Walk like an Ophiuran

Door: Tim van Oijen
Datum: 21 november 2013

De gewone slangster. Foto: Ecomare.

Slangsterren (Klasse: Ophiuroidea) zijn stekelhuidigen die nauw verwant aan de zeesterren zijn. In de Noordzee zijn ze zeer algemeen en ook op de wadbodem kun je ze aantreffen. De meeste soorten kruipen over de bodem om organische resten te zoeken en op te eten. De manier van voortbewegen van slangsterren lijkt wel wat op die van viervoeters omdat ze een arm nauwelijks gebruiken. Ze hebben meerdere technieken onder de knie waaronder voorwaarts en achterwaarts roeien.

Slangsterren zijn vijfpotige stekelhuidigen die bij voorkeur in wat diepere wateren (10-200m) leven. Bij niet al te strenge winters kunnen ze ook in de Waddenzee goed overleven. Er komen meerdere soorten voor waaronder de gewone slangster (Ophiura ophiura). Het centrale schijfvormige lichaam van dit dier kan zo’n 3,5 centimeter in diameter worden. De poten worden maximaal 12 centimeter lang.  Zo kan hij vluchten voor roofdieren zoals krabben. De nauw verwante kleine slangster (Ophiura albida) dwaalt minder rond en graaft zich in om zich voor rovers te verstoppen. Het belangrijkste voedsel van beide dieren zijn organische resten.

Slangster doet de  ‘mudwalk’. Foto: Filip Nuyttens.

Het lopen van de slangsterren intrigeert wetenschappers al tijden. Een radiaal symmetrisch dier met vijf armen zou namelijk wel eens een heel andere bewegingspatroon kunnen hebben dan tweezijdig symmetrische twee- of viervoetigen. Niets is minder waar, zo blijkt ondermeer uit onderzoek aan de slangstersoort Ophiocoma echinata.

Roeien en tegengesteld roeien

De slangsterren werden in een aquarium gehouden en gefilmd terwijl ze over de bodem kropen. De opnames werden vervolgens beeld voor beeld geanalyseerd. De dieren bleken twee verschillende moves te beheersen die staan weergegeven in de afbeelding links (klik op de afbeelding voor een vergroting). De looprichting is van links naar rechts. Aan de linkerkant staan opeenvolgende houdingen tijdens een volledige cyclus van de normale roeibeweging.  Er steekt een arm naar voren (zwart); de twee erachter ‘roeien’. De achterste twee armen maken een kruipbeweging die lijkt op de beenbeweging bij tijgeren. Aan de rechterkant staat de achterwaartse roeibeweging. Hierbij sleept er juist een arm (zwart) achter het lijf aan. De twee voorste armen doen het meeste werk. Van beide bewegingen staat hieronder ook een filmpje. De slangster maakt dus tweezijdig symmetrisch wandelbewegingen ondanks dat zijn lijf hier nu niet bepaald de handigste vorm voor heeft.

Evolutionair voordeel

Tweezijdig symmetrische organismen zijn volgens een breed gedragen, maar niet geheel onomstreden, hypothese op aarde algemener dan radiaal-symmetrische organismen omdat een tweezijdig symmetrisch lijf handiger is bij het voortbewegen. Het feit dat de slangster zich tweezijdig symmetrisch voortbeweegt, sluit hier goed op aan. Het is ook opmerkelijk dat veel andere radiaalsymmetrische dieren zich in het verlengde van centrale as voortbewegen (denk bijv. aan kwallen en zeekommers) om zo toch richting aan hun beweging te kunnen geven.

Bronnen

Astley, H.C. (2012). Getting around when you’re round: quantitative analysis of the locomotion of the blunt-spined brittle star, Ophiocoma echinata. The Journal of Experimental Biology 215, p.1923-1929.

Boos,K., L. Gutow, R. Mundry en H.-D. Franke (2010). Sediment preference and burrowing behaviour in the sympatric brittlestars Ophiura albida Forbes, 1839 and Ophiura ophiura (Linnaeus, 1758) (Ophiuroidea, Echinodermata). Journal of Experimental Marine Biology and Ecology 393, p.176-181.