Oude zeebakens in het Groninger landschap

Door: Tim van Oijen
Datum: 28 februari 2013

Detail van een zeekaart uit 1883 van Hulst van Keulen. Bron: Collectie Fries Scheepvaartmuseum.

Bij een boerderij tussen Delfzijl en het Eemshavengebied staat een rij hoge populieren op de restanten van een oude dijk. Ze hebben de plaats ingenomen van het oorspronkelijke ‘Bosch van Watum’. Dit bos vormde lange tijd samen met de toen nog hoge ‘juffertoren’ van Holwierde een oriëntatielijn voor schepen die de monding van de Eems op voeren.

Archeoloog Egge Knol beschrijft de historie van het Bosch van Watum –eerdere namen zijn het Fenje-Mui’s-bosch en het Advocaten-bosch– in het cultuurhistorisch tijdschrift Stad en Lande. Bij toeval ontdekte hij de vroegere rol van het bos tijdens onderzoek in het Nationaal Archief in Den Haag. Hij vond een inspectierapport van het Loodswezen uit 1823 waarin werd geconcludeerd dat het bos hard aan onderhoud toe was. Uit verder onderzoek bleek dat het bos, toen al niet veel meer dan een paar bomen, in 1809 was aangekocht. Het Loodswezen wilde het beheer van zo’n belangrijk oriëntatiepunt voor de scheepvaart namelijk niet aan particulieren overlaten.

Veilige koers

De toegang tot de Eems was altijd al een lastig vaarwater. Vanouds en nog steeds zijn er twee te bevaren routes: ten westen van Borkum via de Westereems of ten oosten van het eiland via de Oostereems. De laatste is lang het meest gebruikt. J.D. Trock noemt in een beschrijving uit 1781 van de lijn tussen het Bosch van Watum en de toren van Holwierde als koers om vanuit de Oostereems niet op de Randsel (een grote zandplaat) vast te lopen. De oriëntatielijn staat ook in een toelichting bij een oude zeemanskaart uit 1833 vervaardigd door S.J. Keuchenius. Op de kaart zelf staat een rechte lijn getrokken met het bijschrift: ‘Toren van Holwierde vrij bewesten ’t Bosch van Watum’. Ook in de vierde druk van de Zeemans wegwijzer in de Noordzee van J.G. Veening –die is geactualiseerd voor het jaar 1867– staan het Bosch van Watum en de toren van Holwierde samen als landmerken genoemd. Vooral in de winter, wanneer de betonningen uit het water werden gehaald, waren deze landmerken van groot belang voor de scheepvaart.

klik op de kaart voor de volledige versie van het Friesch scheepvaartmuseum http://www.friesscheepvaartmuseum.nl/fsm:col1:dat17937

De bakens verzet

De bomen van het Bosch van Watum stonden op een oude dijk en torenden hoog boven de zeedijk uit, zelfs toen deze in de 18e en 19e eeuw stapsgewijs tot 5,5m boven NAP werd verhoogd. Aan het eind van de 18e eeuw waren er echter plannen om de toren van Holwierde af te breken. Uiteindelijk gebeurde dat niet en werd hij gerestaureerd. Tijdens de zware storm van 1836 kwam de spits toch naar beneden. Door de bouw van een afdak op de plek van de toren behield de kerk toch nog genoeg hoogte om als baken te dienen. Enkele decennia later werd hij alsnog afgebroken.

Inmiddels waren de geulen in het gebied iets verplaatst en was de lijn Bosch van Watum-Holwierde niet meer bruikbaar. Bij de besprekingen van de staatsbegroting voor 1856 stelt de afgevaardigde Dr R. Westerhoff uit Appingedam daarom vraagtekens bij het nut van het onderhouden van het Bosch van Watum. De toenmalige minister van Marine, kapitein ter zee Abraham Johannes de Smit van de Broeke, vermeldt in zijn reactie dat er een ander landmerk is in plaats van de toren van Holwierde. Welke dat is, wil hij niet onthullen:

Bron: Bijblad van de Nederlandsche Staatscourant 1855-1856.

Het Bosch van Watum werd nog tot 1912 onderhouden door het Loodswezen en stond in 1955 nog op de Nederlandse zeekaarten.

Vuurtorens

De plek van het voormalige Bosch van Watum. De hoogste bomen zijn de witbladpopulieren.

In de tweede helft van de 19e eeuw nam in toenemende mate de Westereems de plaats van de Oostereems in. Dit verminderde het belang van het Bosch van Watum voor de navigatie. Uiteindelijk werd de functie van het bos overgenomen door een serie vuurtorens waaronder de in 1888 gebouwde vuurtoren van Watum. Canadese artillerie vernietigde de vuurtoren aan het eind van de Tweede Wereldoorlog omdat Duitse militairen de toren als bolwerk gebruikten. Hij is niet herbouwd maar vervangen door twee lichtopstanden op de dijk die er nu ook niet meer zijn. De witbladpopulieren die in de 19e eeuw zijn aangeplant op de plek van het Bosch van Watum staan er nog, maar vallen nu in het landschap minder op door de bouwwerken van de Eemshaven.

Bronnen

Knol, E. (2012). Het Bosch van Watum als baken voor zeevarenden. Stad en Lande 21 (4), p.22-27. De website van het blad Stad en Lande is: www.stad-lande.nl.

Bijblad van de Nederlandsche Staatscourant 1855-1856.

Zeemans Wegwijzer in de Noordzee, J.G. Veening.

Zeekaart van de Noordzee uit 1883, getiteld: “Noord Zee van Texel tot de Elbe en Weser; door Jacob Swart". Uitgever: wed. G. Hulst van Keulen. Collectie Fries Scheepvaartmuseum.