Should I stay or should I go?

Door: Romke Kats
Datum: 14 januari 2011

Dode scholekster in het ijs. Bron: E. Boode-van der Burgt, vroegevogels.vara.nl

Van bepaalde keuzes in het leven zijn de gevolgen niet goed te overzien. Overwinterende vogels in het waddengebied zijn onrustig tijdens strenge winters. Het is  koud, het vriest en er ligt sneeuw. Kortom, het is tijd om een keuze te maken: blijven of vertrekken? Een beslissing over leven of dood.

Strenge winters worden gekenmerkt door een langdurige en koude wind uit het oosten. De Waddenzee vriest dicht, de wadplaten liggen langduriger droog dan normaal. Door de aanhoudende vorst bevriezen de platen en raken ze bedekt met ijs. Kwelders worden omgetoverd tot sneeuwlandschappen. Mooi voor het oog, dat wel, maar voor vogels is er een keerzijde.

Keuzes maken

Overwinterende vogels zijn elke dag bezig om in leven te blijven. Schelpdieren en wormen zijn tijdens strenge winters voor de overwinteraars moeilijk tot niet meer bereikbaar, of zelfs doodgevroren. Het voedsel dat op sommige plekken nog wel beschikbaar is, moet worden gedeeld met anderen en dit leidt tot strijd. Door de kou is juist meer voedsel nodig om warm te blijven. Een vogel heeft de keuze tussen twee opties om de winter te overleven: wachten of weggaan. Kleinere soorten als de kievit en de goudplevier zoeken bij de eerste vorstperiode vrijwel direct de vorstgrens in het zuiden op. Grotere vogels, zoals scholeksters en rotganzen, kiezen voor wachten. Met hun vetreserves kunnen ze een korte periode van vorst met minder voedselopname overbruggen. Wel wordt er op de reserves ingeteerd. Te lang wachten tijdens een langdurige vorstperiode leidt tot verhongering met massasterfte tot gevolg. Het aantal dood gevonden scholeksters langs de Nederlandse kust was hoog tijdens de strenge winters in de periode 1985-87 (zie Figuur 1C). Ringonderzoek laat zien dat bijna een kwart van alle scholeksters in koude winters omkomen. Overigens bleef de sterfte vorig jaar beperkt ondanks de relatief koude winter in vergelijking met eerdere koude of zeer koude winters.

Vorstvlucht

Een uiterste mogelijkheid om te overleven is weg gaan voor de vorst, de zogenaamde vorstvlucht. Zuidelijker gelegen waddengebieden of estuaria met droogvallende platen en kwelders, zoals het Deltagebied in Zeeland, worden dan door vele soorten wadvogels bezocht. De aantallen kanoeten zijn daar tijdens strenge winters ruim 70% hoger. Tijdens strenge winters verlaten gemiddeld honderdduizend scholeksters de Waddenzee (zie Figuur 1A). Hiervan worden er maximaal veertigduizend (40%) in de Zeeuwse delta teruggevonden (zie Figuur 1B). Dit geeft aan dat tijdens strenge winters de ruimte in Zeeland met betrekking tot wadplaten beperkt is voor wadvogels . De overige 60% vliegt verder door naar het zuiden en bezoekt estuaria in het noordelijk deel van Frankrijk. Een beslissing die fataal kan aflopen. De meeste scholeksters worden daar slachtoffer van de jacht. Voor in de Waddenzee overwinterende rotganzen zijn de kwelders in Zeeland sowieso geen alternatief als ze bedekt zijn met sneeuw. Hun voedsel is dan niet bereikbaar. Dat ook rotganzen Frankrijk bezoeken wordt door ringonderzoek bevestigd (zie Figuur 2). Verdere analyse van terugmeldingen zal uitwijzen of Frankrijk ook voor rotganzen een risicovol land is om te overwinteren.

Bron

Bruinzeel L.W. (ed.). 2009. Overleving, trek en overwintering van scholekster, kievit, tureluur en grutto. Directie Kennis en Innovatie, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ede.

Camphuysen C.J., Ens B.J., Heg D., Hulscher J.B., van der Meer J. & Smit C.J. 1996. Oystercatcher Haematopus ostralegus winter mortality in The Netherlands: the effect of severe weather and food supply. Ardea 84 (A) : 469 - 492.

Camphuysen C.J. 2010. Olieslachtoffers op de Nederlandse kust, 2009/2010. Report to the Ministry of Transport, Public works and Water Management, Rijkswaterstaat Noordzee by Royal Netherlands Institute for Sea Research, Texel.

Ebbinge  B., van der Jeugd H., Müskens G. & Voslamber B. 2010. Kleurring- en Halsbandprogramma's bij ganzen. De Levende Natuur 111 (1): 36-39.

Kam J. van de, Ens B.J., Piersma T & Zwarts L. 1999. Ecologische atlas van de Nederlandse wadvogels. Schuyt & Co, Haarlem.

Relatie met de kennisagenda van de Waddenacademie

Gerelateerde onderdelen van de kennisagenda van de Waddenacademie en de achterliggende position papers:

Kennis voor een duurzame toekomst van de Wadden. Integrale kennisagenda van de Waddenacademie: p.41 t/m 49.

(Natuur)behoud in een veranderende wereld (position paper Ecologie) (pdf 2,7 Mb)

Lees meer in het thema Ecologie op deze site.

Schrijf een reactie