'Krabben zijn kannibalen'

07.03.2010 18:13 Leeftijd: 9 Jaar
Categorie: Ecologie, Waddenacademie, Nederlands
Door: NRC Handerlsblad tekst Arjen Schreuder

Natuurbeschermers. Wie zijn zij? Onderzoeker Isabel Smallegange ontdekte het afhaalbuffet van de strandkrab. Strandkrabben passen de strategie van de afhaalchinees toe. Dat ontdekte de jonge onderzoeker Isabel Smallegange.

Ruim twee jaar geleden promoveerde ze op een proefschrift dat veel kranten haalde wegens één speciale conclusie. Die luidt dat predatoren hun prooi niet altijd opeten op de plaats waar ze die hebben gevangen, maar deze vaak meenemen naar plaatsen waar ze hem in alle rust kunnen oppeuzelen, niet gestoord door concurrenten die hun vangst willen afpakken.

Smallegange houdt niet speciaal van strandkrabben. "Maar ze zijn wel erg geschikt om te bestuderen hoe het foerageergedrag van dieren wordt beïnvloed door de aanwezigheid van voedselconcurrenten", zegt ze. Smallegange is speciaal uit Londen gekomen, waar ze werkt als onderzoeker bij het Imperial College. Ze kreeg onlangs de prijs van de  Waddenacademie voor het beste proefschrift van de afgelopen twee jaar dat met het Waddengebied te maken heeft.
En nu loopt ze weer langs de vloedlijn van de Waddenzee, bij de Mokbaai op Texel. Raapt af en toe een oester op. En vertelt dat we nu geen strandkrabben zullen aantreffen, omdat die zich in de wintermaanden ingraven. Op de achtergrond liggen de gebouwen van het NIOZ, het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee. Daar heeft ze haar onderzoek naar strandkrabben verricht. "Geestdodend werk", zegt ze. "Je zit de hele dag krabben te kijken in een klimaatkamer. Zodra ze een mossel opaten, legde ik er ongezien eentje bij, want de beschikbaarheid van voedsel mocht geen rol spelen in het gedrag van de krabben. Ik observeerde ze via beelden van een camera boven de bakken met krabben. Ik mocht zelf niet gezien worden, want dan zouden ze wegvluchten."

In een café in Den Burg laat ze op haar laptop films van het onderzoek zien. Krabben met jeuk die met hun schild schuren tegen een scheidingswand. Krabben die vechten. Krabben die elkaars mossel afpakken. Krabben in kooien, apart, omdat ze elkaar anders bestoken. "Het zijn kannibalen." Krabben die met hun prooi, de mossel, weglopen om deze elders te kraken en naar binnen te werken. Isabel Smallegange wijst naar een tafeltje elders in het café. "Zie het als een buffet. Ze pakken het eten en gaan het, zoals mensen, elders, op een rustig plekje, zitten opeten."

Je zou kunnen denken dat de observaties genoeg zijn voor een bioloog die het gedrag van dieren bestudeert. Maar daar was het Smallegange niet om te doen. "Ik ben niet geïnteresseerd in één diersoort. Ik ben meer een fundamenteel bioloog. Ik zie het dier als model. In dit onderzoek heb ik bestaande theorieën over het voedselzoekgedrag van predatoren getest. En een van die theorieën was dat waar dieren hun prooien vangen, ze ook blijven. In de praktijk gebeurt dat niet. Daar moet je dus in je theorieën voortaan rekening mee houden. Mensen zien bijvoorbeeld een uil in het bos zitten, terwijl hij een muis zit op te eten." "Dan denken de meeste mensen al snel: nou, die muis zal hij wel ergens in de buurt hebben gevangen." Maar de uil heeft deze muis wellicht een paar honderd meter verderop gevangen, en dat is een afstand die voor muizen véél te groot is om snel te overbruggen. De observatie van de uil zegt dus heel weinig over hoe stabiel een populatie muizen op die plaats is.

Sinds de publicatie van haar proefschrift is de interesse van Smallegange ietwat verschoven. "Ik vind het gedrag van dieren eigenlijk alleen van belang als het gevolgen heeft voor de conditie, de fitness, van de diersoort. Wat heeft het voor zin om naar gedrag van dieren te kijken als het geen gevolgen heeft voor de voortplanting? Dáár gaat het toch allemaal om. Om leven en dood ."

En daarom bestudeert ze in Londen, als postdoc, op dit moment het gedrag van de bollenmijt, een diertje dat vooral van bolgewassen houdt, onder meer van bloembollen. Ze hoopt vooral antwoord te krijgen op de vraag waarom de mannetjes van deze mijtsoort zijn verdeeld in een categorie vechters en niet-vechters, en hoe deze verdeling de populatie van mijten beïnvloedt. "De vechters schakelen meestal de niet-vechters uit. Waarom bestaan die niet-vechters dan nog? Niet-vechters leven langer en ik vermoed dat ze daardoor beter bestand zijn tegen slechte milieuomstandigheden dan vechters. Maar zeker weet ik dat nog niet."

We wandelen door Den Burg. Ja, de interesse van Smallegange is tamelijk fundamenteel van aard, licht ze toe. "Ik wil de werkelijkheid begrijpen." Veel onderzoek is tegenwoordig gericht op snel succes en status in wetenschappelijke kring. Jammer vindt ze dat. "Want je werkt wel met levende wezens. Het zou toch moeten gaan om het onderzoek en niet om het succes dat je er als wetenschapper mee kunt boeken. De wetenschappelijke wereld is heel hard, hoor." Het is vaak erg moeilijk om beurzen te krijgen. Terwijl langdurig fundamenteel laboratoriumonderzoek zoals dat van haar toch van het grootste belang is, zegt ze. "Hoe beïnvloeden veranderingen in de eigenschappen van een soort de voortplanting van de populatie als geheel? Daar weten we weinig van af. Hopelijk kunnen we ooit een link leggen tussen het ecologische en het evolutionaire proces. Het ideaal zou een model zijn voor zogenaamde eco-evolutionaire processen. Kijk, in de fysica is dat allemaal gedaan. Daar werkt men aan één overkoepelende theorie. Het zou mooi zijn als we in de populatiebiologie ook een Einstein zouden hebben."

Isabel Smallegange
· Geboren 1 mei 1976 in Rotterdam
· Woont in Sunningdale, bij Londen, werkt bij Imperial College Londen
· Won prijs van de Waddenacademie voor proefschrift over 'afhaalstrategie' van strandkrabben
· Ongehuwd

Strandkrab
· Dominante predator, oftewel grootste eter, in Waddenzee
· Eet mosselen en oesters, maar ook garnalen, wormen, vis, algen en soortgenoten
· Wordt vier tot vijf jaar oud
· Net als de mens: 10 procent is linkshandig, 'linksklauwig'.

Dit artikel verscheen in het NRC weekblad 13-19 februari 2010 en is overgenomen met toestemming van NRC Handelsblad.