Untying the knot

Mechanistically understanding the interactions between social foragers and their prey

Cover thesis Allert Bijleveld

Auteur: Allert Bijleveld
Datum: 19 juni 2015
Universiteit: Rijksuniversiteit Groningen

Voedseldichtheid op het wad geen goede voorspeller voor verspreiding kanoet

Het leek altijd zo logisch: dat dieren zich concentreren op plekken waar voor hen veel voedsel te vinden is. Toch ligt het niet zo simpel, ontdekte Allert Bijleveld. Eigenlijk ook weer niet zo verwonderlijk, als je weet dat er grote individuele verschillen zijn in het voedselzoekgedrag van bijvoorbeeld de kanoet (Calidris canutus), zoals Bijleveld aantoonde.

Hoewel Bijlevelds onderzoek zich toespitste op kanoeten, beperkt het inzicht dat hij heeft verkregen zich niet tot deze soort. In tegenspraak met de huidige kennis laten zijn resultaten zien dat prooidichtheid een slechte voorspeller van de energie-inname kan zijn. Dit heeft belangrijke gevolgen voor het voorspellen van ruimtelijke verdelingen van predatoren en voor het schatten van draagkracht, oftewel hoeveel predatoren kunnen leven van het aanwezige voedsel in een gebied. De ontdekking dat individuen verschillen in exploratiegedrag toont aan dat, binnen één soort, individuen verschillend kunnen omgaan met een veranderende wereld.

Veel trekvogels zijn afhankelijk van de Waddenzee. Hier vinden ze voedsel om de winter te overleven en om op te vetten voor migratie naar de Arctis of Afrika. De meeste vogels voeden zich met wormen en schelpdieren die in de wadbodem leven. Bijleveld beschrijft  in zijn proefschrift zijn onderzoek naar de foerageerbeslissingen van de kanoet , een in groepen levende wadvogel die zich voedt met schelpdieren zoals kleine kokkels. Belangrijke vragen die hij beantwoordt, zijn: Kunnen we op basis van de ruimtelijke verspreiding van kokkels de ruimtelijke verspreiding van kanoeten voorspellen? Gebruiken kanoeten elkaar om verborgen voedsel te vinden? En: Hebben individuele kanoeten ‘persoonlijkheden’ met betrekking tot hun foerageerbeslissingen en gebiedsgebruik?

Kanoeten blijken ieder hun eigen zoekstrategie te hanteren, observeerde Bijleveld. Vooral de intensiteit waarmee ze hun omgeving verkennen verschilde sterk tussen individuele vogels. Dit exploratiegedrag in gevangenschap – in de ‘Wadvogelunit’ van het NIOZ op Texel - kwam overeen met gedrag in het wild. Na hun vrijlating vertrokken ‘avontuurlijk aangelegde’  -  explorerende  -  kanoeten naar wadplaten in Engeland en Duitsland, terwijl niet-explorerende kanoeten in de Nederlandse Waddenzee bleven. Kanoeten kijken bij elkaar af om zo de beste voedselplekken te vinden. In tegenstelling tot de algemene zienswijze, zijn kanoeten niet daar te vinden waar prooidichtheden het hoogst zijn, ontdekte Bijleveld. Weliswaar kunnen prooien hier gemakkelijk gevonden worden, maar ze zijn van lagere kwaliteit, door onderlinge voedselcompetitie van kokkels op algen.

Allert Bijleveld promoveert aan de Rijksuniversiteit Groningen op onderzoek dat hij uitvoerde bij de afdeling Marine Ecology van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, dat het onderzoek tevens grotendeels financierde.

Het proefschrift: Untying the knot; Mechanistically understanding the interactions between social foragers and their prey is te downloaden via de website van de Rijksuniversiteit Groningen