Zonder stormen geen Slufter

Door: Gerbrand Gaaff
Datum: 5 september 2013

De Sluftermonding in augustus 2013, afgedamd en verzand. foto Sytske Dijksen, Foto Fitis. Klik op de foto voor een vergroting.

Het was opmerkelijk nieuws: Staatsbosbeheer Texel meldde eind augustus 2013 dat de monding van de Slufter was verzand. Een uniek, zilt natuurgebied was afgesneden van de zee. De dagen daarna ging het richting springtij: de hoogwaters kwamen steeds hoger en uiteindelijk spoelde de vloed weer een paar keer over de drempel in de verzandde geul. Maar daarmee is de oude situatie nog niet hersteld. Staatsbosbeheer hoopt erop dat de winterstormen het probleem zullen oplossen. Ze vinden de wetenschap aan hun zijde.

Zoute duinvallei

De Slufter ligt ingeklemd tussen twee stuifdijken, in het noordwestelijk duingebied van Texel. Het gebied lijkt nog het meest op een duinvallei, ware het niet dat er in de westelijke stuifdijk een opening van ongeveer 400 meter zit.  In die opening ligt een zandvlakte op strandhoogte, waar een getijdengeul doorheen loopt. Via die geul staat het krekenstelsel in de vallei in open verbinding met de zee. Onder normale omstandigheden vult de vloed alleen de kreken en lopen ze met de eb weer leeg. Bij extreem hoog water wordt de hele vallei overspoeld met zout zeewater. De Sluftervallei is dan ook begroeid met planten die tegen zout kunnen, en lijkt qua vegetatie sterk de op de echte eilandkwelders. Het landschapstype van een zilte duinvallei die in permanente verbinding met de zee staat heet ook 'slufter', vernoemd naar het gebied op Texel. Het Zwin, op de grens tussen België en Nederland, is daar een voorbeeld van.

Gevaar

Vanuit het oogpunt van kustverdediging is de Slufter een zorgenkindje. De oostelijke stuifdijk, de Zanddijk, is maar één kruin breed maar beschermt wel de hele noordelijke helft van Texel. Bij een superstorm mogen de golven in de vallei niet zo sterk worden dat de Zanddijk bezwijkt. Daarom houden de kustbeheerders het gat tussen de stuifdijken liefst zo klein mogelijk. En dat is een probleem, want de ligging van de Sluftergeul is verre van stabiel. De geul verplaatst zich met een snelheid van ongeveer 100 meter per jaar naar het noorden. Als hij vlak bij het begin van de noordelijke stuifdijkhelft is aangekomen dreigt die dijk  te worden ondergraven. Daarom wordt de geul ongeveer eens in de vijf jaar afgedamd, waarbij tegelijkertijd een nieuwe, veel zuidelijker gelegen geul wordt gegraven.

Tot 1980 verplaatst de monding zich in zuidelijke richting, uit vd Vegt & Hoeksta

Oude luchtfoto's

Maarten van der Vegt en Piet Hoekstra, fysisch geografen van de Universiteit Utrecht, hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar de dynamiek van zand en water in de Sluftermond. Zij vergeleken onder meer oude luchtfoto's. Daaruit bleek dat het gat in de westelijke stuifdijk in 1954 700 meter breed was. Later is het gat met behulp van stuifschermen weer versmald tot de huidige 400 meter. Verder is opmerkelijk dat de Sluftergeul zich tot ongeveer 1980 jaarlijks in zuidelijke richting verplaatste, en daarna steevast in noordelijke richting.  Mogelijk hebben de toen beginnende zandsuppleties het aanzandingsproces in de Sluftermond beïnvloed.

Na 1980 verplaatst de monding zich in noordelijke richting, uit Van der Vegt & Hoeksta

De kracht van de eb

De kreken in de Sluftervlakte, foto Sytske Dijksen, Foto Fitis

De onderzoekers hebben ook de waterverplaatsing en stroomsnelheden in het Sluftersysteem gemeten. Dat deden ze bij rustige en bij stormachtige omstandigheden. Bij kalm weer was de stroming in de kreken en de geul tijdens eb en vloed ongeveer even sterk: tussen de 0,5 en 0,8 meter per seconde. Water dat zo langzaam stroomt, verplaatst weinig zand. Maar bij een storm is het beeld heel anders. Tijdens vloed nemen de stroomsnelheden in de geul niet veel toe omdat het meeste water over de zandvlakte de vallei binnen stroomt. Maar tijdens eb kiest het meeste water zijn weg door de kreken en geulen. Daar worden dan stroomsnelheden tot 2 meter per seconde gemeten. Met die snelheid neemt het water veel zand mee. Het is dus de ebstroom na een storm die de kreken en geulen in de Slufter op diepte houdt.

Wachten op de storm

Dat de zee nu af en toe bij hoogwater over de drempel stroomt maakt de Slufter nog niet tot een echte slufter. Daarvoor zal de drempel echt weg moeten, zodat de zee weer bij elk getij de kreken in kan. Van de vloed hoeven we die doorbraak niet te verwachten. Van de eb misschien wel, als de vallei weer eens helemaal overspoeld wordt.

Bron

Vegt, M. van der & Hoekstra, P. (2012). Morphodynamics of a storm-dominated, shallow tidal inlet: The Slufter, the Netherlands. Netherlands Journal of Geosciences / Geologie en Mijnbouw, 91(3), 325-339.

Staatsbosbeheer Texel rapporteert regelmatig over de ontwikkelingen in de Sluftermond op het blog http://staatsbosbeheertexel.wordpress.com/