Kunst maken in het waddengebied, hoe ver mag je gaan?
Door: Wouter Hoving
Datum: 10 september 2026
Hoe ‘natuurlijk’ is de Waddenzee en welke rol speelt de mens in zo’n gebied? Dat is een dankbaar thema voor kunstenaars, beschrijft onderzoeker Anna-Rosja Haveman in haar promotieonderzoek voor de Rijksuniversiteit Groningen. Maar hoe ver mag je gaan om kunst te maken in de kwetsbare natuur?
Beeldende kunstenaars werken graag met de Waddenzee. Ze gebruiken de dynamiek ervan om aandacht te vragen voor de menselijke invloed. Het Waddengebied biedt een interessante tegenstelling: niet elke vierkante meter is er door de mens gecultiveerd, maar tegelijk is de mens nooit ver weg. Soms in harmonie met het gebied, soms schade veroorzakend door toerisme, visserij, transport, lozing van afvalstoffen en zout- en gaswinning.
Anna-Rosja Haveman schreef een proefschrift over kunst en de wisselwerking van zee, land en mens. Ze illustreert met twee kunstenaars: de Groninger Han Jansen (1931-1994) en het hedendaagse kunstcollectief De Onkruidenier. Beiden gebruiken de Waddenzee niet als decor voor hun artistieke werk, maar als medekunstenaar. De natuur speelt een actieve rol in het maakproces. Maar hoe ver mag je daarin gaan?
Proefschrift
De verstrengeling tussen land (terra) en zee (aqua) in kunst staat centraal in het proefschrift van Anna-Rosja Haveman. Het eerste deel van haar ‘terraquiaanse’ kunstonderzoek gaat over de kust als harde lijn en het gevecht tegen het water, het tweede over de dynamiek in de Waddenzee.
Die Waddenzee dwingt ons namelijk fundamenteel anders te kijken naar de kust, concludeert Haveman. De zee is hier niet een harde lijn die verdedigd en beheerst moet worden, maar een gebied waar het getij, de stromingen en de wind onvermoeibaar sediment verschuiven.
Controverse
Dat werd een discussie in het werk van Han Jansen rond 1980. Hij was gefascineerd door de kunstmatigheid van het Nederlandse landschap en maakte eind jaren zeventig ‘Wadschilderingen’, tijdelijke kunst om aandacht te vragen voor de natuur. Daarbij strooide hij pigmenten uit in de geulen en slikken. Vervolgens gaven de getijden zijn werk extra vorm. ,,Ik ben eigenlijk gewoon landschappen aan het schilderen. En de natuur schildert met me mee”, zei Jansen daar zelf over in het Nieuwsblad van het Noorden in 1979.
Milieuorganisaties waren niet blij met de kleurstoffen die Jansen rondstrooide. Autoriteiten verboden zijn geplande publieke optredens. Er ontstond een bijzondere spanning: de kunstenaar die aandacht vroeg voor de natuur, kreeg ook het verwijt deze te vervuilen.
Dat werd versterkt doordat Jansen mensen meenam met Wadlooptochten. Bezoekers en fotografen legden hem voortdurend vast terwijl hij pigmenten in het water gooide. De kunstenaar werd daardoor het hoofdonderwerp van het beeld, niet de natuur. Het gevolg was een onverwachte symboliek: de kunstenaar leek een vervuiler.
Mens als onderdeel van kunst
Een tweede kunstuiting die Haveman in haar proefschrift beschrijft is De Onkruidenier. Kunstenaars van deze groep bedachten in 2022 het project Relearning Aquatic Evolution tijdens festival Oerol op Terschelling. Daarbij maakten zij deelnemers onderdeel van het werk. Samen gingen zij tekenen, luisteren, rondlopen en zilte planten proeven. Daarmee wilden ze de onderliggende vraag beantwoorden: hoe moeten we ons aanpassen aan een wereld die steeds zouter en natter wordt onder invloed van klimaatverandering?
Deze performance kunst roept de vraag op of mensen niet een meer ‘zoutminnende soort’ moeten worden. Oftewel: kunnen we onszelf minder als heerser over de natuur zien en meer als onderdeel ervan?
Haveman interviewde deelnemers en deed zelf mee. Haar belangrijkste observatie is dat deelnemers vooral geraakt werden door de gezamenlijke ervaring en de vertraging. Opvallend genoeg zagen deelnemers de activiteit niet zo zeer als een leerproces. Ze ervoeren het eerder als een intense natuurervaring. Ze vielen vaker terug op een geïdealiseerd beeld van het wad als "ongerepte natuur", ook al wilde het kunstenaarscollectief juist de verwevenheid van natuur, cultuur en geschiedenis wilde laten zien.
Mens als onderdeel van natuur
Zowel Han Jansen als de Onkruidenier probeerden Nederlanders op een andere manier naar de Waddenzee te laten kijken. Jansen zag de natuur als mede-maker van zijn kunst. De Onkruidenier plaatst de mens als deelnemer in een groter ecosysteem. Beide doen daarmee een poging om te laten zien dat ‘terraquiaanse’ natuur en de mens minder gescheiden zijn dan we vaak denken.
Beide kunstuitingen laten zien dat mensen onderdeel zijn van de processen in de natuur zoals de getijden, zout en stroming in het water. ,,De kunst helpt om onze rol en invloed in die dynamiek beter te begrijpen”, zegt Haveman daar zelf over.
,,Kunstenaars maken kunst met de intentie dat ze iets willen bijdragen en veranderen aan een wereldbeeld. Ze willen bijvoorbeeld bijdragen aan het oplossen van de ecologische crisis. Dit onderzoek geeft inzicht in de rol van kunst, maar daarbij moet ook gezegd worden: elk kunstwerk doet dat weer op een andere manier.”
WadWeten
Onder de noemer WadWeten publiceren de Waddenacademie en de Leeuwarder Courant iedere maand een artikel over recent onderzoek op en rond de Wadden. Wetenschapsjournalisten Wouter Hoving en Rob van der Wal beschouwen verschillende kennisdisciplines, waaronder de biologie, geologie en cultuurhistorie. Deze WadWeten verscheen ook op de website van De Leeuwarder Courant.
Literatuur
Haveman, A.-R. (2026). Reimagining the Terraqueous, Ecocritical Art and its Perspectives on the Dutch Coast. (embargo tot 11-6-2027). Rijksuniversiteit Groningen.
Haveman, A.-R. (2023). Co-created by the Wadden Sea: Artistic and environmentalist perspectives on Han Jansen's Waddenprojects. Netherlands Yearbook for History of Art, 73(1), 214-240. .