Waddenacademie benoemt eerste vijf leden De Jonge Waddenacademie

01.07.2016 09:32 Leeftijd: 328 dagen
Categorie: Persbericht, Waddenacademie
Door: Waddenacademie

In 2015 nam de Waddenacademie het initiatief om De Jonge Waddenacademie op te richten. Met het oprichten van De Jonge Waddenacademie wil de Waddenacademie jonge onderzoekers stimuleren om onderzoek te doen naar het Waddengebied, bij voorkeur in multidisciplinair verband. Ook wil de Waddenacademie met het oprichten van De Jonge Waddenacademie stimuleren dat jonge wetenschappers zich nadrukkelijker bemoeien met het (politiek gevoelige) beleid dat zich met betrekking tot de Wadden afspeelt.

Onderzoeker aan het werk op het wad. Foto: Rob Jungcurt https://beeldbank.rws.nl.

De Jonge Waddenacademie is ook een volgende stap in het streven van de Waddenacademie om de waddenwetenschap te verjongen. Vele tientalen jonge onderzoekers, variërend van ecologen, economen, bestuurskundigen, historici, geofysici etc. houden zich dankzij deze inspanning bezig met waddenonderzoek. Samenwerking tussen de disciplines is nu van groot belang, meent de Waddenacademie. Nieuwe wetenschappelijke inzichten moeten het in stand houden en beheer van het UNESCO Werelderfgoed Waddenzee stimuleren en waarborgen.

Om al deze redenen werd begin dit jaar een open werving gedaan voor de vervulling van de eerste vijf plaatsen van De Jonge Waddenacademie. Na een selectieprocedure werden vijf kandidaten bij de Raad van Toezicht voorgedragen voor benoeming als lid van De Jonge Waddenacademie. Voor elk van de kandidaten geldt dat het hele goede jonge wetenschappers zijn, maar ook dat ze bereid en in staat zijn om over hun eigen vakgebied heen te kijken. Met deze vijf kandidaten is het gehele spectrum van aandachtsgebieden van de Waddenacademie gedekt. De Raad van Toezicht heeft er alle vertrouwen in dat met het benoemen van deze vijf kandidaten De Jonge Waddenacademie een vliegende start gaat maken. Pavel Kabat, lid van de raad van Toezicht van de Waddenacademie, installeerde op 30 juni, tijdens het 16e symposium van de Waddenacademie, de eerste vijf leden van De Jonge Waddenacademie.

De vijf leden zijn, in alfabetische volgorde:

1.Dr. Bas Borsje, Universiteit Twente
Bas bezit een MSc in Civiele Techniek (cum laude), een PhD op het grensvlak van ecologie en sediment transport (cum laude) en ontving een VENI beurs voor het ontwerpen van natuurvriendelijke vooroevers als innovatieve kustverdedigingsmaatregel. Bas combineert een positie als Assistant-Professor aan de Universiteit Twente, onderzoeker bij Deltares en expert bij Boskalis. Op dit moment is hij  betrokken bij innovatieve dijkversterkingsprojecten langs de Friese kust (POV Wadden) en geplande mega-suppleties op de buitendelta van de Waddeneilanden (Kustgenese2). Binnen deze projecten werkt hij als expert op het gebied van water en klimaat nauw samen met ecologen, beleidsmakers, fysisch geografen en tientallen gebruikers, beheerders en belangengroepen.

2.Dr. Eelke Folmer, NIOZ, Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee
Na zijn studie biologie met afstudeerrichting ecologie, heeft Eelke bij de afdeling dierecologie aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) promotieonderzoek gedaan aan o.a. gedragsecologie van steltlopers in de Waddenzee, de Banc d’Arguin, Mauretanië en in Roebuck Bay, Australië. Na zijn promotie is hij werkzaam geweest als postdoc bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en als zelfstandig onderzoeker (Ecospace). Zijn onderzoek is fundamenteel en toegepast van aard en is gericht op actuele ecologische problemen rondom de Waddenzee. Hierbij combineert hij veldwerk met wiskundige, statistische en GIS methode en werkt hij samen met wetenschappers uit andere disciplines.

3.Dr. Stefan Hartman, Stenden Hogeschool
Stefan is recent gepromoveerd als planoloog. De rode lijn in zijn onderzoek is het omgaan met het spanningsveld tussen het behoud en de ontwikkeling van de leefomgeving en het zoeken naar balans en synergie. Theoretisch ligt zijn interesse bij het versterken van adaptief vermogen en veerkracht van sociaalecologische systemen. Als senior onderzoeker bij het European Tourism Futures Institute (ETFI) is Stefan betrokken als projectleider, dan wel onderzoeker bij verschillende projecten in het Waddengebied en bij onderzoeken die van belang zijn voor het Waddengebied. Ook in zijn functie van senior docent bij de School of Leisure & Tourism van Stenden Hogeschool legt hij de koppeling met het Waddengebied bijvoorbeeld via studentenprojecten, afstudeeronderzoeken en via onderzoeksopdrachten in het masterprogramma International Leisure & Tourism Studies.

4.Dr. Nora Mehnen, Universiteit Oldenburg
Nora promoveerde in 2013 als cultureel geograaf aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van 2013 tot 2015 werkte ze als postdoc bij de RUG waar ze participeerde in het WaLTER project, met name ten aanzien van de socio-economische aspecten van het trilaterale waddengebied. Op dit moment werkt Nora aan de Universiteit van Oldenburg, waar ze net begonnen is met een driejaarlijks project over krimp in vier toeristische gemeenten in het Duitse waddengebied. Haar interesse ligt ook bij beschermde gebieden en regionale ontwikkeling. Dankzij haar Duitse achtergrond is zij bij uitstek geschikt om bij de trilaterale ambities van De Jonge Waddenacademie het voortouw te nemen.

5.Dr. Mans Schepers, Rijksuniversiteit Groningen
Mans is in 2014 cum laude gepromoveerd op vegetatiereconstructie in het Noord-Nederlandse kustgebied, in het bijzonder op de kwelders rond de  terpen in Groningen en Friesland. In zijn huidige onderzoek, mogelijk dankzij een VENI-subsidie van NWO, kijkt hij hoe de terpenbewoners erin slaagden in de onbedijkte kwelder gewassen te verbouwen. Daarvoor doet hij, in samenwerking met It Fryske Gea en ecologen van de RUG, experimentele akkerbouw op de kwelders in Noord-Friesland. Mans begeeft zich met zijn onderzoeksgebied op het grensvlak van mens en natuur. Mens en natuur zijn in Nederland, en in het waddengebied het meest extreem, onlosmakelijk met elkaar verbonden. Om het waddengebied te begrijpen moeten mens en natuur derhalve beide in beschouwing worden genomen. Dat kan alleen door samenwerking.