Internationaal beheer van het waddengebied noodzakelijk

Wetenschappers uit verschillende landen roepen op om tot een beter internationaal en integraal beheer te komen van het waddengebied. Dit is één van de conclusies van het internationale waddensymposium, dat afgelopen week op Texel werd gehouden.

Op dit moment is er in Nederland een tendens naar een meer regionale aansturing. Dit staat haaks op het integrale ecologische belang van de Waddenzee en maakt een duurzame toekomst van het waddengebied onmogelijk. Wetenschappers uit de verschillende waddenlanden riepen tijdens het waddensymposium op om de Waddenzee sterker als internationale eenheid te beheren.

De grote meerwaarde van het Waddensymposium was dat wetenschappers van verschillende disciplines hun laatste bevindingen hebben uitgewisseld, waardoor het grotere geheel veel duidelijker werd. Zo?n 150 wetenschappers uit Nederland, Duitsland en Denemarken, waaronder ook veel jonge onderzoekers, wisselden informatie uit middels ruim 50 voordrachten en een groot aantal posters, met als thema de ecologie van het waddengebied. Het Waddensymposium werd van 10 tot 14 oktober gehouden op het NIOZ op Texel en georganiseerd door het NIOZ, IMARES Wageningen UR en Deltares. Het symposium werd ondersteund door de Waddenacademie en het project Zee en Kustonderzoek ZKO van NWO.

Naast de oproep om tot een internationaal beheer te komen waren er nog enkele andere opmerkelijke resultaten. Zo werd het belang van de ondiepe delen van het waddengebied onderstreept. Het sediment is als motor van het systeem lange tijd onderbelicht geweest. Het organisch materiaal in het sediment wordt afgebroken en komt vrij als voedingsstof. Door de zeestromingen wordt dit materiaal de Waddenzee in en uit vervoerd en voedt een keten van opbouw en afbraak.

Een andere conclusie is dat de angst dat de Japanse oester de mosselen weg zou concurreren, ongegrond blijkt te zijn. De Japanse oester heeft een eigen niche als rifbouwer in het systeem gekregen, mosselen kunnen zich op deze oesterbanken vestigen. Daardoor kan de Japanse oester zelfs voordelig zijn voor de mosselen.

Nader onderzoek is nodig naar de verkwalling van de Waddenzee door de Walnoot­ribkwal. Deze soort is enkele jaren geleden via ballastwater van schepen in de Waddenzee gekomen. In sommige jaren komt hij massaal in het voorjaar in de Waddenzee voor. De Walnootribkwal eet schelpdierlarven. In lentes dat hij massaal voorkomt, kan dit leiden tot een duidelijke afname van de broedval van schelpdieren, met  consequenties voor de opbrengst van mosselzaadinvanginstallaties.

De Waddenzee wordt op dit moment 24 uur per dag gemonitord met camera's, sensoren en zenders. Zo blijkt nu dat scholeksters 's nachts eten.

De rol van de garnaal in het waddenecosysteem blijkt cruciaal te zijn. Het lijkt een sleutelsoort in het systeem te zijn, maar er is nog onvoldoende onderzoek naar deze rol van de garnaal. Conclusie van dit symposium is dan ook dat de garnaal hoger op de onderzoeksagenda moet komen te staan.

Een volledig overzicht van het programma van het Waddensymposium kunt u vinden op http://projects.nioz.nl/ecologyofthewaddensea.