Dalende draagkracht Waddenzee voor steltlopers

27.05.2009 12:30 Leeftijd: 10 Jaar
Categorie: Algemeen, Nederlands, Persbericht, Waddenacademie
Door: NIOZ

De aantallen vogels in de Waddenzee worden bepaald door het voedselaanbod. Schelpdieren fungeren hierbij als belangrijkste voedselbron.

Door de ecologische effecten van mechanische overbevissing op kokkels tussen 1996 en 2005 in dit beschermde natuurgebied te interpreteren als experiment, kon worden aangetoond dat een afname in de hoeveelheid schelpdieren ook heeft geleid tot dalende aantallen kanoetstrandlopers. Hun overlevingskans werd lager en daarom trokken de vogels weg of stierven. Dit concluderen onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, de Rijksuniversiteit Groningen en SOVON Vogelonderzoek Nederland. Het artikel met deze onderzoeksresultaten verschijnt deze week in het vooraanstaande vaktijdschrift Journal of Animal Ecology, uitgegeven door de British Ecological Society.

De onderzoekers baseren hun bevindingen op (1) de resultaten van een jarenlang bodembemonsteringsprogramma op grond waarvan de omvang van geschikt foerageergebied voor kanoeten kan worden uitgerekend, (2) tellingen van kanoetstrandlopers wanneer ze in groepen samen komen tijdens hoogwater, en (3) de overleving van geringde kanoeten. Kanoeten (Calidris canutus islandica) zijn trekvogels die in de winterse Waddenzee afhankelijk zijn van in de modder verborgen schelpdieren waarvan de schelp na inslikken in hun grote spiermaag wordt gekraakt waardoor het zachte vlees beschikbaar komt als voedsel.

Tussen 1996 en 2005 nam het oppervlak wadplaten met voldoende schelpdieren af met 55 procent. Parallel aan de afname van geschikt foerageergebied namen de kanoeten-aantallen af met 42 procent. De aantallen kanoeten per hectare in nog wel geschikte foerageergebieden bleef echter constant met 10 kanoeten per hectare. Deze constante bezetting betekent dat kanoeten de capaciteit van de Waddenzee voortdurend ten volle benut hebben over het gehele tijdvak.

In de loop van deze 10 jaar daalde de lokale jaarlijkse terugkeer van kanoeten naar de Wadden van 89 naar 82%. Een deel van de niet teruggekeerde vogels bleek te zijn gestorven en een ander deel verkastte naar alternatieve overwinteringsgebieden in Engeland en Frankrijk. De Nederlandse Waddenzee, hoewel wettelijk beschermd door onder meer de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen, heeft dus door de tot 2005 toegestane grootschalige mechanische kokkelvisserij aan belang ingeboet voor een eveneens wettelijk beschermde trekvogel. Dit voorbeeld toont aan dat de effecten van menselijke ingrepen in dit bestemde natuurgebied doorlopend gemeten en geëvalueerd moeten worden om niet achteraf voor voldongen negatieve feiten te worden geplaatst.

Meer informatie:

Prof. Dr. Theunis Piersma, t:0222 369 485 theunis.piersma(at)nioz.nl

Dr. Jan Boon, NIOZ Communicatie & PR, 0222 369 466, M: 06 2096 3097, jan.boon(at)nioz.nl

Drs. Casper Kraan, t:0222 369 592; casper.kraan(at)nioz.nl

Fotobijlagen:
Foto kanoet (foto Jan van de Kam) en foto mechanische kokkelvissersschepen in Waddenzee (toegestaan tot 1-1-2006; foto Martijn de Jonge)

Bibliografie artikel:
Kraan, C., van Gils, J. A., Spaans, B., Dekinga, A., Bijleveld, A. I., Van Roomen, M., Kleefstra, R. & Piersma. Landscape-scale experiment demonstrates that Wadden Sea intertidal flats are used to capacity by molluscivore migrant shorebirds. Dit artikel verschijnt 28 mei in het Journal of Animal Ecology, uitgegeven door de Britisch Ecological Society (inhoud beschikbaar op internet: www3.interscience.wiley.com/journal/117960113/home)