Fladderen op de eilanden

Door: Tim van Oijen
Datum: 7 mei 2015

Tormentil. Foto: Sytske Dijksen.

Met het bloeien van de voorjaarsbloemen vliegen ook de eerste vlinders weer rond op de Waddeneilanden. De eilanden hebben een grote soortenrijkdom. In de duingebieden fladderen de komende maanden onder andere de grote parelmoervlinder, de duinparelmoervlinder en de aardbeivlinder rond. Die laatste komt alleen voor op Schiermonnikoog en blijkt er uit inventarisaties wijder verspreid te zijn dan eerder gedacht.

De Waddeneilanden zijn erg gevarieerd: grasland, bos, heide, duin – het is er allemaal te vinden. Dankzij die diversiteit aan leefgebieden, en de natuurlijke overgangen ertussen, komen er veel vlinders voor. Op de eilanden leven meer dan de helft van alle in Nederland voorkomende dagvlindersoorten. Op basis van de lokaal aanwezige vegetatie kun je al een inschatting maken of je er een bepaalde vlindersoort zult aantreffen. De rupsen zijn namelijk kieskeurige eters en voeden zich maar met een of een paar verschillende plantensoorten, de zogeheten waardplanten. De vlinders zetten vaak hun eitjes af op deze planten. De duingebieden op de Waddeneilanden hebben een karakteristieke vegetatie en daarmee ook eigen, kenmerkende vlindersoorten. De zeven kwalificerende soorten voor open duingebieden zijn: aardbeivlinder, bruin blauwtje, duinparelmoervlinder, grote parelmoervlinder, heivlinder, kleine parelmoervlinder en kommavlinder. Hieronder zijn een paar van die soorten uitgelicht.

Parelmoervlinders

Duinparelmoervlinder. Foto: Sytske Dijksen.

Wie de duinen van bijvoorbeeld de Boschplaat op Terschelling of de Kooiduinen op Ameland bezoekt, kan vanaf mei/juni de grote en de kleine parelmoervlinder en de duinparelmoervlinder aantreffen. Ook op de andere eilanden komen deze soorten voor. De grote parelmoervlinder is een voor Nederland zeldzame soort, die als standvlinder verder alleen op de Hoge Veluwe zit. Hij heeft oranje vleugels met zwarte vlekken en stippen. De kleine parelmoervlinder is algemener en wordt steeds vaker in het binnenland aangetroffen. De vleugels lijken qua kleur en patroon op die van de grote parelmoervlinder maar de vleugelvorm is wat hoekiger. Duinparelmoervlinders zijn een Rode Lijst-soort en leven behalve op alle Waddeneilanden alleen in de duinen van Noord-Holland en op de Veluwe. De bovenzijde van de vleugels lijkt sterk op die van de grote parelmoervlinders, maar op de onderzijde van de achtervleugel zit een kenmerkende rij kleine witte of zilverachtige vlekjes met bruinrode rand. De rupsen van de drie soorten parelmoervlinders voeden zich met verschillende soorten viooltjes.

Aardbeivlinder

Aardbeivlinder. Foto: Sander van der Molen.

De aardbeivlinder is een vroegeling; hij zal rond deze tijd zijn vleugeltjes weer uitslaan op het eiland Schiermonnikoog. Schier is het enige Waddeneiland waar de soort op voorkomt. Ook in de rest van Nederland is dit vlindertje zeldzaam. Er zijn in totaal naar schatting maar 15 tot 25 populaties. De aardbeivlinder heeft bruine vleugeltjes met witte vlekjes, die maar rond de centimeter breed zijn. Waardplanten van deze soort zijn tormentil en dauwbraam. Bij inventarisaties, uitgevoerd door de vlinderwerkgroep van Natuurmonumenten in 2013 en 2014, werden verrassenderwijs de grootste aantallen aardbeivlinders in de duinen langs de zeereep aangetroffen. Verder onderzoek moet nu gaan uitwijzen wat de voorkeursbiotoop van deze soort is.

Behoud

Voor de bescherming van de bovengenoemde vlindersoorten is het behoud van een schrale duinvegetatie belangrijk. Het maaibeheer en de keuze voor het inzetten van bepaalde grazers kan daarbij van grote invloed zijn op de ontwikkeling van de vlinderpopulaties. Bij de inventarisaties op Schiermonnikoog viel het op dat vlinders over het algemeen niet houden van plekken waar schapen grazen. Schapen zijn alleseters die niet alleen gras en jonge boompjes opeten, maar ook de bloemetjes waar de vlinders nectar uit halen. Het bij voorkeur inzetten van runderen zou volgens Natuurmonumenten de oplossing kunnen bieden omdat die een veel selectiever eetgedrag hebben.

Bronnen

Alblas, W., en J. Uittenbogaard (2015). Veel aardbeivlinders op Schiermonnikoog. Vlinders 1, p. 12-14.
Alblas, W., T. en R. Boelen, M. de Heer, E. Jansen, J. Uittenbogaard en C. en C van der Wal (2013). Dagvlinderinventarisatie Open Duin Schiermonnikoog 2013. Natuurmonumenten.
Alblas, W., J. Bouma, M. de Heer en J. Uittenbogaard (2014). Inventarisatie Aardbeivlinder Schiermonnikoog 2014. Natuurmonumenten.
Soortsbeschrijvingen op www.vlindernet.nl
http://www.vlinderstichting.nl/lijst-van-waardplanten