Spring naar hoofd-inhoud

Opinie: Garnalenvisserij: geen gepolder op het wad

In de serie opinieartikelen in het Friesch Dagblad, die op initiatief van de Waddenacademie tot stand komen is een artikel verschenen van Ingrid Tulp, onderzoeker van Wageningen Marine Research.

Garnalenkotters in de haven van Harlingen. Foto: TS

Garnalenkotters in de haven van Harlingen. Foto: TS

De Waddenzee is Natura 2000-gebied en daarom mag de garnalenvisserij de natuurdoelen niet in de weg staan. Maar wat weten we eigenlijk van de effecten van de garnalenvisserij in dit gebied dat al zo lang en intensief wordt bevist?

Het garnalenvissen gebeurt met een fijnmazig net waarmee alle organismen breder dan 24 millimeter worden gevangen. De bijvangst bestaat vooral uit jonge garnaal, krabben en kleine vis. De vangst wordt aan boord gezeefd waarbij van alle kilogrammen gevangen garnalen meestal de helft niet marktwaardig is. De bijvangst, waarvan een aanzienlijk deel doodgaat, gaat weer overboord en dient als voedsel voor andere dieren.

Nu is het niet zo dat alle bijvangst onder natuurlijke omstandigheden wel zou overleven. Van jonge vissen sneuvelt het gros van nature omdat ze worden opgegeten, geen goed plekje vinden of verhongeren. Maar wat het overboord zetten van deze extra biomassa doet met het ecosysteem is natuurlijk wel de vraag. Heeft bijvoorbeeld de enorme toename van aasetende krabben die we de laatste decennia signaleren hier iets mee te maken?

Naast bijvangst is er nog een ander effect; de garnalenkor beroert de bodem met de ‘sloffen’ aan de uiteinden van de kor, de rollers aan het net en het net zelf dat over de bodem sleept. Hierbij wordt vaak geredeneerd dat de extra bodemverstoring door visserij in het niet valt bij de natuurlijke verstoring door wind en stroming. Daarnaast speelt de vraag of in dynamische gebieden zoals de Waddenzee van nature alleen maar soorten voorkomen die hieraan goed zijn aangepast, of dat door langdurige visserij de gevoelige soorten al zijn verdwenen.

In een studie in de Noordzeekustzone zagen we dat verstoring van de zeebodem door zowel natuurlijke dynamiek als door garnalenvisserij meespeelt. In jaren met weinig wind vonden we een duidelijk effect van visserij op de bodemdieren, in jaren met veel wind niet. In een experiment in de Waddenzee bleek dat een soort als de Amerikaanse zwaardschede - een exoot - juist profiteert van de garnalenvisserij. Zwaardschedes kunnen zich goed verplaatsen en onze interpretatie is dat ze verstoorde plekken snel bezetten.

De drukst beviste gebieden van de Waddenzee worden tot meer dan vijftig keer per jaar bevist. Ook als bodemdieren niet doodgaan wordt de bodem wel telkens beroerd. Je kunt je voorstellen dat dat niet bevorderlijk is voor bijvoorbeeld jonge mosselen of kokkels die zich proberen te vestigen. In een pas ingezaaide moestuin ga je ook niet wekelijks schoffelen.

Verduurzamen

De garnalensector staat aan de lat om te verduurzamen: in het kader van het MSC-keurmerk wordt vooral met technische oplossingen de bijvangst verminderd, en in het kader van het convenant VisWad tussen vissers, overheid en natuurbescherming worden gebieden gesloten voor visserij.  

Onze rol als onderzoekers in de discussie omtrent garnalenvisserij-effecten is vaak lastig omdat de voorwaarden voor goed onderzoek ontbreken. Zo gaat het tot nu toe binnen VisWad om kleine gesloten gebieden waar al vóór de sluiting weinig werd gevist; toon dan maar eens aan wat het effect van de sluiting is. En bij het gebied bij Rottum, dat in 2005 gesloten is voor visserij, bleek bij aanvang al dat de gesloten geul erg afweek van de omliggende open geulen die als referentie dienden. Uiteindelijk zagen we pas na twaalf jaar veranderingen optreden, maar is het moeilijk om een oorzaak-gevolg relatie te leggen. Eerdere ervaringen leren dat herstel in dynamische gebieden zoals de Waddenzee lang kan duren, en waarschijnlijk ook eerder optreedt als het gesloten gebied een redelijke omvang heeft.  

Daarom moeten beleidsmakers vooral hun gezonde verstand gebruiken, en het lef hebben om duidelijke keuzes te maken over waar, hoe en wanneer er gevist mag worden. Visserij, noch natuur, noch onderzoek is gebaat bij gepolder op het wad. Zolang de voorwaarden voor goed onderzoek ontbreken, kunnen onderzoekers de vragen niet beantwoorden. Zonder helderheid over hoeveel en welke gebieden worden gesloten is de toekomst voor vissers onzeker. En de natuur schiet weinig op met te kleine gesloten gebieden. Langdurig sluiten van gebieden voor visserij op een ecologisch relevante schaal schept duidelijkheid voor iedereen. Mocht na langere tijd blijken dat een duidelijke verbetering uitblijft, dan kan zo’n sluiting altijd nog worden heroverwogen.

Dit artikel verscheen op 9 maart 2020 in het Friesch Dagblad.

Bekijk ook het overzicht van alle sinds mei 2011 verschenen opinieartikelen.