Japanse oester helpt Nederlandse mossel een handje

29.03.2018 01:39 Leeftijd: 180 dagen
Categorie: Ecologie
Door: NIOZ

Is de Japanse oester, een exoot uit Azië die steeds verder oprukt in de Waddenzee, ongewenst? "Nee", zegt Andreas Waser van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel. "We krijgen hem toch niet weg. Bovendien helpt hij de inheemse mossel te overleven." Op 13 april verdedigt Waser zijn proefschrift 'Predation on intertidal mussels' aan de Vrije Universiteit te Amsterdam.

Mosselbanken in de Waddenzee. Foto: Jasper Donker

De mossel Mytilus edulis beleefde een absoluut dieptepunt in de jaren '90 van de vorige eeuw. Om te voorkomen dat het oppervlak aan mosselbanken in de Waddenzee nog verder zou dalen, zijn beperkingen opgelegd aan de visserij. Het herstel van de mosselbanken in de Waddenzee viel echter tegen. Waser onderzocht welke factoren een rol spelen bij het herstel. "Mosselen die samenleven met Japanse oesters hebben een grotere overlevingskans dan mosselen in 'pure' mosselbanken", concludeert de bioloog.

De Japanse oester Magallana gigas is een Aziatische exoot die in 1983 voor het eerst in de Waddenzee werd aangetroffen. Deze oestersoort werd bewust geïntroduceerd in de Zeeuwse wateren voor de commerciële productie en vond daarna zijn weg naar de Waddenzee. De inheemse platte oester Ostrea edulis is als gevolg van overbevissing vorige eeuw uitgestorven in de Waddenzee.

Oesterrif biedt beschutting

De Japanse oester is een goede rifbouwer, die zich permanent vasthecht aan de ondergrond. Hij bouwt robuuste 3D-structuren, vestigt zich op bestaande mossel- en oesterbanken en de schelp kan tot wel 30 cm lang kan worden. "De Japanse oester produceert zoveel slib, dat hij hierin zelfs kan 'verdrinken'", vertelt Waser. De mossel ondergaat dit lot niet, want dit schelpdier hecht zich tijdelijk met zijn draden vast en is hierdoor veel mobieler. Zodra hij begraven dreigt te worden in het oesterslib, kan hij zich naar een veiligere plek verplaatsen.

"Mosselen die op gemengde banken leven hebben een grotere overlevingskans omdat zij in het oesterrif beschutting vinden tegen hun voornaamste natuurlijke vijanden", legt Waser uit. In de Waddenzee zijn dit de scholekster, de eidereend, de zilvermeeuw en de strandkrab. "De predatoren kunnen de tussenruimten in de oesterbanken, waar de mosselen leven, moeilijker bereiken. Vooral de kleine mosseltjes profiteren van de bescherming van het oesterrif."

Minder 'vlezige' mossel

Gemengde banken, waar oesters en mossels samenleven, hebben echter ook nadelen, zo blijkt uit Wasers onderzoek. "Mosselen op gemengde banken hebben een slechtere conditie dan hun 'vlezigere' soortgenoten op een pure mosselbank. Op gemengde banken moeten zij om voedsel concurreren met de oester." Waser bepaalde de biomassa door de schelpdiertjes te drogen en te verbranden, en de droge organische stof te wegen. Hij sluit niet uit dat de kleinere biomassa van de mosselen op de gemengde banken de voortplantingssnelheid beïnvloedt. "Het is zeker mogelijk dat een kleiner gewicht ertoe leidt dat het langer duurt voordat de mossel larven gaat produceren."

Scholekster meer moeite met oester-mosselbanken

De 'magere' mosselen op een gemengde schelpdierbank zijn minder aantrekkelijk voor de scholekster. "Het kost een scholekster relatief meer tijd om op gemengde banken voldoende voedsel te vinden", aldus Waser. "Pure mosselbanken hebben hun voorkeur, maar voor veel andere Wadvogels maakt het geen verschil." Scholeksters blijken ook niet echt van oesters te houden, zeker niet van de grotere exemplaren, waarvan ze de schelpen niet kunnen openbreken.

"Uitheemse helper" accepteren én benutten

Waser pleit er niet alleen voor de Japanse oester te accepteren door de belangrijke functie van het oesterrif voor mosselen; deze "uitheemse helper" kan volgens hem zelfs actief worden ingezet in de vestigingsfase van nieuwe schelpdierbanken. "Bio-afbreekbare kratten die nu worden gebruikt om het herstel van mosselbanken te ondersteunen, zou je zelfs kunnen vervangen door de Japanse oester."

Het promotieonderzoek van Andreas Waser maakt deel uit van het onderzoeksproject Mosselwad in samenwerking met Wageningen Marine Research (WMR), Sovon en Stichting Kust & Zee.

Andreas Waser promoveert op 13 april aan de VU in Amsterdam.

Zijn proefschrift: Predation on intertidal mussels. Influence of biotic factors on the survival of epibenthic bivalve beds. wordt opgenomen in het overzicht Wadden gerelateerde proefschriften. En is ook te downloaden in de DARE van de VU of de NIOZ website.

Ter gelegenheid van de promotie van Andreas Waser wordt op 12 april een minisymposium 'Restoration of shellfish beds’ gehouden bij het NIOZ op Texel.