‘Killer’ kwallen bevolken de Waddenzee

Datum: 14 maart 2013
Door: Hans Revier

Amerikaanse ribkwal. Bron: Lodewijk van Walraven

Enige ophef ontstond toen in 2006 het voorkomen van de ribkwal Mnemiopsis leidyi in de Waddenzee, de Grevelingen en de Oosterschelde werd vastgesteld. Deze uit Amerika afkomstige ribkwal heeft in de Zwarte Zee voor honderden miljoenen euro’s schade aan de visserij veroorzaakt. De roofkwal blijkt gedurende het gehele jaar in de Waddenzee aanwezig te zijn, maar de effecten op de visstand blijken vooralsnog mee te vallen.

Zeedruif

Zeedruif. Bron: wikimedia

Ribkwallen zijn kleine, doorzichtige zeedieren. Kenmerkend zijn de acht rijen van trilharen (‘ribben’) die in de lengterichting over het lichaam lopen. Hiermee kunnen ze zich in het water voortbewegen. In tegenstelling tot de echte kwallen bezitten ribkwallen geen netelcellen voor het vangen van prooien, maar gespecialiseerde kleefcellen. Met twee lange tentakels of met lobben vissen ze dierlijk plankton, visseneieren en vissenlarven uit het water. De zeedruif en het slanke meloenkwalletje zijn inheemse soorten uit onze wateren. In het voorjaar ligt het strand soms bezaaid met bolletjes gelei: aangespoelde ribkwalletjes.

Ballastwater

Mnemiopsis leidyi, wat prozaïsch de Amerikaanse langlob-ribkwal of Amerikaanse ribkwal gedoopt, is waarschijnlijk in de jaren tachtig met  ballastwater van olietankers in de Zwarte Zee terecht gekomen. Vandaar uit is in de jaren negentig de oostelijke Middellandse Zee en de Kaspische Zee bevolkt. Vanaf 2006 wordt de soort in Nederlandse wateren –de Waddenzee, de Grevelingen en de Oosterschelde- aangetroffen. Vermoedelijk is de roofkwal verspreid via ballastwater uit schepen die Rotterdam en Antwerpen aandeden. Overigens sluit men niet uit dat hij ook via natuurlijke weg de zuidelijke Noordzee heeft weten te bereiken. Het warmer worden van het zeewater maakte het mogelijk dat de ribkwallen, door zeestromen meegevoerd, een oversteek over de Atlantische oceaan konden overleven.

Schade

De invasie van M. leidyi in de Zwarte Zee en de Kaspische Zee had grote gevolgen. Door het ontbreken van natuurlijke vijanden, het warmer worden van het zeewater en een toename van het dierlijk plankton –door overbevissing van de ansjovis- explodeerden de aantallen roofkwallen. Aangezien zij grote hoeveelheden dierlijk plankton, visseneieren en vissenlarven eten had dat tot gevolg dat de populatie ansjovis in de Zwarte Zee en de witte steur in de Kaspische Zee volledig ineen stortten. Door het invoeren van een natuurlijke vijand, Beroe ovata een andere ribkwalsoort, en het streng reguleren van de ansjovisvisserij daalden eind jaren negentig de aantallen roofkwallen tot een minder schadelijk niveau.

Waddenzee

Zeedruif. Foto: Lodewijk van Walraven

In 2009 zijn gedurende het gehele jaar inventarisaties naar het voorkomen van de Amerikaanse langlob-ribkwal in de Waddenzee uitgevoerd. Met behulp van speciale netten bemonsterden de onderzoekers wekelijks getijdengeulen op het Balgzand. Het gehele jaar was M. leidyi aanwezig, met grote pieken in midden juni en midden augustus. In augustus werd de grootste dichtheid gemeten: 912 kwalletjes per m3. Na oktober nam de hoeveelheid roofkwallen sterk af. Tijdens het onderzoek constateerde men dat de inheemse slanke meloen(rib)kwal kleine exemplaren van M. leidyi opat, maar de invloed van deze predatie op de populatie lijkt niet groot. Wel stelden de onderzoekers vast dat de meeste vissoorten in de Waddenzee veel eerder kuit schieten en larven produceren dan de eerste piek in het voorkomen van de roofkwal. Hieruit leiden ze af dat M. leidyi slechts in geringe mate van invloed is op de vispopulaties in de Waddenzee. Maar de soort kan nog steeds een geduchte concurrent zijn voor andere dierlijk plankton etende dieren in de Waddenzee. Ook larven van schelpdieren als mossel en kokkel vallen in grote hoeveelheden ten prooi aan de ribkwallen.

De afgelopen jaren zijn tijdens vervolgonderzoek vergelijkbaar hoge dichtheden Amerikaanse ribkwallen waargenomen in zomer en najaar. Aan het eind van dit onderzoek, dat deel uitmaakt van een EU-project dat de gevolgen van de ribkwalleninvasie onderzoekt, hopen de onderzoekers een gedetailleerde schatting te kunnen maken van de hoeveelheid plankton die de ribkwallenpopulatie in elk seizoen opeet.

Bronnen

Artikel Volkskrant uit 2006

Video over het NIOZ-waddenzee onderzoek aan de (rib)kwallen

Video over bedreiging door ribkwallen

Gittenberger, A. (2008). Risicoanalyse van de Amerikaanse langlob-ribkwal Mnemiopsis leidyi A. Agassiz, 1865 GiMaRIS Rapport Nr. 2008.13

van Walraven, Lodewijk, Langenberg, Victor T., van der Veer, Henk W. (2013). Seasonal occurrence of the invasive ctenophore Mnemiopsis leidyi in the western Dutch Wadden Sea, Journal of Sea Research (2013)

Website van het MEMO (“Mnemiopsis ecology and modeling: Observation of an invasive comb jelly in the North Sea”) EU project.

Meer over exoten en kwallen in Wadweten