Over 't Visschen en Jaaghen

Door: Maria van Leeuwe
Datum: 29 januari 2010

Garnalenvisser (bron: www.remeijer.nl)

De Waddenzee kent een lange geschiedenis van exploitatie. Vanaf de eerste menselijke aanwezigheid werd er gebruik gemaakt van bijna alles wat groeide en bloeide op en langs het wad. Met de bevolkingsgroei nam de druk op de natuur gestaag toe. De afgelopen 1000 jaar kenmerken zich vooral door over-exploitatie. De laatste decennia begint het besef door te dringen dat regelgeving noodzakelijk is om het verdwijnen van veel soorten te voorkomen en herstel in de waddenregio te bevorderen. De grijze zeehond heeft zijn plek inmiddels weer gevonden.

 

Jager-verzamelaars

De oudste nederzettingen in de waddenregio dateren van 5000 vC. De zogenaamde jager-verzamelaars vormden kleine leefgemeenschappen die leefden van wat de zee en het land bood. Naast kleine zoogdieren zoals otters en bevers vormden vissen, vogels, schelpdieren en algen de belangrijkste bron van voedsel, en leverden ze grondstoffen voor kledij en gereedschappen. In latere eeuwen kregen de leefgemeenschappen meer structuur en kwamen er steeds meer permanente vestigingen in de waddenregio. Vaste beroepen, waaronder de jacht en de visserij, kwamen rond 500 vC. tot ontwikkeling.

Commercialisering en expansie

De bevolking nam in de loop van de tijd gestaag toe, en daarmee werd de vraag naar producten groter. De commerciële jacht op vogels richtte zich met name op grotere soorten als kraanvogels, reigers, eenden, en aalscholvers. Daarnaast werden zeehonden, bruinvissen en walvisachtigen bejaagd.
Vanaf het moment van intensivering werd de visserij ten opzichte van de jacht echter steeds belangrijker, omdat zij minder arbeidsintensief was en meer profijt bracht. Tot in de vroege Middeleeuwen werd er hoofdzakelijk op trekvissen als steur en zalm gevist. Vanaf 1000 aD kwam de kustvisserij tot ontwikkeling. In de Zuiderzee bloeide de visserij op paling, spiering en ansjovis.
Al in de 12de en 13de eeuw was er sprake van overbevissing. De visserijinspanningen verlegden zich daarop richting de Noordzee. Sterke expansie volgde rond ca. 1500. Met de uitbreiding van de handel trokken de Hollanders de wereldzeeën over. De visserij volgde in haar spoor. Haring-, schelvis- en kabeljauwvisserij werd een belangijke economische factor.

Afbeelding Bron: Lotze 2007

Over-exploitatie en Regulatie

Tot het begin van de vorige eeuw waren visserij en jacht aan weinig regels gebonden. Vogels en vissen werden bejaagd tot de opbrengsten afnamen door over-exploitatie en de handel successievelijk minder winstgevend werd. Eind 19de eeuw stonden veel soorten op het randje van uitsterven. In de waddenregio verdwenen de grijze zeehond, de rog en de platte oester. Uit noodzaak concentreerde de commerciële visvangst zich vanaf de 20ste eeuw volledig op schelpdieren en garnalen; de enig overgebleven groepen waaruit nog grootschalige winst te behalen viel.
Pas de laatste eeuw is er een kentering zichtbaar en komt er langzaamaan wetgeving tot stand. Voor sommige soorten komt deze regelgeving op tijd. Zo nemen de eidereend en de grijze zeehond weer langzaam toe in de Waddenzee. Het is echter de vraag of voor veel vispopulaties deze kentering op tijd komt.

Bronnen

WJ Wolff (2005) Helgoland Marine Research 59: 31-38.

HK Lotze (2007) Fisheries Research 87: 208-218.

Foto Granalenvisser: http://www.remeijer.nl/ansichtkaarten/finsterwolde/onderwerpen/garnalenvisser

Relatie met de kennisagenda

Gerelateerde onderdelen van de kennisagenda van de Waddenacademie en de achterliggende position papers:

Kennis voor een duurzame toekomst van de Wadden. Integrale kennisagenda van de Waddenacademie: p. 47 en 53.

Relevant position paper:
De late prehistorie en protohistorie van holoceen Noord-Nederland (versie 2.0) (Nationale Onderzoeksagenda Archeologie,hoofdstuk 12) (pdf 3,0 Mb)