Unieke Wadden in Noord-Europa en Zuid-Korea

05.03.2014 14:32 Leeftijd: 5 Jaar
Categorie: Waddenacademie, Nederlands, Algemeen, Ecologie
Door: University Campus Fryslan

In een vol Oranje Bierhuis vertelden, luisterden en discussieerden dinsdagavond 4 maart twee wetenschappers over de Wadden. Het Café van de Kleine Wetenschap van UCF was ditmaal samen georganiseerd met de Waddenacademie.

Katje Philippart tijdens haar lezing bij het Café van de Kleine Wetenschap. Foto: Hans Jellema.

“There is something in the water”
Ecologe Katja Philippart (bestuurslid Waddenacademie) opende de avond met een lezing over “Mensen, mosselen en microscopisch kleine algen”. Ze vertelde haar verhaal naar aanleiding Wadden monitoring in the spotlight, een boekje dat onder haar hoofdredacteurschap is aangeboden tijdens de trilaterale ministerconferentie in februari 2014. Phillipart nam de aanwezigen mee langs de stand van zaken op het gebied van mensen, mosselen en algen in het Waddenzeegebied. Zo nemen inwonersaantallen in het (Nederlandse) Waddenzeegebied af. Is er bij de werkgelegenheid een interessant onderscheid te zien in redelijk veel werk op de eilanden en weinig werk in de Waddenzeekustgebieden. Verdrijft toerisme, vooral op de eilanden, sinds de jaren ’60 de landbouw en visserij als belangrijkste bron van inkomsten. En behoren de Waddeneilanden tot de meest gewaardeerde plekken in Nederland.

Maar hoe bescherm je de natuurwaarde in het gebied? Daar zijn Europese richtlijnen voor opgesteld: Natura 2000. Een voorbeeld is dat het goed gaat met de scholekster als er 140.000-160.000 van zijn. In Nederland is er in de onderzochte periode van 1991 tot 2006 een sterke afname. De huidige scholeksterstand is minder dan 100.000. Redenen zijn onder andere predatie en afname van voedsel (mosselen en kokkels). De rijkste mosselgebieden in het Nederlandse Waddenzeegebied liggen in het oostelijk deel. Een deel van microscopisch kleine algen is een belangrijke voedingsbron voor mosselen Hoe staat het ervoor met deze algen? Aan de hand van metingen valt te zien dat het verschil tussen voor- en najaarsbloei steeds meer afvlakt. Er zou echter meer gemeten moeten worden om uitspraken te doen. Dit kost echter veel tijd en energie. Slotsom van Phillipart: “There is something in the water”. Als je bij de Waddenzee bent en naar het water tuurt, zie dan niet alleen de schoonheid van de vogels en zeehonden, maar denk er ook aan dat dit water drijft op de brandstof algen.

De Zuid-Koreaanse Wadden
Na de muziek van Willie Darktrousers vertelde UCF-promovendus Jasper Heslinga over zijn onderzoek naar “de Koreaanse Wadden: Unieke plaatsen waar natuur en economie elkaar ontmoeten”. De Wadden zijn niet uniek voor Noord-Europa. Aan de westkust van Zuid-Korea ligt het Koreaanse Waddenzeegebied. Naast flora en fauna en mensen die leven van de wadden, is er ook één van de grootste vliegvelden van Azië op twee “waddeneilanden”, vertelde Heslinga.

En er zijn nog meer verschillen: de eilanden zijn meer gefragmenteerd, toch verschilt het totale oppervlakte weinig met dat van de Nederlandse Waddeneilanden. Er zijn grote verschillen tussen eb en vloed, “macro tidal” genoemd. Toerisme staat daar nog in de kinderschoenen. De sectoren landbouw, visserij en industrie zijn belangrijk. Ook de houding van de Koreanen ten opzichte van hun “wadden”  is anders. Zij zien “nature as a human resource”. Er treedt wel enige verandering in op: sinds de jaren ’90 is er maatschappelijk weerstand hiertegen ontstaan. Toch zijn de milieugerichte NGO’s nog zwak. Daarnaast werken de overheden langs elkaar heen, wat een samenhangend beleid moeilijk maakt. De conclusie van Heslinga luidt: Korea kan veel van Nederland leren, zoals een integraal nationaal beleid, versterken van NGO’s, het verbeteren van bewustzijn door educatie en internationale samenwerking. Maar Korea kan Nederland ook iets leren: meer het lokaal belang inzien van waddengebieden.

Meer foto's op facebookpagina UCF.

Meer informatie over Café van de Kleine Wetenschap op de website van University Campus Fryslan. 

Het Friesch Dagblad besteedde ook aandacht aan het onderzoek van Jasper Heslinga.