Bodembevolking in beweging

Door: Maria van Leeuwe
Datum: 17 september 2010

Nonnetje (Macoma balthica). Bron: Waddenvereniging

De afgelopen decennia is de rijkdom aan bodembewoners op de droogvallende wadplaten in de Waddenzee toegenomen; in soortenaantal zowel als in biomassa. De algehele verrijking hangt voor een belangrijk deel samen met de opwarming van de Waddenzee. Daarnaast bepalen lokale factoren, zoals de beschikbaarheid van voedingsstoffen, de uiteindelijke soortensamenstelling.

De Waddenzee heeft een hoge diversiteit aan soorten. Dankzij een aantal lange-termijn studies is het mogelijk de ontwikkeling van het bodemleven over de afgelopen veertig jaar te schetsen.

Soorten & aantallen

In de westelijke Waddenzee wordt op het Balgzand al meer dan veertig jaar onderzoek gedaan naar trends in vijftig goed te herkennen soorten. Sinds 1970 blijken hier zich negen nieuwe soorten in de bodem te hebben gevestigd. Deze nieuwkomers hielden vroeger geen stand, maar profiteren nu van de opwarming van de Waddenzee. Er zijn daarbij tot op heden geen autochtone soorten verdrongen.
Niet alleen zijn de soorten in aantal toegenomen, het bodemleven kent ook een hogere biomassa. Er zijn namelijk soorten, zoals de tere platschelp en de kokerworm, die niet goed tegen de kou kunnen. Met de afnemende frequentie van strengere winters overleven deze soorten steeds vaker in grotere getale.
De klimaatverandering is niet voor al het bodemleven goed nieuws. Sommige soorten, zoals het nonnetje,  hebben juist te lijden van de opwarming. Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt door een toename in de predatiedruk op larven na milde winters.

Het Balgzand en de Waddenzee

Zandgaper (Mya arenaria). Bron: Wikimedia

De waarnemingen op het Balgzand komen grotendeels overeen met observaties in de rest van de Waddenzee. De toename in soortenaantal wordt bijna overal waargenomen. Er zijn lokaal wel verschillen in de ontwikkeling van soorten, welke met name zijn terug te voeren op verschillen in omgevingsfactoren. Zo leidt de aanvoer van zoet water tot de dominantie van zandgapers. Het Balgzand kende daarnaast een relatief sterke groei van de uitheemse Amerikaanse zwaardschede, die nu gevonden wordt op locaties die vroeger juist arm waren aan biomassa. Deze schelp lijkt hier zijn eigen plekje gevonden te hebben. Terwijl er in de jaren negentig indicaties waren van verworming, ondersteunen de recente waarnemingen de vroegere observaties niet.
De afgelopen jaren is in de gehele Waddenzee een toename van de winterbiomassa te zien. Deze trend is op het Duitse wad en het Balgzand ook 's zomers zichtbaar. De laatste tien jaar blijkt echter het grootste deel van de Nederlandse Waddenzee hiervan af te wijken. Daar treedt 's zomers een daling op in biomassa, welke mogelijk samenhangt met een afname in de beschikbaarheid van voedingstoffen. Of deze afname wordt veroorzaakt door een verminderde aanvoer van buitenaf, of samenhangt met veranderingen in de omzetting van voedingstoffen in de wadbodem, is nog niet duidelijk.

Figuur: Ontwikkeling van het aantal soorten op het Groninger en Duitse wad in de afgelopen veertig jaar (bron: S. Van der Graaf 2009)

Bron

J.J. Beukema & R. Dekker (2010) Helgoland Marine Research - on line
S. van der Graaf en collega?s (2009) QSR 2009: Chapter 10 Macrozoobenthos

Relatie met de kennisagenda

Gerelateerde onderdelen van de kennisagenda van de Waddenacademie en de achterliggende position papers:

Kennis voor een duurzame toekomst van de Wadden. Integrale kennisagenda van de Waddenacademie.

(Natuur)behoud in een veranderende wereld (position paper Ecologie): (pdf 2,7 Mb).

Lees meer in het thema Ecologie op deze site.

Reageer op deze WadWeten