Dinophysis: een vervelend 'algje'

Door : Gerbrand Gaaff
Datum: 9 oktober 2014

inophysis acuminate, de meest voorkomende soort in Waddenzee en Deltawateren, onder de electronenmicroscoop. Foto Gert Hansen via http://www.marinespecies.org/

In augustus werd voor de schelpdiervisserij in de Westelijke Waddenzee een soort 'code oranje' afgekondigd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Er waren verhoogde concentraties van de plaagalg Dinophysis aangetroffen in mosselen en oesters. De verplaatsing van schelpdieren uit het gebied werd even stilgelegd. De wadgidsen op Texel, geïnformeerd door tweets van de Goede Vissers, adviseerden hun groepen vanaf dat moment om maar even geen zelfgeraapte schelpdieren te eten. Inmiddels is de 'r' al lang en breed in de maand en zijn alle waarschuwingen ingetrokken. Maar wat is Dinophysis?

Geen plant, geen dier, maar dinoflagellaat

Dinophysis wordt vaak aangeduid als 'plaagalg', maar dat is niet helemaal juist. Want een alg is een plant en Dinophysis is een dinoflagellaat. Dinoflagellaten zijn eencellige organismen die plant noch dier zijn. Ongeveer de helft van de dinoflaggellaten heeft bladgroenkorrels en lijkt dus op planten, maar de andere helft heeft geen chlorofyl, en voedt zich dus op een dierlijke manier.

DSP

Dinophysis is een geslacht met honderden soorten, waarvan er enkele in schelpdieren huizen. Ze scheiden gifstoffen af waar de gastheer zelf geen last van heeft. De schelpdierconsument kan er echter flink ziek van worden. De vergiftiging door Dinophysis wordt Diarrhetic Shellfish Poisoning (DSP) genoemd. Het veroorzaakt ernstige problemen in het maag-darmkanaal van de schelpdiereter, die vaak pas na enkele dagen overgaan. De samenwerking tussen schelpdier en 'alg' is in ieder geval een vorm van commensalisme: Dinophysis profiteert van het voedsel dat door het schelpdier wordt aangevoerd. Sommigen spreken van symbiose: de 'alg' produceert gifstoffen waardoor het schelpdier op soortsniveau wordt beschermd tegen predatie. Dinophysis kent een bloeiperiode in de zomermaanden. Dit is de achtergrond van de volkswijsheid, die zegt dat je schelpdieren pas kunt eten als de 'r' in de maand is.

Gif

Het gif dat de toxische Dinophysis-soorten uitscheiden heet okadaizuur, vernoemd naar een Japanse sponzensoort die het ook uitscheidt.  Meer precies bekeken is er bij Dinophysis sprake van een complex van varianten van okadaizuur. Dat maakt de detectie van een dreigende bloei van de plaagalg niet altijd even gemakkelijk.

Dubbele orgaanroof

Er zijn aanwijzingen dat veel fotosynthetiserende dinoflaggelaten plantaardige celorganen van hun prooi insluiten en gebruiken alsof het hun eigen organen zijn. In laboratoriumstudies met Dinophysis acuminata, de meest voorkomende soort langs de Europese kusten, is gebleken dat orgaanroof voor deze 'alg' de normale manier van eten is. Zij  stelen bladgroenkorrels van trilhaardiertjes, die ze op hun beurt weer hebben gestolen van algen. Dinophysis acuminata kan maandenlang leven op een eenmaal goed ingebouwde bladgroenkorrel.

D.acuminata steelt een bladgroenkorrel die het trilhaardiertje eerder uit een algencel stal. Uit Hughes 2011.

Bloeien

In januari van dit jaar verscheen van de hand van de Spaanse marien toxiocloge Beatriz Reguera en haar co-auteurs een uitgebreid overzichtsartikel over de schelpdiervergiftiging door Dinophysis-soorten over de hele wereld. Daaruit blijkt dat in de jaren '80 en '90 soms duizenden mensen het slachtoffer werden van een Dinophysis-bloei. Ook in Nederland zijn in die jaren enkele ernstige incidenten geweest. Nu en dan moest het verzaaien, verwateren en oogsten van mosselen en andere schelpdieren worden stilgelegd om te voorkomen dat giftige schelpdieren bij de consument terecht kwamen. In extreme gevallen werden partijen uit de handel teruggehaald nadat er flink wat mensen ziek waren geworden. Dit met alle economische gevolgen van dien.

Wereldwijde verspreiding van Dinophysis-soorten. Uit Reguera et.al (2014).

Regels en controle

Vanwege de risico's voor de volksgezondheid heeft de EU regels opgesteld voor de controle op het voorkomen van plaagalgen in schelpdierculturen en de maatregelen die moeten worden genomen als er een bloei dreigt. In Nederland worden die controles uitgevoerd door IMARES en het RIKILT. Nu en dan worden er Dinophysis-cellen aangetroffen, maar de hoeveelheden zijn niet meer zo bedreigend als in de jaren van de grote algenbloeien. In de zomer van 2012 werd de verkoop van mosselen uit een deel van de Oosterschelde stopgezet in verband met hoge Dinophysis-waarden. Een paar maanden later was er sprake van een vrij ernstige uitbraak onder de schelpdieren langs de Belgische kust. Maar meestal, zoals ook afgelopen augustus in de Westelijke Waddenzee, gaat het om detecties onder het echte gevarenniveau, en zijn een paar tijdelijke voorzorgsmaatregelen voldoende om problemen te voorkomen.

Bronnen:

Mondiaal overzichtsartikel: Reguera B.,P. Riobó, F. Rodríguez, P. A. Díaz, G. Pizarro, B. Paz, J. M. Franco, J. Blanco (2014): Dinophysis Toxins: Causative Organisms, Distribution and Fate in Shellfish. In: Marine Drugs 12(1): 394–461. Webversie

Over de orgaanroof: Jennifer Hughes Wisecaver (2011): Dinophysis acuminata Kleptoplastidy as a model for understanding early events in plastid endosymbiosis. Webnotitie