Surf’n Turf in Doggerland

Door: Tim van Oijen
Datum: 23 november 2016

Een impressie van een prehistorische mens in het rivierenlandschap van Doggerland. Bron: University of Birmingham

Een impressie van een prehistorische mens in het rivierenlandschap van Doggerland. Bron: University of Birmingham

Zo’n elfduizend jaar geleden lag op de locatie van de Waddenzee geen zee maar land. Het Doggerland strekte zich uit over de gehele huidige zuidelijke Noordzee en verbond Engeland met continentaal Europa. Op en in de zeebodem zijn overblijfselen gevonden van de prehistorische bewoners van dit gebied. Uit isotopenanalyse van deze resten blijkt dat veel Doggerlanders een gemengd dieet hadden van landdieren en zoetwatervissen.

Reconstructie van de Noordzee ca 8800 jaar geleden. Bron: Gaffney et. al.

Reconstructie van de Noordzee ca 8800 jaar geleden. Bron: Gaffney et. al.

Het Doggerland had zijn maximale omvang aan het eind van de laatste ijstijd toen veel water was vastgelegd in ijsmassa’s en het zeeniveau laag was. De kustlijn van Doggerland bestond uit wadden, lagunes, stranden en moerassen (zie ook WadWeten De wadden en kwelders van doggerland). Het binnenland was heuvelachtig met laaglanden met rivieren, beekjes en meren. De rijke flora en fauna van het gebied bood de bevolking van die tijd volop mogelijkheden voor de jacht en visserij. Een deel van deze rijkdom is zichtbaar geworden dankzij vele vondsten in visnetten van dierresten waaronder mammoetbotten. Ook bij het opspuiten van de Noordzeekust ten behoeve van de kustbescherming en bij de aanleg van de Tweede Maasvlakte kwam veel prehistorisch materiaal uit de Doggerlandtijd boven water.

Gemengd dieet

Een deel van alle vondsten uit de Noordzee en Waddenzee betrof menselijk materiaal. Dit materiaal is in een recent archeologisch onderzoek nader onder de loep genomen. De wetenschappers zamelden gegevens in over alle eerder uitgevoerde isotopenanalyses aan de resten. De gehaltes van de stabiele isotopen 13C en 15N in de resten kunnen informatie geven over het dieet. Een combinatie van lage delta13C en lage delta15N (de delta slaat op de verhouding tot respectievelijk 12C en 14N) duidt op een dieet van landdieren. Een lage delta13C en hoge delta15N in de resten betekent dat er veel aquatisch voedsel is ingenomen uit meren of rivieren. Als beide waarden hoog zijn, dan zijn er zeedieren genuttigd.

Het overgrote deel van de resten was volgens 14C-datering tussen de acht- en tienduizend jaar oud en dus afkomstig uit de oude en middensteentijd. Het eerste dat uit de stabiele isotopenanalyses opviel was dat de meeste resten delta13C- en 15N-waarden hadden die duidden op een dieet met een forse bijdrage van zoetwaterdieren, waarschijnlijk vooral vissen. Bij sommige resten werd een aandeel van landdieren gevonden, maar de bijdrage van zeevissen moet beperkt zijn geweest. Andere resten, waaronder het materiaal dat in de Waddenzee en op het strand van Terschelling is gevonden, waren relatief jong, naar schatting minder dan tweeduizend jaar oud. Rond die tijd was de huidige kustlijn al gevormd. In deze monsters werd wel een mariene component in het dieet gezien.

Rondtrekken

De onderzoekers benadrukken dat niet is te zeggen of de Doggerlandbewoners hun voedsel lokaal inzamelden of dat deze jagers-verzamelaars juist in een relatief groot gebied rondtrokken en verschillende soorten voedsel op verschillende plekken verkregen. Een makke van het onderzoek is dat van slechts enkele van de vondsten de exacte vindplaats bekend is en er informatie is over het toenmalige landschap op die plek. In Groot-Brittannië loopt op dit moment een uitgebreid onderzoeksprogramma naar de bewoningsgeschiedenis van Doggerland. Hopelijk levert dat ontdekkingen op waarbij resten in hun context kunnen worden bestudeerd, net zoals bij vondsten op het droge vaak mogelijk is.

Bronnen

Van der Plicht, J., L.W.S.W. Amkreutz, M.J.L.Th. Niekus, J.H.M. Peeters en B.I. Smit (2016). Surf’n Turf in Doggerland: Dating, stable isotopes and diet of Mesolithic human remains from the southern North Sea. Journal of Archaeological Science: Reports 10, p.110-118.