Natuurorganisaties moeten leren luisteren naar burgers

Door beter te luisteren naar de wensen van omwonenden kunnen natuurorganisaties veel lokale conflicten over natuurbeheer in de kiem smoren. Dat blijkt uit het onderzoek van Arjen Buijs waarop hij op 11 september promoveert aan Wageningen Universiteit.

Alhoewel de meeste Nederlanders natuurbehoud belangrijk vinden, ontstaan toch met enige regelmaat conflicten over de richting van het natuurbeheer. Natuurbeschermers en burgers blijken dan niet altijd dezelfde taal te spreken. Kleine aanpassingen in de beheersdoelen en in de communicatie over deze doelen kunnen grote conflicten vaak voorkomen.

Buijs laat zien dat het niet altijd gemakkelijk is voor beheerders. Zij spreken van nature een andere taal, en kennen andere waarden toe aan natuur dan burgers doen. De waarde van de natuur bestaat voor ecologen vooral uit het behoud van kwetsbare ecosystemen, en zij gebruiken daarbij termen als 'habitats' of 'rode-lijstsoorten'. Deze moeten beschermd of uitgebreid worden en moeten zich autonoom kunnen ontwikkelen. Dat daarvoor soms een stuk bos gekapt moet worden of dat hierdoor individuele dieren of planten in de verdrukking komen, hoort er nu eenmaal bij. Veel burgers kijken hier heel anders tegenaan. Voor hen ligt de waarde van de natuur veel meer bij individuele dieren of planten (vaak bomen). Zij voelen zich verbonden met dat stuk bos waar ze vaak wandelen, met de dieren die in de Oostvaardersplassen verhongeren, of de zeehondjes die zo zielig kijken. Ze vinden het daarom vaak ongewenst dat dieren of planten sterven of moeten lijden voor zoiets abstracts als de bescherming of het herstel van een kwetsbaar ecosysteem.

Arjen Buijs: "Deskundigen gebruiken in mijn ogen te vaak ecologisch-wetenschappelijke argumenten om de keuzes die zij maken te motiveren. Ook verwijzen zij te gemakkelijk naar zaken als de wettelijke verplichting tot natuurbescherming volgens landelijke en Europese richtlijnen, zoals Natura 2000. Voor veel omwonenden zijn dergelijke beleidsmatige en wetenschappelijke argumenten echter onduidelijk of onbegrijpelijk en zeker niet doorslaggevend. Voor hen gaat het vooral om de beleefbaarheid van de natuur, zij denken in termen als 'natuurschoon'. Gewone mensen willen toegankelijke en aantrekkelijke natuur. Een natuur waarmee zij zich verbonden voelen en waar ze in de loop der tijd als het ware een persoonlijke band mee hebben opgebouwd."

Uit de studie van Buijs blijkt verder dat actiegroepen effectiever zijn in het beïnvloeden van de beeldvorming rondom conflicten dan natuurbeheerders. Veel beheerders onderbouwen hun standpunten met afstandelijke, wetenschappelijke of beleidsmatige argumenten. Arjen Buijs: "Actiegroepen zijn veel flexibeler in de argumenten die ze gebruiken. Doordat ze geworteld zijn in de locale gemeenschap, weten ze welke argumenten effectief zullen zijn om hun betoog te onderbouwen. De vaardigheden van actievoerders zijn de afgelopen jaren ook duidelijk toegenomen. Actievoerders hebben vaak uitgebreide netwerken en halen daarmee ook professionele kennis en ervaring binnen. Hierdoor worden ze steeds geduchtere tegenstanders voor natuurbeheerders. Zelfs als ze slechts een minderheid van de bevolking vertegenwoordigen, kunnen ze hierdoor meer invloed op de beeldvorming van een conflict hebben dan de natuurbeherende organisaties en hun achterban."

Om ook op langere termijn het draagvlak voor natuurbescherming te behouden, pleit Buijs voor meer burgerparticipatie in het natuurbeheer. Natuurorganisaties overleggen vaak met de diverse georganiseerde belangen, zoals gemeenten, provincies, boerenorganisaties en recreatieondernemingen. De burgers vallen hierbij meestal buiten de boot. En dus concludeert Buijs: "Door burgers meer bij de problemen te betrekken, kunnen natuurbeheerders enerzijds meer rekening houden met de wensen van burgers, en anderzijds meer feeling krijgen met wat burgers belangrijk vinden. Weerstand kan hierdoor in een vroeg stadium onderkend worden en protestgroepen zullen dan minder snel ontstaan. Juist omdat veel burgers de natuur een warm hart toedragen, kan burgerparticipatie het draagvlak voor natuurbeheer vergroten."