Spring naar hoofd-inhoud

De kennisbank van het Wad

Op 1 januari volgde Katja Philippart Jouke van Dijk op als directeur van de Waddenacademie. In de Leeuwarder Courant verscheen een interview met beiden over het belang van kennis en de rol van de Waddenacademie in het Waddengebied.

Katja Philippart en Jouke van Dijk

Katja Philippart en Jouke van Dijk

Dynamiek is het hoofdkenmerk van het Waddengebied. Niet alleen van de zee, maar ook van alle belangen en plannen die er om voorrang strijden. De Waddenacademie probeert de wetenschappelijke brandstof te leveren voor zuivere discussies.

,,Als je het over de feiten eens bent, praat dat een stuk makkelijker’’ is het credo van econoom Jouke van Dijk (64) uit Groningen en geboren in Holwerd. Hij is pas afgezwaaid als directeur van de in Leeuwarden zetelende Waddenacademie. Ecoloog Katja Philippart (60) van Texel is zijn opvolger.

Die in 2008 opgerichte Waddenacademie is een overzichtelijk en onafhankelijk kennisinstituut, aangestuurd door vijf wetenschappers met een deeltijdbetrekking en heel verschillende portefeuilles en achtergronden. Philippart, die ook is verbonden aan het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de Universiteit Utrecht, gaat er als ecoloog in de slag met een geo- en klimaatwetenschapper, een natuurjurist, een cultuurhistoricus en een econoom. Een driekoppig bureauteam completeert de loonlijst.

Die compacte bezetting maakt al duidelijk dat de Waddenacademie geen eigen onderzoeksstaf of onderwijsprogramma te bieden heeft. Dat wordt overgelaten aan de grotere universiteiten en onderzoeksinstituten die een link hebben met het Waddengebied. Zij zijn via de portefeuillehouders en de wetenschappelijke adviesraad allemaal aangesloten.

Van Dijk: ,,Wij zijn vooral een netwerkorganisatie, die verschillende disciplines met elkaar verbindt. Dat die hier met elkaar praten en elkaar leren begrijpen, is wel wat ons uniek maakt. Toen ik twaalf jaar geleden als econoom bij de Waddenacademie kwam, wist ik van ecologie eigenlijk niks, maar daar heb ik heel veel over bijgeleerd.’’

De vijf portefeuillehouders bespreken regelmatig de ontwikkelingen in het Waddengebied. Philippart: ,,Soms gaat het dan over onderwerpen die we zelf tegenkomen, maar we worden ook door allerlei partijen benaderd met onderzoeksvragen. Het minste dat we dan kunnen doen, is ze verwijzen naar het instituut dat hen aan antwoorden kan helpen, maar soms komen we ook op grote vragen uit waar nog helemaal geen gegevens bij te vinden zijn. Dan proberen we daarvoor een onderzoeksprogramma van de grond te krijgen.’’

Een aansprekend voorbeeld is de nasleep van de ramp met de MSC Zoe. Die verloor twee jaar geleden boven de Waddeneilanden 342 containers, waarmee een oneindige berg troep in de zee terechtkwam. Rijkswaterstaat schakelde de Waddenacademie meteen in om een onderzoek gelanceerd te krijgen. Met een groep deskundigen bepaalde Philippart dat dit zich in de eerste plaats moest richten op de kleinste deeltjes, de zogenaamde microplastics.

,,We hebben aanbevolen om onmiddellijk te beginnen met het verzamelen van materiaal. Er is nooit uitgebreid onderzoek gedaan naar microplastics, dus we wisten eigenlijk niet wat er al lag en wat daar door de MSC Zoe bij is gekomen.’’ Onderzoekers van Wageningen Marine Research en NIOZ kregen daarom van het rijk vlot opdracht om in lopende onderzoeken extra monsters mee te nemen, in de vorm van vissen, schelpdieren en sediment.

Philippart: ,,De eerste zorg was: zorg dat je het binnenkrijgt en gooi het in de vriezer, daar lijdt het plastic niet onder. Dan kijken we daarna wel of het voor elkaar krijgen om dat allemaal uit te werken.’’ Dat is intussen gelukt. De uitkomsten komen later dit jaar naar buiten via het ministerie.

Er is meteen ook een historische inhaalslag gemaakt. Philippart: ,,Met gegevens uit 2019 weet je nog niet of je meer of minder microplastics hebt gevonden dan voorheen. Daarom hebben we alle onderzoeksinstituten ook meteen gevraagd te kijken wat ze in vriezers en kasten nog aan oudere sedimentmonsters hebben, om die ook te laten onderzoeken. Dan snijdt het mes aan twee kanten: we kunnen nagaan wat het effect is geweest van het incident met de MSC Zoe en we krijgen voor het eerst een goed beeld van wat er aan microplastics terug te vinden is in het Waddengebied.’’

