Automatisch meetplatform op het wad volgt algengroei op de voet

16.05.2011 12:21 Leeftijd: 8 Jaar
Categorie: Ecologie, Klimaat, Nederlands
Door: NIOZ

Vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week algen onderzoeken. Dat is wat sinds deze week mogelijk is geworden in de Waddenzee. Met een speciaal ontwikkeld automatisch meetplatform op het Balgzand kunnen onderzoekers voor het eerst de ontwikkelingen van de algen in het water, maar ook op de wadbodem, op de voet te volgen.

Tegelijk worden zaken als stroomsnelheden, temperatuur, doorzicht, zoutgehalte en kleur van het water continu gemeten. Het is nu dan ook voor het eerst mogelijk om de groei en bloei van de microscopisch kleine algen te bekijken in relatie tot veranderingen in weer, klimaat, of andere ontwikkelingen in het Waddengebied, zoals de recente invasie van de Waddenzee door een pas sinds kort ontdekte nieuwe algensoort.

Plaatsing van het automatisch meetplatform op de wadplaat tijdens hoogwater. Met behulp van een groot aantal verschillende instrumenten worden tegelijkertijd metingen verricht aan de groei van algen in het water en op de wadplaat, en aan de groeifactoren zoals lichtomstandigheden boven en onder water, lucht- en watertemperatuur en de snelheid waarmee de algen in het water door mossels worden begraasd. 

Voedselweb
Het automatisch meetplatform vormt een onderdeel van het wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van veranderingen in de groei van microscopisch kleine algen en wat ze betekenen voor de draagkracht van de Waddenzee. Die algen zijn letterlijk en figuurlijk het fundament van het voedselweb van de Waddenzee. Ze vormen voedsel voor schelpdieren, die op hun beurt weer voer zijn voor schelpdier-etende vogels. Het meetplatform vormt in combinatie met metingen vanaf de veerboot naar Texel en vanaf de meetsteiger van het NIOZ een innovatief automatisch meetnetwerk voor algengroei en waterkwaliteit in de westelijk Waddenzee.

Dankzij langjarige metingen van het NIOZ aan de algen in het water is bekend dat er de afgelopen decennia grote veranderingen hebben plaatsgevonden. Zo is de hoeveelheid en de biomassa van de algen in het water toegenomen aan het eind van de zeventiger jaren en vervolgens weer afgenomen. Of hiermee ook de totale groei van microscopisch kleine algen in de loop der jaren is veranderd is onbekend. Vooral over de groei van algen die niet vrij in het water leven, maar op de bodem, is nauwelijks iets bekend. Dit onderzoek probeert de mogelijke oorzaken (zoals de aanvoer van stikstof en fosfaat) en gevolgen voor het maximum aan schelpdieren in de Waddenzee te achterhalen.

Nieuwe alg
Dat er veel gebeurt met de algen in de Waddenzee blijkt ook uit de recente ontdekking van een compleet nieuwe algensoort. Het relatief grote en ketenvormende kiezelwier Mediopyxis helysia is niet alleen een nieuwkomer voor de Waddenzee, het was nog nergens op de wereld ontdekt. Het is een onmiskenbare algensoort die in 2003 voor het eerst is gezien in de wateren rond Sylt en Helgoland. In 2006 hebben Duitse en Canadese onderzoekers de soort wetenschappelijk beschreven. Afgelopen jaar vormde deze alg 30% tot 90% van het totale volume aan algen in de gehele Waddenzee en de Duitse Bocht. Op dit moment is nog niet duidelijk of het aandeel van deze alg het maximum al heeft bereikt of dat het de komende jaren nog verder gaat stijgen. Ook waar deze algensoort vandaan komt en wat deze invasie betekent voor de rest van het ecosysteem van de Waddenzee is nog volslagen onbekend. 

Satelliet
De gegevens van het nieuwe meetplatform zullen vergeleken worden met gegevens van gelijktijdige metingen elders op het wad, met vliegtuigopnamen en ook met satellietwaarnemingen. Hiermee kunnen de onderzoekers kijken in hoeverre de metingen op het Balgzand ook iets zeggen over de rest van de Waddenzee. De metingen kunnen ook worden gebruikt om voorspellingen te doen over de gevolgen van onverwachte gebeurtenissen, zoals de opkomst van een nieuwe algensoort. Ook de mogelijke gevolgen van beheermaatregelen, zoals veranderingen in de aanvoer van zoet IJsselmeer water naar de zoute Waddenzee via een extra spuisluis in de Afsluitdijk, kunnen op grond van deze metingen ingeschat worden.

Kader
Dit onderzoek vindt plaats in het kader van het project 'Integrated Network for Production and Loss Assessment in the Coastal Environment' (IN PLACE), waarvan NIOZ onderzoeker Katja Philippart projectleider is en dat extern wordt gefinancierd door het Programma 'Zee-en Kustonderzoek' van NWO en Rijkswaterstaat. Naast het NIOZ nemen ook het Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie (NIOO-CEME), het Instituut voor Milieuvraagstukken (VU-IVM), Geo-Informatie Wetenschappen en Aardobservatie (TU-ITC) en Rijkswaterstaat deel aan dit project.