Estuaria hoppen

Door: Romke Kats
Datum: 9 september 2011

Zeven voor vogels belangrijke estuaria in West-Europa. Bron: Waddenvereniging

Ze zijn er weer, de steltlopers. Allemaal komen ze uit het hoge noorden, waar ze broeden. Wat ze straks gaan doen, verschilt per vogel.  De een blijft maar kort in de Waddenzee en trekt daarna door naar het warmere zuiden. Anderen blijven de hele winter hier. Een ondersoort als de kanoetstrandloper hopt gedurende de wintermaanden heen en weer tussen verschillende West-Europese estuaria. Is de verspreiding van de vogels over de verschillende gebieden willekeurig of zit er een 'idee' achter?

Kanoeten (Calidris canutus) bezoeken de Waddenzee tijdens hun jaarlijkse reis tussen het broed- en overwinteringgebied. De islandica ondersoort overwintert niet alleen in Nederland, maar ook in Engeland en Frankrijk. Uit onderzoek blijkt dat tweederde van de populatie in de Wash verblijft. Dit is een waddengebied aan de oostkust van Engeland (zie WadWeten 2 april 2010). In de westelijke Waddenzee is zo'n twintig procent van deze populatie aanwezig. Zes procent is geteld in een vijftal Franse estuaria (zie WadWeten 29 april 2011), waarvan er twee kolonies in het Kanaal liggen en drie langs de Atlantische kust. Het aantal islandica kanoeten verschilt per gebied. Gemiddeld overwinteren de meeste vogels in de twee  grootste gebieden. Dat zijn de Wash en het waddenzeegebied. 's Winters (2001/02 - 2005/06) zijn daar gemiddeld respectievelijk 83.000 en 26.000 vogels aanwezig. Onderzoekers hebben bepaald dat er in de zeven bovengenoemde gebieden gemiddeld 1,7 kanoeten per hectare aanwezig zijn. De dichtheid van kanoeten op plekken met geschikte habitats is vijf keer hoger, namelijk 8,9 kanoeten per hectare.

Vrije verspreiding

Kanoet RWYBW, gering op 1 augustus 2003 op de Richel, een zandplaat te zuidoosten van Vlieland en gefotografeerd op 25 januari 2004 bij Heysham, Lancashire in noordwest Engeland door Adrian Winter. Bron: NIOZ

Dieren verspreiden of verdelen zich op verschillende ruimtelijke schaalniveaus, zoals op het niveau van wadplaten, Waddenzee of estuaria in West-Europa. Wetenschappers hebben nu onderzocht of er een bepaald systeem zit achter de verspreiding van de kanoeten. In het meest ideale geval verspreidt een groep dieren zich op zo?n manier, dat er voor alle dieren een maximale hoeveelheid voedsel is. Dit wordt de theorie van de ideale vrije verdeling genoemd. Hierbij wordt aangenomen dat dieren gelijke mogelijkheden hebben om voedsel te bemachtigen, alle beschikbare kennis over voedsel voorhanden is en dat bij verplaatsing naar een ander gebied geen energie verloren gaat. De voedselopname neemt af bij een toename van het aantal concurrerende dieren. Dit wordt interferentie genoemd.

Uit eerder onderzoek in de Waddenzee naar de verdeling van kanoeten op kleine schaal in ruimte en tijd blijkt dat de ideale vrije verdeling geen goede verklaring is van de verspreiding. Kanoeten leven in een beperkt getijdengebied van enkele tientallen vierkante kilometers groot. Ze zijn dus niet vrij in hun beweging.  Elke dag hebben ze bovendien een vaste routine. Vanwege de getijdewerking moet er vier keer gevlogen worden tussen de hoogwatervluchtplaats en het voedselgebied op het wad. De dagelijkse verplaatsingen kosten de vogels veel energie.

Uitwisseling

Kanoeten blijken gedurende een winter meerdere estuaria te bezoeken. Tussen gebieden als de Wash en de Waddenzee vindt uitwisseling plaats. Wetenschappers hebben namelijk meerdere vogels in dezelfde winter in twee gebieden waargenomen. Dit was mogelijk omdat de vogels in het veld individueel herkenbaar waren door unieke codes op ringen. Het onderzoek toont aan dat de keuze van het juiste schaalniveau in ruimte en tijd van groot belang is om de verspreiding van dieren te verklaren. Op kleine schaal wordt lokale kennis over de voedselomstandigheden verzameld en uitgewisseld op hoogwatervluchtplaatsen en tijdens het voedsel zoeken door soortgenoten op het wad. De vogels zijn gedurende de winter op grote schaal in staat om het voedselaanbod in verschillende estuaria te volgen en te vergelijken. De energie die het kost om heen en te weer vliegen tussen estuaria is aanzienlijk op een kleine tijdschaal, bijvoorbeeld in termen van dagen. Op een grotere tijdschaal, bijvoorbeeld een gehele winter, kost het minder energie en wordt het geschat op slechts 1% van het totale energieverbruik.

Met deze kennis op zak maken dieren de afweging naar welke gebied ze gaan en in welk gebied er de beste omstandigheden zijn om naar voedsel te zoeken. De verspreiding van islandica kanoeten in West-Europa wordt verklaard door de theorie van de ideale vrije verdeling. Dit onderzoek laat zien dat met kennis over voedselverspreiding en energiehuishouding bij dieren internationale natuurbescherming, zoals Natura 2000, op grote geografische schaal onderbouwd kan worden.

Bron

van Gils, J., Spaans, B., Dekinga, A. & Piersma, T. 2006 Foraging in a tidally structured environment by red knots (Calidris canutus): ideal, but not free. Ecology 87, 1189-1202.

Quaintenne, G., J. van Gils, P. Bocher, A. Dekinga & T. Piersma 2011. Scaling up ideals to freedom: are densities of red knots across western Europe consistent with ideal free distribution? Proc. R. Soc. B 278: 2728-2736

Relatie met de kennisagenda van de Waddenacademie

Gerelateerde onderdelen van de kennisagenda van de Waddenacademie en de achterliggende position papers:

Kennis voor een duurzame toekomst van de Wadden. Integrale kennisagenda van de Waddenacademie: p.41 t/m 49.

(Natuur)behoud in een veranderende wereld (position paper Ecologie) (pdf 2,7 Mb)

Lees meer in het thema Ecologie op deze site.