Zo vlot gaat het niet altijd. Het kostte vijftien jaar voor er in 2018 een internationale onderzoeksagenda voor het Werelderfgoed Waddenzee was geformuleerd. Van Dijk trok er de laatste vier jaar hard aan als voorzitter van de Nederlands-Duits-Deense commissie die het programma opstelde voor de regeringen van de drie landen. Nu zitten hij en Philippart in de club die de uitvoering moet waarborgen.

Over wat het meest prangende vraagstuk is zijn de twee het onmiddellijk eens: de effecten van klimaatverandering. Philippart. ,,Dat komt overal in terug. Als ecoloog denk ik dan aan allerlei effecten op de natuur. Verschuivingen in soorten en de momenten waarop soorten iets doen gedurende het jaar. Maar de combinatie van droogte en zeespiegelstijging beïnvloedt ook de verzilting en de beschikbaarheid van zoet water in het achterland. Dan kom je dus ook uit bij vragen over wat je moet doen met de randen van het Wad en de verdeling van het zoete water. Daar beslissen wij niet over, maar we kunnen wel helpen om in beeld te brengen wat de scenario’s zijn en welke consequenties die hebben voor de mensen in het gebied.’’

,,Misschien biedt verzilting ook wel kansen voor bijvoorbeeld de landbouw’’, vult econoom Van Dijk aan. ,,Boeren waren lang geneigd om te zeggen: we betalen voor het waterschap, dus dat zorgt maar dat het water zoet blijft. Zo langzamerhand is wel duidelijk dat dat op de langere termijn geen haalbare kaart is. Dus is het goed dat boeren ook kijken naar de mogelijkheden van de teelt van bijvoorbeeld pootaardappelen die zout verdragen. Als je naar het wereldvoedselprobleem kijkt en weet dat poters beter tegen zout kunnen dan rijst, dan kun je misschien deel zijn van de oplossing. Dan heb je als regio een prachtig exportproduct. Zo raakt de ecologie ook weer aan de economische kant.’’

De ecologie voert in veel gevallen de boventoon in de nationale en internationale onderzoeksagenda van de Waddenacademie. Van Dijk: ,,Dat het daarmee begint, is honderd procent logisch. De Waddenzee is een Werelderfgoed om zijn unieke natuurwaarden. Tegelijk ligt het ook in een heel dichtbevolkt gebied ligt. Binnen een halve dag rijden wonen 25 miljoen mensen. En die willen werk en een inkomen hebben en die willen ook recreëren. De uitdaging is om dat op een goede manier te combineren’’

Hoe hard zal het gaan met klimaat en zeespiegel? Op die vraag bestaat geen pasklaar antwoord, zegt Philippart. ,,Hoe verder je in de toekomst kijkt, hoe groter de onzekerheden. In de scenario’s zitten een paar tikkende tijdbommen waarvan we niet weten of en wanneer ze afgaan. Wat de zeespiegel doet, hangt af van de vraag of het grote ijs op de polen afsmelt. Op de korte termijn hebben we het over millimeters per jaar, maar een kleine draaiing van de wind kan nu al veel meer betekenen voor de Waddenzee. Je hebt het over een mix van zeespiegelstijging door smeltend ijs in combinatie met opwarmend water en het weer.’’

Het veranderende klimaat kan de Waddenzeelanden nog wel eens voor juridische uitdagingen stellen als het gaat om de bescherming van de natuur, betogen Philippart en haar Waddenacademie-collega’s Kees Bastmeijer (natuur en recht) en Piet Hoekstra (geowetenschap en klimaat) in een pas verschenen essay.

Philippart: ,,Onze natuurwetgeving is strak gekoppeld aan leefgebieden en soorten, met instandhoudingsdoelstellingen waarin precies is vastgelegd hoeveel vogels er bijvoorbeeld zouden moeten zijn. Er moet van alles worden gedaan of gelaten om dat te bereiken. Waar we mee worstelen is de vraag of we dat volhouden in tijden waarin we zien dat de temperatuur, het weer en daarmee ook de soorten veranderen. In hoeverre is soortbescherming dan nog steeds een logische weg? Dat kan nog wel eens lastig worden, omdat je dan eigenlijk vastloopt in de wetgeving.’’

Dit artikel verscheen op 9 januari 2021 in de Leeuwarder Courant en op 21 januari 2021 in het Dagblad van het Noorden.