Zeehonden vaker verstrikt in zee-afval

Door: Wouter Hoving
Datum: 2 maart 2023

Het aantal gewone en grijze zeehonden dat verstrikt raakt in afval aan de Nederlandse kust is in elf jaar tijd verviervoudigd. Dat concludeerden wetenschappers op basis van meldingen tussen de jaren 2010 en 2020.

WadWeten

Onder de noemer WadWeten publiceren de Waddenacademie en de Leeuwarder Courant iedere maand een artikel over recent onderzoek op en rond de Wadden. Wetenschapsjournalisten Tim van Oijen en Wouter Hoving beschouwen verschillende kennisdisciplines, waaronder de biologie, geologie en cultuurhistorie. Deze WadWeten verscheen ook op de website van De Leeuwarder Courant.

Steeds vaker hebben dieren, zoals zeevogels, zeeschildpadden, walvisachtigen en zeehonden last van een toename van afval in de zee. Ze raken verstrikt of eten afval op. Dit kan leiden tot (interne) wonden of sterfte.  

Voor het zeehondenonderzoek keken deskundigen naar 145 meldingen van verstrikte zeehonden die werden gedaan in de periode 2010 tot en met 2020. Zulke berichten kwamen binnen bij medewerkers van de zeehondencentra in Nederland (Ecomare, Zeehondencentrum Pieterburen en Stichting ASeal).

13 gevallen per jaar, steeds meer

In de onderzochte elf jaar gaat het gemiddeld om dertien verstrengelingen per jaar. Tussen die jaren zitten grote verschillen. Vóór 2018 waren het er gemiddeld zeven per jaar. Maar in 2019 en 2020 respectievelijk 38 en 37.

Hoe het komt dat dit in de laatste twee jaar van het onderzoek opeens zo hoog is, is niet helemaal duidelijk. Hoofdonderzoeker Anna Salazar Casals wijst er in ieder geval op dat de hoeveelheid afval in zee blijft toenemen volgens het laatste Marine Litter rapport van de Wadden Sea Quality Status Reports.

Een verklaring is ook dat verstrikte zeehonden steeds beter gedocumenteerd worden, door verbeterde technologieën op mobiele telefoons en vergrote betrokkenheid van strandbezoeker, meldt Salazar Casals. ,,Het publiek op strand is bewuster geworden van plastic, sinds het ongeluk met de MSC Zoe in 2019.”

Het onderzoek werd een half jaar geleden gepubliceerd en kreeg landelijk aandacht. Inmiddels zijn er ook cijfers uit 2021 bekend. Volgens Salazar Casals, werkzaam bij het Zeehondencentrum in Pieterburen, is het aantal (gedocumenteerde) verstrikte zeehonden nog altijd relatief hoog. ,,In 2021 hadden we alleen al bij ons centrum 23 meldingen van verstrikte zeehonden.” 

Van frisbee tot vishaak

Even terug naar het onderzoek tussen 2010 en 2020. Hoe waren de dieren eraan toe die de onderzoekers tegenkwamen?

In 15 gevallen was de zeehond al dood. Bij 30 dieren werd er geen actie ondernomen (dus niet gevangen, noch bevrijd). 41 keer werden dieren ter plaatse bevrijd en 59 dieren werden voor rehabilitatie meegenomen naar zeehondencentra. Bij die laatste categorie gingen elf van de dieren alsnog dood. Dat was niet in alle gevallen te wijten aan de verstrikking, maar aan parasitaire infecties.

Een frisbee, aardappelzak, rubberen band, plastic zeil of kledingstukken. Van alles kwamen de onderzoekers tegen. Maar in veruit de meeste gevallen (88 procent) was er sprake van afval uit de visserij, zoals netten, vislijnen, haken en touwen.

Verschillen tussen grijze en gewone zeehonden

In ruim 80 procent van de gevonden gevallen was de grijze zeehond (Halichoerus grypus) slachtoffer van verstrikking. Dat terwijl de gewone zeehond (Phoca vitulina) volgens tellingen van Wageningen Marine Research drie keer zo vaak voorkomt in de Waddenzee dan het grijze familielid. Een mogelijke verklaring is volgens onderzoekers dat de grijze zeehond speelser is en prooien zoekt in dieper water. Dat gedrag zou de dieren dichter bij visplekken brengen, waar ze verstrikt raken in netten. In de meeste gevallen veroorzaakte dit verstrikking rond de nek.

De gewone zeehond had relatief vaker ingeslikte zeetroep in het spijsverteringsstelsel, zoals vislijnen en haken. Dat valt te verklaren doordat het dier in minder diepe wateren zwemt en kleinere prooien vangt. In die gebieden zou er ook vaker recreatief worden gevist. Cijfers over ingeslikt afval zijn hier overigens niet volledig, omdat dit probleem bij het merendeel van de zeehonden in dit onderzoek niet is onderzocht.

Vaker jonge dieren

Opvallend is dat twee derde van de verstrikte dieren nog ‘jeugdig’ is. Volgens de onderzoekers komt dat doordat jongeren speelser en nieuwsgieriger zijn. Ook zouden de dieren vaak verder van huis zwemmen om competitie met oudere dieren te vermijden en nieuwe voedselplekken aan te boren. Uit vergelijkbare onderzoeken in andere landen, zoals Ierland en Duitsland, blijkt ook dat jonge dieren relatief vaker slachtoffer zijn van verstrikkingen.

Of het aantal verstrikte zeehonden is toegenomen over een langere periode is niet duidelijk. Wel is er uit data van Zeehondencentrum Pieterburen bekend dat er tussen 1979 en 2008 jaarlijks 2,7 dode verstrikte zeehonden aanspoelden. Dat is weliswaar fors minder dan de 13,2 verstrikte zeehonden per jaar in dit onderzoek, maar in de cijfers van deze nieuwe studie zijn ook levende verstrikte dieren meegenomen en het onderzoek bestrijkt een groter gebied.

Of deze studie vervolgd wordt, is nog niet bekend. Wel is er sinds de publicatie een nieuw strandingsformulier. Bij verstrikkingen documenteren de verschillende zeehondencentrum beter om wat voor wonden en soort afval het gaat. Salazar Casals: ,,Dan kunnen we op dat soort afval actie ondernemen.”

Bronnen

Fleet D.M., K. Dau, L. Gutow , M. Schulz, B. Unger & J.A. van Franeker (2017). Marine litter. In: Wadden Sea Quality Status Report. Eds.: Kloepper S. et al., Common Wadden Sea Secretariat, Wilhelmshaven, Germany. Last updated 21.12.2017. Link.

Salazar-Casals, A., K. De Reus, N. Greskewitz, J. Havermans, M. Geut, S. Villanueva & A. Rubio-Garcia (2022). Increased Incidence of Entanglements and Ingested Marine Debris in Dutch Seals from 2010 to 2020. Oceans 3(3). P. 389-400. Link.