Noordse woelmuizen, Texelse zeemollen

Door: Hans Revier
Datum: 2 april 2015

Noordse woelmuis. Uit: De Levende Natuur jaargang 116 nr. 2. Foto: Jelger Herder.

De noordse woelmuis komt uitsluitend in Nederland voor. Op het eiland Texel bevindt zich een belangrijk leefgebied van deze endemische soort. Door concurrentie van andere muizensoorten en versnippering van de leefgebieden wordt het voortbestaan van deze populatie ‘zeemollen’ bedreigd. Een nieuwe onderzoeksmethodiek met behulp van DNA moet helpen bij de bescherming van de noordse woelmuis.

Endemisch

Aardmuis. Bron: Wikimedia, foto: Fer Boei

De noordse woelmuis (Microtus oeconomus arenicola) is een aparte ondersoort van de woelmuizen, waar ook de veldmuis en de aardmuis toe behoren, die uitsluitend in Nederland voorkomt. Zo’n 15.000 jaar geleden trokken deze muizen vanuit Scandinavië, op de vlucht voor de ijstijd, naar het zuiden. Deze bewoners van waterrijke gebieden wisten zich op een paar plekken in ons land te handhaven en de populatie ontwikkelde zich tot een aparte ondersoort. De noordse woelmuis is daarmee het enige endemische zoogdier van Nederland. De dieren houden vooral van dynamische leefgebieden met wisselende waterstanden. Ze komen vooral in het Friese merengebied, het Noord- en Zuid-Hollandse veenweidegebied, het Deltagebied en op het eiland Texel voor. Daar voeden ze zich met scheuten van waterplanten, zaden en soms insecten. Eerder dan andere muizen zijn de noordse woelmuizen in staat snel een nieuw leefgebied te koloniseren. Dit bleek in 1998, toen de soort als eerste de in 1996 opgespoten eilandjes in het Krammer-Volkerak wist te veroveren. En in 2010, toen de noordse woelmuizen de nieuw gevormde duinvalleitjes op de Hors aan de zuidpunt van Texel waren binnengetrokken.

Overkanters

Rosse woelmuis. Bron: Wikimedia

Pas in de 19e eeuw is het voorkomen van de noordse woelmuis op Texel vastgesteld. De Franse onderzoeker Maitland schreef in 1890 over grote aantallen ‘zeemollen’ die op het eiland voorkwamen. In dat jaar werden honderden muizen met stokslagen gedood en vervolgens door kabeljauwvissers gebruikt als aas. Door het ontbreken van concurrentie van andere woelmuissoorten kon de noordse woelmuis zich ook in drogere delen van het eiland handhaven. Dat is nu niet meer het geval. Concurrentie met ‘overkanters’ als de aardmuis en de rosse woelmuis, die zich de laatste decennia vestigden op de drogere delen van Texel, heeft tot gevolg dat de populatie de laatste jaren in omvang afneemt. Naast deze concurrentie vormen ook de versnippering van leefgebieden en begrazing een bedreiging. De soort wordt dan ook beschermd door de Europese Habitatrichtlijn en de Nederlandse Flora- en faunawet.

DNA

Keutels van de Noordse woelmuis. Uit: De Levende Natuur jaargang 116 nr. 2. Foto: Jelger Herder.

Kennis over de verspreiding van de noordse woelmuis in Nederland komt voort uit tijdrovend onderzoek met behulp van inloopvallen of het analyseren van braakballen van roofvogels. Om de ontwikkelingen binnen de populatie beter in de gaten te houden en de effectiviteit van beschermingsmaatregelen te beoordelen, hebben de Zoogdiervereniging, RAVON, Bureau Endemica en SPYGEN een nieuwe, simpele methode bedacht. Woelmuizen maken kleine keutelhoopjes en door het analyseren van het DNA uit deze keutels kan men in het laboratorium vaststellen van welke soort de keutels zijn. De vondst van keutels, die tijdens regenbuien snel verdwijnen, wijst op recente aanwezigheid van de soort. Uit onderzoek in Noord-Holland blijkt dat met de DNA-analyse van de keutels de verspreiding van soorten veel nauwkeuriger kan worden bepaald dan met inloopvallen. Op tien locaties in het Wormer- en Jisperveld, dat net ten noorden van de Zaanstreek ligt, kon met behulp van de DNA-methode het voorkomen van de noordse woelmuis worden vastgesteld. Met de inloopvallen waren maar op zeven van deze locaties de muizen opgespoord. Behalve effectief, is de nieuwe DNA-methode ook nog flink goedkoper. De kosten van keutels zoeken en lab-analyse liggen twee tot drie keer lager dan die van het onderzoek met inloopvallen. Bijkomend voordeel is dat er geen onnodige sterfte meer optreedt onder deze en andere kleine zoogdieren in de inloopvallen.

Bronnen

Jelger H., E. Bellemain, R. Witte, D. Bekker & La Haye, M. (2015) Noordse woelmuis
inventariseren met eDNA.
De Levende Natuur 116-2.

J.M. Drees (2003). De Noordse woelmuis. Bedreigd door concurrentie van de aardmuis? Publicatie van het NIBI.

Noordse woelmuis en waterspitsmuis: Texelaars bedreigd. In: Duinen en mensen, Texel, 80-81.