Vloedmerk

Door: Hans Revier
Datum: 11 september 2014

Vloedmerk. Bron: Waddenzeeschool, Sytske Dijksen

Tijdens elke vloed voert de zee materiaal aan dat op het strand of een zandplaat wordt afgezet. Wieren en algen, allerlei zeedieren en menselijk afval vormen op beschutte plaatsen de zogenaamde vloedmerken. Op het voedselarme strand zijn de vloedmerken voor verschillende karakteristieke dieren en planten een favoriete verblijfplaats. Maar door de stankoverlast van het rottende wier en de aanwezigheid van menselijk afval worden deze bijzondere biotopen vaak opgeruimd.

Rottend wier

Vrouwtje van de gewone strandvlieg. Bron: Diptera.info

Als het stormt komen veel losgeslagen algen op het strand terecht. Langs de Noordzee vooral bruinwieren als blaaswier, knotswier en riemwieren. Langs de waddenkust vormen groenwieren als zeesla en darmwieren een belangrijk deel van het vloedmerk. Naast de wieren spoelen ook kwallen en schelpdieren aan. Het aanspoelsel wordt tijdens elke vloed aangevuld en komt door de springvloed uiteindelijk hoog op het strand terecht. Is een dik algenpakket gevormd, dan vormt door uitdroging de bovenste laag algen een korst. Daaronder beginnen de algen te rotten. Strandvlooien, kleine kreeftachtigen, doen zich er ’s nachts tegoed aan de vochtige warme algenmassa’s. Overdag verschuilen ze zich in het zand onder de algenpakketten om uitdroging te voorkomen.

Wiervliegen

vleugelloze Chersodromia squamata. Bron: Diptera.info

Het aangespoelde zeewier kent een hele specifieke gemeenschap vliegen die overal ter wereld waar het zeewier welig tiert, voorkomen. De larven maken gebruik van de beschutting en de relatieve warmte –er zijn temperaturen van rond de 40 graden in de winter gemeten– van het rottende wier. Wiervliegen zijn dan ook bijna het hele jaar op de stranden aanwezig. In Nederland komen zestien soorten voor. De gewone strandvlieg (Fucellia maritima) is het meest algemeen en komt rond de gehele Atlantische Oceaan op stranden waar wier is aangespoeld voor. Andere soorten hebben een voorkeur voor wat drogere omstandigheden en kiezen voor zeewier dat hoger op strand ligt. Soorten van de geslachten Coelopa en Orygama  vliegen nog nauwelijks en kruipen bij onraad tussen het zeewier weg. Er is zelfs een soort ontdekt, Chersodromia squamata, die het vliegen heeft opgegeven en waarvan de vleugels sterk zijn gereduceerd.

Zeeraket

Zeeraket. Foto: Roy Vrouwenvelder

Naast de wiervliegen komen ook strandvlooien en kevers in de vloedmerken voor. De kevers hebben het gemunt op de larven van de vliegen. Ook spreeuwen eten deze larven terwijl een vogelsoort als de steenloper, op zoek naar strandvlooien, de algen omkeert. Uiteindelijk wordt het vloedmerk door alle dierlijke activiteit sterk gereduceerd en raakt het ondergestoven. Dan gaan planten gebruik maken van deze rijke bron aan voedingsstoffen, zoals zeeraket en loogkruid. Waar het aanspoelsel zich ophoopt op beschutte plekken en niet onderstuift, ontkiemen strandmelde en spiesmelde. Al deze plantensoorten zetten zaden af die, nadat de oude vloedmerken door herfststormen zijn weggeslagen, in het voorjaar in nieuw afgezette vloedmerken weer kunnen ontkiemen.

De stinkende, met vliegen bezaaide en met menselijk afval vermengde vloedmerken zijn, zeker op drukbezochte stranden, niet echt populair bij badgasten. Vaak worden ze weggehaald tijdens strandschoonmaakacties. Maar daardoor verdwijnt ook een belangrijke voedselbron voor veel karakteristieke strandorganismen. Het met de hand verwijderen van afval als visnetten, ballonnen, plastic verpakkingen etc. en het laten liggen van plantaardig materiaal komt de biodiversiteit van onze stranden ten goede.

Bron:

Cadée, G. C. (2014). Vloedmerken, bedreigde soortenrijke minimilieus op het strand. entomologische berichten, 74(1-2), 3-12.