Spoorzoekers

Door: Tim van Oijen
Datum 23 november 2017

Het glijden van (zee)slakken is een energetisch gezien peperdure vorm van voortbewegen. Andere manieren zijn tientallen keren zuiniger. Dat het voor de slakken toch loont om over een slijmlaag te glijden komt omdat de slijmsporen vele functies hebben. Ze helpen de weg naar huis of een partner te vinden en kunnen zelfs als voedselbron dienen.

Er bestaat een grote variatie aan zee-, zoetwater- en landslakken die allemaal slijm produceren om zich voort te bewegen. Uit onderzoek blijkt dat het maken van sporen is geëvolueerd tot een eigenschap die een veelvoud aan andere functies mogelijk maakt.

Oriëntatie

Alikruik. Foto: B. Wilson

Alikruik. Foto: B. Wilson

Veel alleen levende slakken op rotskusten of dijken hebben een vast stekje waar hun schelp precies past, zoals keverslakken en schaalhorens. Ze maken bij het vinden van de weg naar huis gebruik van hun eigen slijmspoor. Soorten die in grotere groepen leven, zoals alikruiken, schuilen in holtes en benutten elkaars sporen om samen veilige plekken te vinden. Dit aggregeren met andere individuen kan helpen tegen uitdroging en verlaagt het risico om op te worden gegeten. Het moet wel worden benadrukt dat deze en andere slakken zich niet alleen met behulp van slijmsporen oriënteren. Ze maken ook gebruik van chemische stoffen in het water, al dan niet geproduceerd door soortgenoten.

Er zijn soorten die in staat zijn om de richting van het spoor van andere slakken te bepalen. Die richting lezen ze mogelijk uit draadachtige filamenten in het slijm. Daarnaast kunnen chemische stoffen in het slijm een gradiënt langs het spoor hebben. Als ze net geproduceerd zijn, zijn ze nog sterk, maar na enige tijd neemt de waarneembaarheid af. Andere slakken kunnen zo bepalen welke kant op het spoor verser is en welke kant op ouder. De zeeslak Onchidium verruculatum laat deze aanwijzingen alleen achter in sporen die van zijn vaste stek weggaan, maar niet in de sporen die er naar terug voeren. 

Partner

Bij bepaalde soorten spelen de slakkensporen een belangrijke rol bij het vinden van een partner. Dit in aanvulling op of als alternatief voor het vrijlaten van feromonen (een soort lokstoffen). Soms zijn de mannetjesslakken in staat om sporen van mannetjes en vrouwtjes te onderscheiden.

Het slijmspoor van slakken is een goede voedingsbodem voor microscopische bodemalgen. Uit onderzoek is gebleken dat alikruiken de algen en voedzame deeltjes die aan het spoor kleven, opeten. Een laatste reden waarom het voortbewegen met slijm energetisch gezien toch uit kan is dat slakken vaak over de sporen van soortgenoten glijden zodat ze zelf minder slijm aan hoeven te maken. Er kleeft natuurlijk ook een nadeel aan de sporen. Diverse rovers op slakken volgen de sporen. Een voorbeeld is de groengele wadpier die op deze wijze oubliehorens lokaliseert.

Mechanismen

Samengevat is uit tientallen jaren onderzoek duidelijk geworden dat het slijmspoor de slak heel wat oplevert. Het is echter nog grotendeels onduidelijk hoe een slak nou precies de sporen leest en soortgenoten of zelfs paringspartners herkent.

Bronnen

Ng, T.P.T., S.H. Saltin, M.S. Davies, K. Johannesson, R. Stafford and G.A. Williams (2013). Snails and their trails: the multiple functions of trail-following in gastropods. Biological Reviews 88, p.683-700. doi: 10.1111/brv.12023.