Het neusje van de houting

Door: Tim van Oijen
Datum: 10 juni 2011

Spyhoppende houting in het net van een zegenvisser op het IJsselmeer. Bron: IMARES.

Wat is dat? De vis lijkt het zelf ook te denken. Met z'n geinige puntige snuit. In de netten van de visser is de houting te herkennen aan dit gedrag. Spyhopping heet het: even de kop boven water steken om te kijken wat er aan de hand is. In het IJsselmeer wordt de houting de afgelopen jaren weer af en toe in de vangst aangetroffen. In de Waddenzee is hij al decennia een rariteit. Maar dat zou kunnen veranderen.

De houting is een diadrome vis, net als bijvoorbeeld de zalm. Dit betekent dat hij een deel van zijn tijd in zee doorbrengt en een deel in zoetwater. De houting kwam tot in het begin van de twintigste eeuw voor in de hele Waddenzee en in de Groningse riviertjes die er op uitkomen. Hij was ook algemeen in Noordzee, Zuiderzee (het huidige IJsselmeer) en de grote rivieren. De paaipopulatie is in de loop van de twintigste eeuw door combinatie van overbevissing, slechte waterkwaliteit en de aanleg van sluizen en dammen uit de Nederlandse rivieren verdwenen. Geen wonder dus dat weinig mensen deze vis nog kennen. In het Deense deel van de Waddenzee zwemt, mede dankzij een herstelprogramma, nog een redelijk aantal houtingen rond. Ze paaien in de rivieren die daar in zee uitmonden, waaronder de Varde Å, de Ribe Å en de Vidå. De eitjes hechten zich er vast aan zoetwaterplanten. De larven groeien vervolgens ook in zoetwater op. Waarschijnlijk gaan ze na een paar maanden naar zee, als ze een centimeter of vier lang zijn.

Vangsten bij de Afsluitdijk

Een jonge houting, gevangen in de Deense rivier de Vidå. Foto: Hans Ole Hansen.

Dichterbij in Duitsland is de houting ook geherintroduceerd. Er zijn ondermeer in de Lippe, een zijriviertje van de Rijn, van 1992 tot 2006 jonge exemplaren uitgezet, vaak met honderdduizenden tegelijk. Het resultaat van de herintroducties is tot aan de Afsluitdijk te merken. Sinds 2001 wordt daar door IMARES in opdracht van het Ministerie van EL&I de aanwezigheid van diadrome vissen bestudeerd. Hiertoe zijn bij de sluizen bij Kornwerderzand aan de Waddenzeekant fuiken geplaatst. In de periode 2002-2009 werden er elk meetjaar zo'n tien tot honderd houtingen gevangen. De afgelopen jaren waren dat vooral jonge exemplaren, maar niet de uitgezette dieren. Die waren namelijk voor het uitzetten chemisch gemerkt en zouden te herkennen zijn aan een kleuring van de gehoorsteentjes (otolieten). De jonge houtingen zijn dus inmiddels het resultaat van natuurlijke paai, maar het is niet duidelijk waar die dan precies heeft plaats gevonden.

Naast houting werden er overigens in de fuiken nog allerlei andere diadrome vissen gevangen. In 2009 werden er in totaal anderhalf miljoen geteld, verdeeld over tien soorten: driedoornige stekelbaars, aal, houting, grote marene, fint, zeeforel, rivierprik, zeeprik, bot en spiering. Voor de stekelbaars was 2009 een recordjaar, met een vangst van meer dan een miljoen exemplaren.

Levensgeschiedenis aflezen uit schubben

Deukjes in een schub van een houting, gemaakt met een laser. Bron: IMARES.

Het is nog de vraag of de houting al veel in de Waddenzee verblijft, of dat hij vooral in zoete wateren rondzwemt. Schubben van volwassen exemplaren uit het IJsselmeer zijn hier al eens op onderzocht. Een Duitse onderzoeksgroep brandde met een laserstraal dutjes in groeiringen van de schubben die in een steeds latere periode in het vissenleven waren gevormd (zie afbeelding). De opstijgende dampen werden vervolgens geanalyseerd. Uit de hoeveelheid strontium en calcium in de damp was af te leiden of de vis tijdens de vorming van de groeiring in zoet of zout water zat. Deze elementen komen in zoet water namelijk in een andere verhouding voor dan in zout water. Hieruit bleek dat verreweg de meeste vissen het zoete water nooit hadden verlaten.

Vispassages

Voorwaarde voor een verdere verspreiding van de houting en ook andere zeldzame diadrome vissoorten is een goede verbinding tussen zout en zoet water. Hier zijn zorgen over omdat de vissen op hun trek steeds meer obstakels ondervinden zoals dammen, gemalen en sluizen (zie WadWeten: Glipt de paling ons door de vingers?). Er wordt hard aan gewerkt om de toegangen of verbindingen te verbeteren, zowel in Nederland en Duitsland als in Denemarken. Een van de manieren is de aanleg van vispassages bij sluizen.

Bron

Tulp, I., I. de Boois, J. van Willigen en H.-J. Westerink (2011). Diadrome vissen in de Waddenzee: Monitoring bij Kornwerderzand 2001-2009. IMARES rapport C008/11. http://edepot.wur.nl/163291.

Winter, H.V., J.J. de Leeuw en J. Bosveld (2008). Houting in het IJsselmeergebied. Een uitgestorven vis terug? IMARES rapport C084/08. http://edepot.wur.nl/143719.

Borcherding, J., C. Pickhardt, H.V. Winter en J.S. Becker (2008). Migration history of North Sea Houting (Corogonus oxyrinchus L.) caught in Lake IJsselmeer (The Netherlands) inferred from scale transects of 88Sr:44Ca ratios. Aquatic Sciences, 70 (1): 47656.

In juli 2011 wordt er een symposium gehouden over de houting in Tønder (Denemarken). Voor meer informatie, zie: http://www.snaebel.dk/English/Houting.

Relatie met de kennisagenda van de Waddenacademie

Gerelateerde onderdelen van de kennisagenda van de Waddenacademie en de achterliggende position papers:

Kennis voor een duurzame toekomst van de Wadden. Integrale kennisagenda van de Waddenacademie: p.41 t/m 49.

(Natuur)behoud in een veranderende wereld (position paper Ecologie) (pdf 2,7 Mb)

Lees meer in het thema Ecologie op deze site.