Alg kan heel wat onder de leden hebben

Door: Tim van Oijen
Datum: 29 oktober 2015

Oömyceten op de celkern van een mariene diatomee. bron: university.uog.edu.

Er waren in het najaar weer wat nare verkoudheidjes rond. Ook algen kunnen ziek worden. Diatomeeën, eencellige algen met een glasachtige behuizing, zijn het doelwit van verschillende ziekteverwekkers. Behalve virussen en bacteriën nemen ook zoösporen producerende eukaryoten deze algen te pakken. Over infecties door die laatste groep is verbazingwekkend weinig bekend. Onderzoek op de Duitse wadden helpt daar verandering in te brengen.

Algen staan aan de basis van de voedselketen. Op de wadden vormen diatomeeën een bruinige algenmat die voedsel is voor schelpdieren, pieren en vele andere waddieren. Van diatomeeën die in meren en andere zoetwatersystemen voorkomen is goed bekend dat ze geïnfecteerd kunnen raken door zoösporen vormende parasieten. Daar kunnen infectiegraden oplopen tot bijna honderd procent. De rol van deze parasieten in door diatomeeën gedomineerde zoutwatersystemen is nog een ‘black box’. In een recente studie is de bestaande kennis op een rijtje gezet en wordt onderzoek op de Duitse wadden beschreven.

Slangetje

Links: een zoöopore van Rhizophydium sp. vormt een  slangetje. Rechts: een later stadium: het slangetje vertakt  zich.bron: bama.ua.edu.

Zoösporen zijn ongeslachtelijke sporen die zich met een of twee zweepstaartjes voortbewegen. Ze worden daarom ook wel zwemsporen genoemd. De microscopisch kleine organismen die deze sporen produceren, dragen namen als: chytriden, apheliden, oömyceten, labyrithuloïden en hyphochytriden, cercazoën en phytomyxiden. De zoösporen zijn bij de meeste van hen het stadium waarmee ze hun gastheer infecteren. De spore hecht zich aan een algencel en dringt deze via een soort slangetje binnen. Hierna wordt de celinhoud geconsumeerd. In de meeste gevallen overleeft de alg het niet.

Uit het veldonderzoek in Duitsland bleek dat ook op het wad diatomeeën geïnfecteerd raken. In de Jadeboezem, een estuarium bij Wilhelmshaven, werden op het wad sedimentmonsters genomen om de aanwezige algenmat op infecties te onderzoeken. De onderzoekers gebruikten kleuringstechnieken om de parasieten zichtbaar te maken. Van de algen bleek 6 tot 19 procent geïnfecteerd te zijn. Bij de hoogste algendichtheid piekte ook de infectiegraad, het percentage geïnfecteerde algen. Het overgrote deel van de infecties werd veroorzaakt door chytriden. Door middel van microscopisch onderzoek konden twee soortgroepen worden geïdentificeerd, Rhizophydium spp. En Chytridium spp.. In eerder onderzoek nabij de monding van de Weser was aangetoond dat de oömyceet Lagenisma coscinodisci de diatomee Coscinodiscus sp. infecteert. Dat werd ook in de Oosterschelde vastgesteld.

Voedselweb

Verschillende veldstudies tonen ook de aanwezigheid van zoösporen vormende parasieten in diatomeeën in andere mariene ecosystemen aan. Daardoor wordt meer en meer duidelijk dat dit soort infecties een grote invloed kunnen hebben in zoutwatersystemen. De onderzoekers denken dat de parasieten door het laten sterven van hun gepantserde en dus voor veel dieren slecht eetbare gastheren veel organische koolstof beschikbaar maken voor hogere trofische niveaus. In zoetwatersystemen zijn parasieten mogelijk de drijvende kracht achter successies in planktonpopulaties. Veranderingen in de aantallen algen en verschuivingen in de soortensamenstelling kunnen doorwerken in het complete voedselweb, ook dat van de wadden.

Bron

Scholz, B., L. Guillou, A.V. Marano, S. Neuhauser, B.K. Sullivan, U. Karsten, F.C. Küpper en F.H. Gleason (2015). Zoosporic parasites infecting marine diatoms ? A black box that needs to be opened. Fungal Ecology, in press.