Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur

22.11.2013 11:07 Leeftijd: 5 Jaar
Categorie: Nederlands, Ecologie
Door: Wageningen Imares

Veel soorten kustbroedvogels hebben de afgelopen jaren te weinig jongen groot kunnen brengen om de populatie op peil te houden. Het gaat om soorten als Eider, Scholekster, Kluut, Visdief en Noordse Stern. De slechte broedresultaten worden onder andere veroorzaakt door stormvloeden in het voorjaar, predatie door roofdieren en door een te laag voedselaanbod. Dit blijkt uit een langjarig onderzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland en IMARES Wageningen UR.

Hoog water op de Fugelpolle bij Ameland april 2013.

Waddengebied is werelderfgoed
De Nederlandse Waddenzee is het grootste aaneengesloten natuurgebied in ons land en is daarmee, samen met het Waddengebied in Duitsland en Denemarken, één van de belangrijkste natuurgebieden in Europa. Het gehele waddengebied is sinds kort een werelderfgoedgebied van UNESCO. Het gebied is belangrijk als pleisterplaats en overwinteringsgebied voor meer dan 10 miljoen watervogels en is tegelijk een belangrijk broedgebied voor ongeveer 35 soorten kustbroedvogels.

Reproductiemeetnet Waddenzee
Sinds 2005 hebben de onderzoekers in de Waddenzee jaarlijks gegevens verzameld over het broedsucces van karakteristieke kustbroedvogels. Tien representatieve vogelsoorten voor specifieke habitats en voedselgroepen zijn gemonitord via het ‘Reproductiemeetnet Waddenzee’. De monitoring fungeert als een ‘early warning systeem’ om het reproducerend vermogen van de vogelpopulaties in de Waddenzee te volgen en de achterliggende processen van populatieveranderingen te begrijpen.

Laag broedsucces
De resultaten uit 2009 en 2010 laten zien dat veel soorten kustbroedvogels een relatief laag broedsucces hebben. Dit geldt vooral voor soorten als Eider, Scholekster, Kluut, Visdief en Noordse Stern. Het blijkt dat er te weinig jongen vliegvlug worden om de populatie op peil te houden. Bij Lepelaar, Kokmeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Grote Stern was het beeld wisselender, maar de meeste soorten hadden eveneens matige tot slechte broedresultaten. Alleen Lepelaar en Kleine Mantelmeeuw lieten een positieve trend zien. De slechte broedresultaten hebben verschillende oorzaken. Eén daarvan zijn overstromingen als gevolg van hoog water gedurende het broedseizoen. Ook worden in de nestfase veel broedvogels slachtoffer van predatie van legsels, met name door vossen en bruine ratten. Daarnaast speelt een te geringe voedselbeschikbaarheid voor de jonge vogels een rol.

Toekomst
De onderzoekers geven in WOt-paper 25 een aantal beleidsrelevante conclusies en aanbevelingen. Ze bevelen onder andere aan om plannen voor kwelderaanleg langs de Groninger en Friese Waddenkust kritisch te bekijken en rekening te houden met het terreingebruik van de kustbroedvogels. Verder kan vernatting van graslanden op de Waddeneilanden kansen bieden voor het herstel van weidevogels zoals de Grutto. Ook ander begrazingsbeheer van kwelders, koeien en schapen in plaats van paarden, kan een positief broedsucces van de vogels tot gevolg hebben.

Samenwerking
Het Reproductiemeetnet Waddenzee wordt gecoördineerd door Sovon Vogelonderzoek Nederland in samenwerking met IMARES Wageningen UR, NIOZ, de Werkgroep Lepelaar. Medewerkers en vogelwachters van onder andere Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Landschap Noord-Holland, It Fryske Gea en de Stichting het Groninger Landschap dragen bij aan het meetnet. Het ministerie van Economische zaken financiert het onderzoek. De monitoring wordt uitgevoerd in het kader van trilaterale afspraken met Duitsland en Denemarken.

Lees het volledige paper: Broedsucces van kenmerkende kustbroedvogels in de Waddenzee in mineur (november 2013). Kees Koffijberg-Sovon Vogelonderzoek Nederland, Cor Smit-IMARES Wageningen UR