissoorten gebruiken het estuarium alleen maar als doorgang tussen de paaigebieden op de rivier en de opgroeigebieden op open zee, en andersom. Er zijn maar heel weinig soorten die permanent in de Waddenzee verblijven.

De reden dat het met de visstand van de Waddenzee slecht gaat hoeft dus helemaal niet in de huidige Waddenzee te liggen. We hebben de Zuiderzee afgesloten en de doorgang naar het zoete water geblokkeerd. Mochten sommige vissen toch de Afsluitdijk weten te passeren, dan komen ze uiteindelijk in kanalen terecht in plaats van in natuurlijke rivieren. Wij hebben een intensieve visserij op het binnenwater en op de Noordzee. Wij zijn bezig het klimaat te veranderen, de zeetemperatuur blijft stijgen.

Zou dan een beperking van de bijvangst van de garnalenvisserij of het helemaal wegpesten van de schelpdiervissers uit de Waddenzee zoden aan de dijk zetten voor de visstand van de Waddenzee? Zou het de elft, de houting of de stekelrog helpen? Of misschien de schar of de bot? Ik betwijfel het. Als het de staatssecretaris werkelijk ernst is met de visstand van de Waddenzee zijn veel verder gaande maatregelen nodig dan zij nu voor ogen heeft. Vooral buiten de Waddenzee.

Jaap van der Meer is werkzaam als bioloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en tevens als hoogleraar verbonden aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Het artikel is ook verschenen op de website van het Friesch Dagblad, hier vindt u ook de mogelijkheid om te reageren op het artikel.