Getijverschillen van Den Helder tot Esbjerg

Door: Tim van Oijen
Datum: 6 februari 2014

De getijhaven van Hüsum (Duitsland) bij laagwater. Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Wadvaarders zijn in de Nederlandse Waddenzee een bescheiden getijverschil gewend van 1 tot 2 meter. Wie over de grens naar het oosten vaart zal het verschil tussen laag- en hoogwater geleidelijk aan zien toenemen. Bij de monding van de Elbe is het verschil op zijn grootst: meer dan 3 meter. Ten noorden van de Duitse Bocht neemt het weer af. Een vloedgolf is zo’n zeven uur bezig om de gehele Waddenzee te doorlopen. Dus is het in Den Helder laagwater, dan is het in Esbjerg (Denemarken) bijna hoogwater!

Het getij wordt veroorzaakt door de aantrekkingskracht van de maan, en een beetje door die van de zon. Zonder in te gaan op de details, leidt de invloed van de maan er toe dat er zowel aan de maanzijde van de aarde als aan de er tegenover liggende zijde het water omhoog komt. De aarde beweegt tijdens zijn dagelijkse draaiing om z’n as onder deze ‘waterbergen’ door. Hierdoor ontstaan er twee vloedgolven die zich over het aardoppervlak bewegen. Ze lopen door alle oceanen en aangrenzende zeeën. De vloedgolven bereiken de Noordzee en de Waddenzee vanuit de Atlantische Oceaan.

Duitse Bocht

De loop van vloedgolven door de Noordzee. Bron: Ecomare. Klik voor een vergroting.

De vorm van het Noordzeebekken is van grote invloed op de wijze waarop een vloedgolf zich er doorheen beweegt. Op de onderstaande afbeelding staat weergegeven hoe de vloedgolven zowel vanuit het Kanaal als vanuit het noorden, langs de kust van Schotland, de Noordzee bereiken. In de Noordzee zijn er drie grote wervels die alle tegen de klok in draaien: een in de noordoostelijke Noordzee, een in de westelijke centrale Noordzee en een in het Kanaal. De wervel in de centrale Noordzee heeft het grootste effect op de getijden in de Waddenzee. In het centrum van de wervels (het amfidrome punt) is er amper getijverschil.

De vorm van de kustlijn heeft grote invloed op de hoogte van een vloedgolf. In het nauwe Kanaal wordt de watermassa hoog opgestuwd en is het verschil tussen hoog- en laagwater op sommige plekken meer dan 10 meter. Langs de Nederlandse Noordzeekust, waar veel meer ruimte is, is het getijverschil een stuk kleiner. Ter hoogte van Texel is het maar ongeveer een meter. Bij Schiermonnikoog loopt het verschil weer op omdat daar het effect al te merken is van de opstuwing van het water in de Duitse Bocht. Het getijverschil in de Waddenzee is door deze trechterwerking het grootst in de buurt van Hamburg (ca. 3 meter). Richting Denemarken neemt het verschil weer af; bij het eiland Fanø is het nog 1,6 meter. De animatie hieronder illustreert hoe een vloedgolf zich door de Noordzee beweegt en van west naar oost door de Waddenzee loopt.

Animatie van de wisselingen in het waterpeil in de Noordzee. Klik op de afbeelding om de animatie te starten.

Een vloedgolf doet er zo’n zeven uur over om het hele waddengebied te doorlopen. Daardoor is het als het in de Nederlandse Waddenzee laagwater is, hoogwater in het Deense deel. Live webcambeelden laten dit verschil mooi zien. Kijk bijvoorbeeld eens naar beelden van de haven van West-Terschelling (bovenste beeld) en van de getijhaven van Hüsum (Duitsland), (onderste beeld). Als bij West de platen op de achtergrond droogvallen, is de haven van Hüsum volgelopen.

Getijdentabellen

Er bestaan voor veel plaatsen langs de Waddenzee voor het hele jaar kant-en-klare getijdentabellen met de tijdstippen van hoog- en laagwater en de verwachte waterstanden. De getijdentabellen voor Terschelling en Hüsum zijn hieronder te vinden. De waterstanden zijn schattingen, want tijdens een westerstorm kan de vloed bijvoorbeeld extra hoog zijn omdat het water tegen de Nederlandse en Deense westkust en in de Duitse Bocht (Waddenzee) opgestuwd wordt. In de Noord-Duitse deelstaat Sleeswijk-Holstein treedt dit effect op bij zuidwestenwind.