Veel dieren in de Waddenzee zwemmen met PFAS in het lijf
Door: Wouter Hoving
Datum 5 maart 2026
Hoeveel PFAS hebben toppredatoren zoals zeehonden en bruinvissen in de Waddenzee in hun lichaam? Dat onderzocht een nationaal team wetenschappers zowel in de Waddenzee als in de Westerschelde.
Volgens de onderzoekers is het de eerste keer dat in een riviermonding is gekeken naar hoe PFAS wordt doorgegeven in een voedselweb, tot aan het niveau van de toppredatoren. Eerder werd er in vergelijkbare leefgebieden al gekeken naar PFAS-ophoping tot het niveau van bijvoorbeeld vissen, maar dit keer werden bruinvissen, zeehonden en visdiefjes (via de eieren) meegenomen in het onderzoek.
De onderzoekers verzamelden de dieren in 2023 in de Waddenzee: rondom Griend en in het westelijk deel. Naast grotere roofdieren, ook fauna lager in de voedselpiramide zoals garnalen, haring, steenbolk en botjes.
Ze vergeleken de dieren uit het Waddengebied met die uit de Westerschelde. Dit estuarium staat bekend als 'hotspot' voor PFAS-vervuiling. Dat komt door industrie, afvalwaterzuivering en verbrandingsinstallaties aan de (Wester)Schelde.
Chemische stoffen
,,Vanuit Zeeland was er een oproep aan ons om uit te zoeken of en welke PFAS-componenten mogelijk een probleem vormen in de Westerschelde”, vertelt onderzoeker Martine van den Heuvel-Greve van Wageningen Marine Research.
PFAS is een verzamelnaam van per- en polyfluoralkylstoffen. Dat zijn chemische stoffen die water-, vet- en vuil afstoten. Ze zijn al decennialang verwerkt in allerlei producten, zoals make-up, scheerschuim, coatings van meubels, jassen en schoenen, anti-aanbakpannen, bakpapier, blusschuim en schoonmaakmiddelen.
De gezondheidseffecten daarvan zijn nog niet helemaal duidelijk, maar bekend is dat deze stoffen zich ophopen in ons lichaam. Dat wordt in verband gebracht met kanker, verminderde vruchtbaarheid, verhoogd cholesterol en ontwikkelingsschade bij kinderen. 9 op de 10 Nederlanders willen maatregelen tegen PFAS, meldde Ipsos I&O in 2024.
Meer in de Westerschelde
Grondels, garnalen, botjes en steenbolken hadden allemaal significant meer PFAS in hun lijf als ze leefden in de Westerschelde dan in de Waddenzee.
Zelfs zeehonden en bruinvissen in de Westerschelde hadden meer PFAS in het lichaam dan die in de Waddenzee waren aangespoeld. ,,Dat had ik niet per se verwacht,” vertelt onderzoeker Van den Heuvel-Greve, ,,omdat deze dieren zich continu verplaatsen langs de kust. Maar blijkbaar maakt het dus wel uit waar ze het laatst gegeten hebben, voor het PFAS-gehalte in de lever.”
In de Waddenzee varieerde de PFAS-concentratie bij dieren van 8 nanogram bij grondel-visjes tot 320-860 nanogram per gram drooggewicht in de lever van zeehonden. Dat laatste is weliswaar minder dan de zeehonden in de Westerschelde, maar is in vergelijking met wereldwijde metingen nog steeds erg fors (Sait et al., 2023).
Ophoping in de voedselketen
PFOS – een bepaald soort PFAS – bleek veruit het sterkst op te hopen in de voedselketen. Dat betekent: ieder dier dat weer een ander dier eet, krijgt die portie erbij. Dit effect zagen de onderzoekers veel duidelijker in de Westerschelde dan in de Waddenzee. Waarschijnlijk omdat de PFAS concentraties in de onderzochte dieren van het wad veel lager waren en er geen duidelijke PFAS-bronnen langs de Waddenzee zijn.
Is PFOS door die ophoping dan een gezondheidsgevaar voor zeeleven? ,,Ophoping is niet hetzelfde als toxiciteit. Daarvoor moet de kritische toxische grens van een stof overschreden worden”, zegt onderzoeker Van den Heuvel-Greve. ,,Máár je kunt wel aannemen: hoe meer een stofje zich ophoopt, hoe eerder het zo’n kritische grens bereikt.”
Het is belangrijk om meer kennis te krijgen over de effecten op de natuur van chronische blootstelling aan PFAS, schrijven de onderzoekers in hun conclusie.
Afname van PFAS in Westerschelde
Er is ook goed nieuws: de dieren in de Westerschelde hadden minder hoge PFAS-concentraties in het lichaam dan zo’n twintig jaar geleden. Dat weten de wetenschappers, omdat zij tussen 2006 en 2008 ook dieren vingen in Zeeland. Toentertijd was dat vooral om te bepalen hoeveel het giftige stofje dioxine voorkwam in zeeleven. ,,We hebben indertijd ook gelijk andere stofjes gemeten, zoals het toen nog heel onbekende ‘PFOS’.”
In dit nieuwe onderzoek is als bijvangst opnieuw naar andere stoffen gekeken. Het waddenzeeleven komt er ook wat betreft andere giftige chemicaliën beter vanaf dan de Zeeuwse soortgenootjes.
De resultaten staan niet in het onlangs gepubliceerde PFAS-onderzoek maar wel in een Hoofdlijnenrapport over probleemstoffen. Daarin staat bijvoorbeeld dat concentraties polychloorbifenyl (pcb), tributyltin (tbt) en cadmium eveneens hoger waren in de Westerschelde dan in de Waddenzee. Anderzijds: de zware metalen kwik en arseen kwamen op beide plekken in vergelijkbare concentraties voor.
Bronnen
Doms, B., & E. Hilhorst. (2024). Publieksonderzoek PFAS (Rapportnummer 2024/187). Ipsos I&O.
Sait, S. T. L., Rinø, S. F., Gonzalez, S. V., Pastukhov, M. V., Poletaeva, V. I., Farkas, J., Jenssen, B. M., Ciesielski, T. M., & Asimakopoulos, A. G. (2023). Occurrence and tissue distribution of 33 legacy and novel per- and polyfluoroalkyl substances (PFASs) in Baikal seals (Phoca sibirica). Science of The Total Environment, 889.
Van den Heuvel-Greve, M. J., Schotanus, J., Kotterman, M. J. J., Kwadijk, C. J. A. F., Brasseur, S. M. J. M., Leopold, M., van Zwol, J., van den Ende, D., Cornelisse, S. A., de Froe, E., & Foekema, E. M. (2026). Exposure and magnification of PFAS in a temperate estuarine food web, including top predators. Marine Pollution Bulletin, 224.
Van den Heuvel-Greve, M., de Froe, E., Kotterman, M., Kwadijk, C., & Foekema, E. (2024). Hoofdlijnenrapport: Impact van probleemstoffen (incl. PFAS) op natuur in de Westerschelde. Wageningen University & Research.