Het Groene strand van Schiermonnikoog

Door: Cora de Leeuw
Datum 12 juli 2018

Het brede strand van Schiermonnikoog heeft alle ruimte en potentie voor de ontwikkeling van jonge duinen en achterliggende zoute tot zoete vegetaties: hier ontwikkelt zich het Groene strand. Jonge duinen lijken de ontwikkeling van groene stranden te stimuleren doordat ze beschutting geven. Zoet regenwater en zoete kwel vanuit de duinen, evenals zout water vanuit de zee, voeden de bodem van het strand. Zo zijn er volop gradiënten van droog naar nat, van zout naar zoet en van klei naar zand. Daarom kent het strand van Schiermonnikoog een grote diversiteit aan plantensoorten van droge duinen, natte duinvalleien en zoute kwelders.

Breed

Het strand van Schiermonnikoog kent een lange periode van vooral aanzanding (zie WadWeten 14-06-2018). Daarom heeft het ook het breedste strand van alle Waddeneilanden. Aan de westkant was het in 2016 wel 1000-2500 meter breed; aan de noordkant circa 400-800 meter. Ook al zijn er trends en plaatsen waar ook erosie gaande is, netto is er nog steeds sprake van aanzanding. Aan de westkant komt dat door aanlanding van zandplaten door verplaatsing van geulen; aan de noordkant door aanzanding vanuit de buitendelta. De aangelegde stuifdijk is de basis van de huidige zeereep. Op het brede strand heeft zich aan de zeezijde hiervan en in de luwte van jonge duintjes een bijzondere vegetatie kunnen ontwikkelen. Deze verkleint de dynamiek, maar vergroot de biodiversiteit: het Groene strand.

Embryoduinen

In de jaren ’80 was het strand aan de noordkant van het eiland wel een kilometer breed. Hierop ontstonden regelmatig kleine duintjes door zee en wind, de zogenaamde embryoduinen. Deze worden gevormd door Biestarwegras, dat goed bestand is tegen zout water en stevig genoeg is om zand in te vangen. Na het bereiken van enige hoogte kan zich daarna Helm vestigen, dat profiteert van het zoete regenwater dat in de jonge duintjes opgevangen wordt. Soms komt er Zeemelkdistel of Zandhaver in voor. Op enkele plaatsen ontwikkelen zich Duindoornstruwelen in de luwte van de duintjes op overstuivend zand, met Riet, Duinriet en Kruipwilg. Als broedgebied zijn embryonale duinen van groot belang voor de Bontbekplevier, Strandplevier en Dwergstern.

Natte duinvalleien

Tussen de zone van de embryoduinen en de zeereep is op veel plaatsen een vegetatie van natte duinvalleien ontstaan. Deze kon zich in de luwte ontwikkelen onder invloed van zoet kwelwater vanuit de zoetwaterbel in de achterliggende duinen en zout water dat met stormen over het strand spoelde. Dit vormt het hart van het Groene strand. Knopbies is hier een karakteristieke soort, evenals Parnassia, Groenknolorchis, Sierlijke vetmuur, Duinrus, Moeraswespenorchis en Waternavel. Over het algemeen is het zo, dat de soortenrijkdom toeneemt naarmate de dynamiek afneemt en de milieuomstandigheden minder extreem zijn. Enige dynamiek is echter wel een voorwaarde voor het langdurig blijven voortbestaan van deze vegetatie.

Kweldervegetatie

Melkkruid (foto Willie Riemersma)

Melkkruid (foto Willie Riemersma)

Aan de westkant van het eiland, maar ook op enkele plaatsen aan de noordkant, staat het Groene strand meer onder invloed van het zoute zeewater. In laagtes tussen de aangelande zandbanken heeft zich vaak een kleiachtig laagje afgezet, waarop zich een wadachtige vegetatie op slikkige bodem ontwikkelt. Hier komen soorten als Zeekraal en Schorrenkruid voor. Iets hogerop op de meer zandige maar zilte bodem komen Melkkruid, Kweldergras, Dunstaart en af en toe Lamsoor en Engels slijkgras voor. Nog hogerop komen soorten van de hoge kwelder voor, zoals Zeerus, Bosbies, Rode ogentroost, Strandduizendguldenkruid en Watermunt, die zout water tolereren maar vooral onder invloed van zoet water floreren.

Dynamiek

Vroeger waren zoet-zout gradiënten, zoals nu nog aanwezig op het Groene strand, algemeen. Daarom kwamen bovengenoemde vegetatietypen veelvuldig voor, bijvoorbeeld op de oude strandvlakte ten oosten van de Kobbeduinen. Deze is echter, door aanleg van de stuifdijk, geheel begroeid geraakt met dicht struikgewas. Grootjans e.a. filosofeerden of - als in de toekomst de toevoer van zand vanuit zee hier blijft afnemen - het verwijderen van een deel van de bestaande stuifdijk, in combinatie met het verwijderen van de organische laag in de oude strandvlakte, een situatie als vanouds zou kunnen creëren. Incidentele inundaties van zeewater bij storm zouden er dan voor kunnen zorgen dat geen actief natuurbeheer (in de vorm van maaien en afvoeren) nodig is om velden met duizenden orchideeën, zoals Groenknolorchis, Vleeskleurige orchis en Moeraswespenorchis, weer te laten ontstaan en in stand te houden. Onderzoek zou moeten uitwijzen of deze voormalige strandvlakte dan zelfs kan meegroeien met de zee, wanneer er van beide kanten opslibbing plaatsvindt en de dynamiek voor een nieuw groen strand gaat zorgen.

Bronnen

Jan-Erik Plantinga, 2016. Het Groene strand van Schiermonnikoog: de geboorte van een Duinvallei. Twirre. Natuur in Fryslan. Jaargang 26 (2): 3-10.

Grootjans, A.P., P. Stuyfzand, H. Everts, N. de Vries, A. Kooijman, G. Oostermeijer, M. Nijssen, B. Wouters, J. Petersen & R. Shahrudin, 2014. Ontwikkeling van zoet-zout gradiënten met en zonder
dynamisch kustbeheer. Een onderzoek naar de mogelijkheden van meer natuurlijke ontwikkeling in het kustgebied. OBN rapport 2014/193-DK. VBNE, Driebergen.