Rare wormen

Door: Hans Revier
Datum: 25 april 2013

Lineus Longissimus. Foto: Marco Faasse, via www.zeeinzicht.nl

Ze kunnen heel lang worden, zwemmen goed en zijn enorme rovers. Toch is er over de snoerwormen die in de Waddenzee voorkomen weinig bekend. Langzaam beginnen onderzoekers het voorkomen en de levenswijze van deze bijzondere diergroep te ontrafelen. Alles lijkt ongewoon te zijn bij de snoerwormen.

Ongeleed

De snoerwormen vormen een aparte groep in het dierenrijk, de Nemertea. In tegenstelling tot de ‘gewone’ wormen bestaat hun lichaam niet uit segmenten. De huid van de lange gladde snoerwormen is helemaal met trilharen bezet. Veel soorten kunnen zich sterk samentrekken en weer uitrekken. Soms tot wel vijf keer zo lang. De soort Lineus longissimus, die ook in het Nederlandse kustgebied voorkomt,  kan een lengte van meer dan dertig meter bereiken en is daarmee de langste diersoort op aarde. Snoerwormen breken makkelijk, maar de fragmenten groeien weer uit tot volwaardige wormen. De meeste soorten komen voor in het mariene milieu, vaak vrijzwemmend, maar ook in het zand en tussen planten en stenen. Snoerwormen zijn rovers: ze jagen vaak op prooien van hun eigen omvang en vangen deze met behulp van hun uitstulpbare slurf, die ze rond de prooi wikkelen. Bij sommige soorten bevat de slurf een gifstekel. Het is lastig om de verschillende soorten snoerwormen te onderscheiden. Sommige soorten zijn opvallend gekleurd, maar de meeste kunnen pas met behulp van microscopisch onderzoek of een DNA-analyse op naam worden gebracht.

Waddenzee

Lineus Ruber, via www.eol.org

Ondanks al het onderzoek is niet veel bekend over de snoerwormen die in de Waddenzee leven. Door de moeilijke identificatie wordt bij routineonderzoek vaak alleen de term Nemertea gebruikt als snoerwormen in de monsters worden aangetroffen. Gebaseerd op schaarse vermeldingen uit de literatuur kwam men in 2000 tot de conclusie dat er zeven soorten in de Nederlandse kustwateren voorkomen. Maar toen men echt op zoek ging steeg het aantal snel tot achttien. En de verwachting is dat dit aantal nog zal toenemen. Uit het Nederlandse waddengebied zijn maar een paar soorten bekend, bijvoorbeeld de soort Lineus ruber, die in 1951 in aantallen tot 20 per m2 in het Noorderleegh (Noord-Friesland Buitendijks) werden gevonden.

Gangbang

Tetrastemma melanocephalum, via aphotomarine.com
Lineus Viridis. Foto: Eduardo Zattara via www.eol.org.

Onderzoek in de Waddenzee, nabij het Duitse eiland Sylt, heeft wat meer licht geworpen op de levenswijze van enkele soorten snoerwormen. Zo blijkt de soort Tetrastemma melanocephalum vooral van slijkgarnalen te leven. Als de vloed zich terugtrekt gaan deze snoerwormen op jacht. Twee tot vier uur na de hoogste waterstand komen ze in grote aantallen voor op plekken waar de slijkgarnalen ingegraven zitten. Laboratoriumexperimenten tonen aan dat ze afkomen op de stoffen die de slijkgarnalen afgeven. De snoerwormen zelf verstoppen zich in de u-vormige gangen die zagers (Nereis diversicolor) hebben gegraven. Van een andere soort, Lineus viridis, bestudeerden de Duitse onderzoekers het paringsgedrag. Gedurende een aantal jaren werden deze snoerwormen op het wad en in het laboratorium geobserveerd. De mannetjes van Lineus viridis zijn een stuk kleiner (5 tot 6 centimer) dan de vrouwtjes (10 tot 12 centimeter). Tijdens de paring kruipen verschillende mannetjes op een vrouwtje. Het vrouwtje vormt dan een cocon die de verschillende mannetjes en zichzelf omgeeft. Dan vindt een inwendige bevruchting plaats. Na deze paring begint het vrouwtje eitjes af te zetten en verliest meer dan 40% van haar gewicht. De mannetjes blijken dan nog voldoende zaadcellen te bezitten om ook andere vrouwtjes te bevruchten. Hoewel eerder werd aangenomen dat de vrouwtjes na het leggen van de eieren sterven, bleek uit dit onderzoek dat de vrouwtjes nog enkele jaren in leven konden blijven.

Naar men aanneemt leven de snoerwormen van veel in de Waddenzee voorkomende bodemdieren. Ze jagen op slijkgarnalen, borstelwormen en vlokreeftjes. Misschien is hun rol in het voedselweb van de Waddenzee groter dan hun onbekendheid doet vermoeden.

Bronnen

Faasse, M.A. 2003. Nederlandse mariene snoerwormen (Nemertea). Het Zeepaard 63(4): 98-109.

Kruse, I. & F. Buhs. 2000. Preying at the edge of the sea: the nemertine Tetrastemma
melanocephalum and its amphipod prey on high intertidal sandflats
. Hydrobiologia 426: 43–55, 2000.

Döhren, van J., Beckers, P. & T. Bartolomaeus. 2012. Life history of Lineus viridis (Müller, 1774)
(Heteronemertea, Nemertea) Helgoland Marine Research
September 2012, Volume 66, Issue 3, pp 243-252.

blog Marco Faasse: http://www.zeeinzicht.nl/nieuws2/?p=1592