Verwonderde wetenschapper op waddenreis

Een reis van twee weken door het Nederlandse waddengebied bracht Jos Bazelmans van de Waddenacademie tot bijzondere inzichten.

Hij is net terug van een bezoek aan het Kazemattenmuseum in Kornwerderzand. Jos Bazelmans is onder de indruk. ,"Daar zijn maar liefst zestig vrijwilligers actief, die gewoon willen doen wat nodig is om een museum draaiende te houden.?" En dat is direct een kwestie die Bazelmans bezighoudt. Hij ziet dat aan zo'n groep heel veel eisen wordt gesteld op het gebied van veiligheid, arbeidsomstandigheden en collectiebeheer. ,"Zo zitten deze mensen in een spagaat , want ze willen gewoon een 'platte' organisatie blijven." Jos Bazelmans is als hoogleraar verbonden aan de Waddenacademie, het in Leeuwarden gevestigde kenniscentrum dat bezig is op een rij te zetten wat er aan kennis beschikbaar is en wat nog onderzoek behoeft. Zijn aandeel in deze kennisagenda is de cultuurhistorie. Om er achter te komen wat er op dit gebied leeft, reisde Bazelmans de afgelopen twee weken het hele waddengebied af. Op zoek naar bewoners, werkers en andere betrokkenen.

Rode draad
Het is uiterst leerzaam en boeiend geweest, vertelt de hoogleraar. In zijn laatste week probeert hij te formuleren wat de rode draad in de gesprekken is geworden. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, zoals dat een wetenschapper betaamt, maar concreet komt het er op neer dat de afstand tussen burgers en bestuur als te groot wordt beleefd. "Het gaat hier om een gebied waar het ontplooien van initiatieven niet zo vanzelfsprekend is. Toch zijn er genoeg mensen die iets willen ondernemen. Het idee dat ze dan krijgen, is dat ze er alleen voor staan. Dat ze niet geholpen worden."

Wat Bazelmans ook opviel, is de sterke gebondenheid en verbondenheid van de mensen aan hun dorp. Hij zag op Ameland hoe een grote groep vrijwilligers er voor gezorgd heeft dat de in 1949 afgebroken molen De Verwachting in 1991 weer werd opgebouwd. De groep die ook nu nog het onderhoud voor zijn rekening neemt, vond destijds dat het verdwijnen van het beeldbepalende bouwwerk een litteken in het dorpsaanzicht had veroorzaakt."En dan zie je op een zaterdagmorgen dat een groep van zeven man aan de koffie zit tijdens de pauze. Ze geven aan met de molen bezig te zijn omdat ze hun dagen niet achter de vitrages willen slijten. Maar er zit een verwijzing in naar het sociale element." Nog een voorbeeld. Bazelmans ontmoette bij het Kazemattenmuseum een man die ooit in Het Gooi woonde en zich voor de rust in het waddengebied vestigde. In het dorp werd hij zomaar eens een keer aangesproken. Of hij niet bij het kerkkoor wilde? Zingen kon hij niet, maar er was ook nog een alternatief: vrijwillig aan de slag voor het museum. De man is er nu al een paar jaar actief, tot zijn grote genoegen.

Kleinschalig
De onderzoeker ontmoette veel mensen die uit het niets een bedrijf oprichtten. Bij voorkeur kleinschalig, los van wat Bazelmans 'de machocultuur' noemt. Hij sprak met een vrouw die op latere leeftijd terugkwam uit het Westen naar de Groningse Westpolder, om de sinds 1875 bestaande boerderij over te nemen van haar pas overleden ouders. Een verpleegster, zonder ervaring in de agrarische sector, die boerin werd om het familie-erfgoed te bewaren. Ze doet het nu goed in de akkerbouw, drijft tegelijk een erfgoedlogement met tweehonderd overnachtingen per jaar en haalt ook inkomsten uit agrarisch natuurbeheer. "Dat zie je veel", constateert Bazelmans. Dat mensen hier een veelzijdige onderneming opbouwen. Soms wordt dat niet altijd als positief gezien. Zo kwam de onderzoeker een natuurbeschermer tegen die zich beklaagde over de inkomsten die eilander boeren uit de recreatie halen. Daarmee subsidiëren ze zelf hun landbouwactiviteiten, zodat ze mee kunnen met de grootschalige ontwikkelingen in die branche. Niet iedereen op de eilanden is daar even gelukkig mee, heeft Bazelmans gemerkt. Hij werd bijna overal met open armen ontvangen. Alleen mensen uit de visserijsector toonden wel eens enige terughoudendheid. Deze groep ziet zichzelf als verschoppeling. De mechanische kokkelvisserij is al verdreven, de mosselvissers wacht hetzelfde lot en het wachten is tot ook de garnalenvissers en de handkokkelaars worden weggejaagd. Zo ongeveer proefde Bazelmans de stemming. Heel anders is het gesteld met natuurbeschermers. "Die zijn heel open in hun visie. Zij mijden geen enkel onderwerp." Het viel Bazelmans op hoeveel macht een kleine natuurclub kan hebben. "Het toenmalige Wilde Kokkels bestond eigenlijk maar uit twee man." Dat de mechanische kokkelvisserij van de Waddenzee moest verdwijnen, wordt door de meeste betrokkenen toch geheel toegeschreven aan deze organisatie. Bazelmans is zich tijdens zijn waddenreis tot op het laatst blijven verbazen.

Lees de verslagen van de reis op deze site