Wat zoet in het zout

Door: Tim van Oijen
Datum: 24 juni 2015

Het wad bij Esbjerg. Bron: Foto Fitis-Sytske Dijksen

Door binnendringing van zeewater treedt verzilting op van (landbouw)gronden langs de waddenkust. Maar het omgekeerde gebeurt ook in de Waddenzee: lokaal ontstaan lage zoutgehaltes op het wad doordat zoet grondwater opborrelt. Uit onderzoek is gebleken dat de wormpopulaties in deze gebieden anders zijn dan elders. Soorten die goed met wisselende zoutgehaltes kunnen omgaan, claimen hier hun plekje.

Er wordt internationaal veel onderzoek verricht aan grondwater dat door de zeebodem omhoog komt. Dit water uit een aquifer (een watervoorraad in de bodem) beïnvloedt niet alleen het zoutgehalte, maar kan ook voedingsstoffen en/of vervuilende stoffen aanvoeren die een grote invloed op het ecosysteem kunnen hebben. Uit meerdere onderzoeken blijkt de sterke koppeling tussen de aanvoer van deze stoffen en zowel de productiviteit van het bentische (bodemgerelateerde) als het pelagische (in de waterkolom) systeem. Waar de aanvoer van zoet water zo hoog is dat dit het zoutgehalte sterk verlaagt, wordt het leven van veel zeedieren op de bodem flink moeilijk gemaakt.

Zagers

Zager, Nereis virens. Bron: Foto Fitis-Sytske Dijksen

In de Waddenzee is maar weinig onderzoek naar de invloed van grondwater gedaan. Bij het eiland Sylt zijn in 2002 meerdere gebieden onderzocht waar zoet water naar het oppervlak komt. Deze ‘bronnen’ lagen 50 tot 200 meter uit de kust en waren tot 200 vierkante meter groot. Het zoutgehalte in de bovenste decimeters van het sediment aan de buitenrand van deze gebieden varieerde van 22 tot 29 PSU. Dat is bijna zo zout als zeewater. In het midden was het zoutgehalte in het sediment bij laagwater in de zomer tussen de 0 en 16 PSU, wat overeenkomt met volledig zoet tot brak water.

In deze gebieden schitterde de wadpier door afwezigheid. Zagers en veelkleurige zeeduizendpoten kwamen er daarentegen maar liefst twaalf keer meer voor in vergelijking met het wad er omheen. De overgangszone aan de buitenrand werd bevolkt door jonge wadpieren. Biologen denken dat de zagers en zeeduizendpoten de competitie met de wadpieren mijden door zich aan te passen aan lage zoutgehaltes. Dit sluit ook aan bij de observatie dat deze soorten kunnen domineren in de brakke delen van de monding van rivieren (zie ook WadWeten De tafelmanieren van de veelkleurige zeeduizendpoot).

Poriewater

Veelkleurige zeeduizendpoot Bron: beachexplorer.org

Veel van het water dat uit de wadbodem omhoog komt is overigens gerecycled water uit de Waddenzee (zie WadWeten: Waddenzweet). Dit blijkt, naast het hoge zoutgehalte, ook uit het lage  222Radon-gehalte. Dat is veel lager dan bij grondwater. Het isotoop radon is geschikt om grondwater te identificeren omdat dit gehalte van nature veel hoger is in water dat lang in de bodem heeft gezeten en in contact met sediment is geweest.

Bronnen

Leitão, F., J. Encarnação, P. Range, R.M. Schmelz, M.A. Teod osio, L. Chícharo (2015). Submarine groundwater discharges create unique benthic communities in a coastal sandy marine environment. Estuarine, Coastal and Shelf Science (in press).

Zipperle, A., en K. Reise (2005). Freshwater springs on intertidal sand flats cause a switch in dominance among polychaete worms. Journal of Sea Research 54, pp. 143-150.