Hoe zichtbaar mag persoonlijk verdriet zijn?

13.06.2014 18:25 Leeftijd: 4 Jaar
Categorie: Internationaal, Waddenacademie, Nederlands
Door: Erik Betten/Friesch Dagblad

Steeds vaker wordt een overledene herdacht op een specifieke plek, zonder dat daar het lichaam is begraven of as is uitgestrooid. Een democratisering van rouw die ook een keerzijde heeft.

thema Grief & consolation

De laatste tien, twintig jaar heeft zich een verandering voltrokken in de rouwcultuur, met name in landen die van oudsher overwegend protestant zijn. Avril Madell van de University of West England gaf daar gisteren voorbeelden van op het congres Sense of place op Terschelling.

,,Voor steeds meer mensen is een vaste plaats nodig om hun herinneringen, rouw en verlies op te focussen.” Met de opkomst van nieuwe vormen van uitvaart, zoals uitstrooiing van as op zee, is er geen fysiek graf meer dat als vanzelf dat brandpunt vormt. Ook het loslaten van religieuze vormen van afscheid en rouwverwerking maakt de behoefte groter om nieuwe rituelen te scheppen.

Dit soort informele, alledaagse uitdrukkingen van rouw en herinnering komen steeds vaker in de openbare ruimte terecht. In Groot-Brittannië in de vorm van herinneringsbanken. Maar ook minder bescheiden, als bermmonumenten, soms compleet met foto’s van de overledene.

Die democratisering van rouwrituelen stuit ook op weerstand, legde Madell uit. Het zijn publieke expressies van persoonlijke rouw. Maar hoever mag iemand gaan bij die claim op openbare ruimte? Soms gebeurt dit bewust, zoals in het voorbeeld van de ghost bikes (spookfietsen). Die dienen als herinnering aan de overledene op de plaats van het ongeval, maar ook als openbare aanklacht tegen een gebrek aan verkeersveiligheid. Andere publieke uitingen van persoonlijk verdriet houden schijnbaar geen rekening met het effect op anderen.

De Tilburgse hoogleraar Tineke Nugteren plaatste gisteren kanttekeningen bij deze vormen, die verwant zijn aan de selfie-cultuur van nu, waarbij de eigen persoon overal zijn stempel op moet drukken. Nugteren analyseerde in haar bijdrage de beweging van natuurbegrafenissen als een tegenbeweging tegen de drang om plaatsen, namen en herinneringen voorbij de dood vast te houden.

Nugteren wees erop dat bij dit soort begrafenissen – het verstrooien van as in zee bijvoorbeeld – de verbinding tussen persoon en plaats juist wordt opgeheven. Het draait bij dit soort rituelen om een snelle ontbinding van wat het lichaam van de overledene was, om het oplossen in de elementen. ,,Mensen die hiervoor kiezen, zeggen: ‘laat mij maar langzaam verdwijnen, zonder al die poeha’.”

Toch blijft ook bij deze vormen de drang tot ritualisering bij de nabestaanden, aldus Nugteren. ,,Bijvoorbeeld door het schrijven van de naam van de overledene in het zand op de plek waar ooit de uitstrooiing plaatsvond.” Dat die naam bij de volgende vloed weer uitgewist wordt, doet daar geen afbreuk aan, omdat het in het verlengde ligt van de natuurbegrafenis zelf. ,,Het is een acceptatie van de transitie, van de schoonheid die er ook zit in het feit dat de dingen komen en gaan.”

Nugteren plaatste ook een waarschuwing bij deze en andere trends in begrafenisrituelen. ,,Er is het gevaar dat het te populair wordt, industriële vormen aanneemt, of in het triviale of obscene belandt.” Een gevaar dat overigens veel eerder speelt bij de eerste categorie van persoonlijke monumenten in de openbare ruimte.

De Engelse wetenschapper/kunstenares Rona Lee gaf een andere uitleg aan de drang het verdriet publiek te uiten. Ze wees erop dat rouw nu helemaal niet zichtbaar is in het openbaar. ,,In de negentiende eeuw droegen we een jaar zwarte kleren. Maar hoe moet een ander nu aan je zien dat jij nog volop in het rouwproces zit?” 

Een Terschellinger congresganger voegde zijn persoonlijke ervaring toe in de vragenronde. Hij vertelde hoe hij twee jaar geleden afscheid van zijn vader heeft genomen met een natuurbegrafenis op zee. Die plaats heeft ook nu nog zijn betekenis behouden, want als hij op de Waddenzee zeilt, en hij de plek passeert waar de as is verstrooid, giet hij wat bier in het water. ,,’Deze is voor jou, pa’, zeg ik dan.”