The adaptive value of migrations for the bivalve Macoma balthica

Auteur: Johan Gerrit Hiddink
Datum: 8 november 2002
Universiteit: Rijksuniversiteit Groningen

Nonnetjes zijn een belangrijke voedselbron voor veel wadvogels, garnalen en jonge platvis. Jan Geert Hiddink toont aan dat het hoge wad (dat droogvalt bij laag water) heel belangrijk is voor de overleving van het nonnetje. Deze kennis is van belang voor het beheer van de Waddenzee. Het nonnetje migreert tussen de kinderkamers voor de jonge nonnetjes op het hoge wad en de leefgebieden van volwassen dieren op het lage wad. Normaal leeft het nonnetje ingegraven in het sediment, maar hij kan over grote afstanden (kilometers) migreren door gebruik te maken van een dunne slijmdraad die tientallen centimeters lang kan zijn. Deze draad verhoogt de weerstand en zorgt er zo voor dat een nonnetje over grote afstanden meegevoerd kan worden door de stroming.

Way of living
Waarom migreert dit schelpdiertje in de Waddenzee? Om deze vraag te kunnen beantwoorden bepaalde Hiddink wat de kosten en baten van de migratie voor het nonnetje zijn. De kosten van de migratie lagen in een verhoogde sterfte tijdens de migratie. De baten waren verschillen in predatiedruk tussen het lage en hoge wad. Uiteindelijk kon Hiddink alle voor- en nadelen van migraties tegen elkaar afwegen in een model om daarmee te bepalen of migraties de fitness van het nonnetje verhogen. Het bleek dat de migratie van en naar kinderkamers op het hoge wad de fitness van Macoma balthica verhoogt. Jonge dieren ontwijken op het hoger wad predatie door de garnaal Crangon crangon, die zeer talrijk is op het lage wad en alleen kleine nonnetjes eet. Door na negen maanden het hoge wad weer te verlaten ontwijken oudere dieren infectie door de parasiet Parvatrema affinis, die alleen voorkomt op het hoge wad en alleen grote nonnetjes infecteert.

Download dit proefschrift (pdf 2,2 Mb).