Opinie: Is bodemdaling door gas- of zoutwinning nadelig voor wadvogels?

In de serie opinieartikelen in het Friesch Dagblad, die op initiatief van de Waddenacademie tot stand komen is een artikel verschenen van Bruno Ens, teamleider kust, wad en water bij Sovon Vogelonderzoek Nederland. Winning van gas en zout uit de diepe ondergrond van de Waddenzee leidt tot bodemdaling. Veel mensen maken zich zorgen over de gevolgen daarvan voor de vogels die de Waddenzee bevolken. Zijn die zorgen terecht?

FOuragerende vogels op de wadplaat ten zuiden van Ameland

Voorafgaand aan de verschillende winningen is er uitgebreid gerekend aan de mogelijke effecten op de vogels. Steeds is de conclusie dat de effecten van bodemdaling onmeetbaar klein zullen zijn.

Omdat de Waddenzee een natuurgebied is en geen mijnbouwgebied wordt niet blindgevaren op deze voorspellingen, maar worden de voorspellingen gevolgd met monitoring. Zo kan men ingrijpen als er toch meetbare gevolgen blijken te zijn.

Ameland

Sinds 1986 wordt aardgas gewonnen onder de oostpunt van Ameland en vanaf het eerste begin wordt deze winning begeleid met een uitgebreid monitoringprogramma. Zoals verwacht daalt de diepe ondergrond door inklinking als gevolg van de gaswinning en dit werkt natuurlijk door aan het oppervlak. De vraag is alleen hoe precies.

In het centrum van het gaswinningsgebied is de bodem ondertussen 34 centimeter gezakt. Naar de randen van het bodemdalingsgebied neemt de zakking echter af. In de Noordzee en de duinen is weinig van deze bodemdaling te merken, maar het wordt steeds duidelijker dat op de kwelder de opslibbing de bodemdaling niet overal kan bijhouden. Sommige delen van de kwelder zijn daardoor in de loop der tijd aanzienlijk lager komen te liggen.

Voorjaarsstormen

Dit heeft negatieve gevolgen voor de vogels die op die kwelder broeden, omdat het de kans verhoogt dat het nest overstroomt tijdens een voorjaarsstorm. Dit is vooral ongunstig voor een verspreid broedende en aan het territorium gebonden soort als de scholekster, omdat die niet kan uitwijken. Een in kolonies broedende soort als de lepelaar kan dat wel, al keren de vogels soms toch weer terug naar risicovolle plekken op de kwelder.

Hoe groot de negatieve gevolgen voor het broedsucces daadwerkelijk zijn, hangt af van het al of niet optreden van zomerstormen. En als zo’n zomerstorm optreedt, dan maakt het ook uit hoeveel nesten dan nog risico lopen. Nesten kunnen immers al eerder mislukt zijn, bijvoorbeeld door predatie en vertrapping door vee.

In tegenstelling tot de kwelder zijn er nog geen aanwijzingen gevonden voor een verlaging van de wadplaten in het bodemdalingsgebied. Als de wadplaten lager komen te liggen, zullen ze minder lang droogvallen en kunnen de wadvogels er minder lang naar voedsel zoeken.

Het wad is echter veel dynamischer dan de kwelder en dat maakt het moeilijker om een systematische verandering in hoogteligging goed in kaart te brengen. Een eventueel effect kan ook zichtbaar worden in de aantallen vogels die tijdens laagwater op de drooggevallen platen naar voedsel zoeken.

Ze worden regelmatig geteld, als ze zich tijdens hoogwater in grote groepen concentreren langs de randen van het wad. Een paar soorten laten een negatievere aantalsontwikkeling zien in het bodemdalingsgebied dan daarbuiten.

Deze soorten zijn afhankelijk van mosselbanken en na de overbevissing van de mosselbanken rond 1990 zijn er minder mosselbanken teruggekeerd in het bodemdalingsgebied dan daarbuiten. De vraag is nu of hier een relatie bestaat met bodemdaling.

Winning bij Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen

Sinds 2006 wordt gas gewonnen uit de velden bij Moddergat, Lauwersoog en Vierhuizen, aan de kust van Fryslân en Groningen dus. In vergelijking met de monitoring op Ameland wordt er veel meer energie gestoken in meten van de hoogteligging van de wadplaten (tweemaal per jaar) en de bodemdieren waar de wadvogels van leven (jaarlijks).

Voor de verschillende wadvogelsoorten die op de drooggevallen wadplaten naar voedsel zoeken is een ecologisch model ontwikkeld om het beschikbare voedselaanbod uit te rekenen op basis van de metingen aan hoogteligging, waterstanden en bodemdieren. Daarbij is rekening gehouden met energiebehoefte en prooikeus van de verschillende vogelsoorten.

Voor geen enkele vogelsoort zijn er aanwijzingen dat dit beschikbare voedselaanbod zich negatief ontwikkelt in het bodemdalingsgebied. Ook de met hoogwater getelde aantallen vogels laten geen negatieve trend zien. Vooralsnog zijn hier dus geen aanwijzingen voor een negatief effect van bodemdaling door gaswinning.

Zoutwinning

Binnenkort wordt begonnen met winning van zout onder de Ballastplaat nabij Harlingen. Bij zoutwinning daalt de bodem veel sneller en dieper dan bij gaswinning, maar de oppervlakte van het dalingsgebied is veel kleiner.

Ook hier zullen de effecten gevolgd worden, maar de voorgestelde monitoring van bodemdieren en vogels is een slap aftreksel van de monitoring van de effecten van bodemdaling door gaswinning. Er zullen maar een paar soorten bodemdieren en vogels gevolgd worden.

Daar komt bij dat die vogels worden geteld in een gebied dat zo groot is dat we nu al zeker weten dat het merendeel van die vogels geen gebruik maakt van het bodemdalingsgebied. Als je echt wilt kunnen vaststellen of er mogelijk een effect is op de vogels die gebruik maken van het gebied dat zal dalen door zoutwinning, dan zul je de vogels ter plekke moeten tellen.

Kwelder

De conclusie is daarom dat bodemdaling door gaswinning aantoonbare negatieve effecten heeft op de vogels die op de kwelder broeden. Er zijn echter voorlopig geen aanwijzingen voor meetbare negatieve effecten voor de vogels die op de wadplaten naar voedsel zoeken.

De kans dat zulke effecten, mochten ze optreden, worden aangetoond bij de winning naar zout is daarbij klein. Dat komt doordat de vogels niet geteld gaan worden in het gebied waar de daling op zal treden.

Dit artikel verscheen op zaterdag 29 mei 2019 in het Friesch Dagblad.

Bekijk ook het overzicht van alle sinds mei 2011 verschenen opinieartikelen.