Nachtvluchten op de radar

Door: Tim van Oijen
Datum: 14 oktober 2011

De vogeltrek over de Noordzee is niet zonder risico's. Uitputting ligt op de loer. Daarom gaan trekvogels massaal op reis tijdens de schaarse nachten waarop de weersomstandigheden gunstig zijn. Wetenschappers volgden deze 'massamigraties' met radarapparatuur. De vogels bleken als het weer op zee toch bar en boos was hun vluchtschema hier prima op aan te kunnen passen.

Ten noorden van de Waddeneilanden passeren tijdens de herfst grote aantallen trekvogels. Vele soorten (waaronder lijsterachtigen, roodborstjes, veldleeuweriken en spreeuwen) maken dan vanuit Noorwegen, Zweden en Denemarken de oversteek naar Groot-Brittannië. Ze doen dit vaak massaal tijdens nachten met goed weer. Het is voor de Koninklijke Luchtmacht van groot belang om te weten wanneer en waar de vogels vliegen. Met deze kennis kan worden voorkomen dat straaljagers verongelukken doordat vogels in de motoren belanden. Voor het onderzoek wordt de geavanceerde radarapparatuur van Defensie gebruikt. Dit onderzoek levert niet alleen belangrijke informatie voor de luchtmacht op. Vogelonderzoekers maken dankbaar gebruik van de mogelijkheid om tegelijkertijd hun inzicht in het gedrag van trekvogels te vergroten.

Stipjes op de radar

De radarapparatuur staat in Friesland en een heeft een reikwijdte van 150 kilometer. Hiermee is de vogeltrek op een groot deel van de Noordzee en de Waddenzee te volgen. Wetenschappers bestudeerden veertien 'massamigraties' in de periode 2006-2008. De heersende windrichting tijdens de meeste migraties was zuidzuidoost. Deze momenten werden waarschijnlijk bewust gekozen door de vogels; gemiddeld komt de wind meer uit het zuidwesten.

Vogels verschijnen net als vliegtuigen als stipjes op de radarbeelden. De wetenschappers bepaalden de vliegsnelheid en -richting van de dieren. Door aan te nemen dat de vogels met een constante snelheid en richting vlogen, kon met een model worden teruggerekend dat ze uit Scandinavië waren vertrokken. Voor migraties tijdens slechte weersomstandigheden (die de vogels kennelijk niet aan hadden zien komen) bleken de simpele aannames van het model niet te werken. Voor een deel van de vogels kwamen de berekeningen uit op een vertrekplaats midden op zee, ten zuidwesten van Noorwegen. Dit kon niet kloppen. Toen de wetenschappers het model aanpasten en een vliegsnelheid en -richting in hun model invoerden die voor die weersomstandigheden een verstandige keuze zouden zijn, kwamen ze wel op logische vertrekplaatsen uit. Een bewijs dat de vogels zich dus prima hadden aangepast aan het barre weer!

Bron

Shamoun-Baranes, J., en H. van Gasteren (2011). Atmospheric conditions facilitate mass migration events across the North Sea. Animal Behaviour 81(4), p. 691-704.