Weinig voedsel? Dan is de kanoet weg. Bij vijf andere vogelsoorten ligt het ingewikkelder
Door: Wouter Hoving
Datum: 5 november 2026
De Waddenzee is een groot buffetrestaurant voor miljoenen trekvogels. Ze vinden tijdelijk rust en voedsel in het gebied voordat ze verder reizen naar hun noordelijke broedplaatsen of zuidelijke overwinteringsgebieden. Maar wat gebeurt er als er een jaar minder mosselen, kokkels en wadpieren zijn om de vogels voeden? Neemt het aantal vogels dan ook af?
Een nieuw onderzoek analyseert de relatie tussen aantallen vogels en de voedselbronnen uit de bodem van de Waddenzee. Dat is belangrijk, omdat je daarmee beter kunt motiveren welke maatregelen nodig zijn om trekvogels te ondersteunen. Zeker in een gebied onderhevig aan klimaatverandering en menselijke bedrijvigheid.
Voor hun onderzoek keken NIOZ-wetenschappers naar de aanwezigheid van zes soorten steltlopers tussen de jaren 2008 en 2023: de scholekster en kanoet (die vooral schelpdieren eten), de zilverplevier en rosse grutto (die vooral wormen eten) en de wulp en bonte strandloper (met een gemengd dieet). De vogels werden maandelijks geteld vanuit vogelorganisatie Sovon. Daaruit bleek dat het aantal wulpen en scholeksters in die jaren is afgenomen. De zilverplevier en de bonte strandloper waren toegenomen, terwijl de kanoeten rond 2013 piekten en daarna afnamen. De grutto’s lieten geen duidelijke trend zien in aantallen.
Om te bepalen welke rol de voedselaanwezigheid speelde, bepaalden onderzoekers per soort de primaire voedselbron, zoals de zeepier, zager, kokkel, garnaal, mossel, het nonnetje of het wadslakje. De aanwezigheid van die soorten in de wadbodem stelden de biologen vast door zo’n 60.000 grondmonsters te bestuderen uit de periode 2008-2023.
Duidelijke link
Wat bleek? Alleen de aantallen kanoeten correspondeerden duidelijk met de beschikbaarheid van het primaire voedsel. Bij de andere vijf soorten, was er geen duidelijk verband. Zo nam de wulp af, terwijl het aantal strandgapers – waar de vogel gek op is – toenam. Hetzelfde geldt voor kokkels, een favoriete prooi van de scholekster.
Dat kanoeten reageren op voedselaanwezigheid, was al wel bekend. Kanoeten vertrekken uit de Waddenzee als er niet genoeg is, zoals onderzoekers in 2009 al bij het getijdebekken Vlie (tussen Vlieland en Terschelling) constateerden. Volgens de onderzoekers doet de kanoet aan ‘resource tracking’: de populatie verspreidt zich over meerdere gebieden om genoeg voedsel te kunnen vinden. Gezenderde kanoeten blijken in de winter regelmatig in grote aantallen op onverwachte momenten uit de Waddenzee te vertrekken naar andere locaties in Europa op zoek naar voedsel. Met name individuen die graag prooien van ‘hoge kwaliteit’ snavelen, vertrekken sneller uit het Waddengebied.
Andere vogels
Maar waarom reageren de andere populatiegroottes van vogels dan niet zo duidelijk op de aanwezigheid van hun primaire voedsel in de Waddenzee? De onderzoekers doen suggesties.
Volgens hen vertellen de genomen grondmonsters maar een deel van een zeer complex verhaal. Ook al zitten er genoeg smakelijke diertjes in de bodem, toch kunnen er allerlei redenen zijn waarom vogels die voedsellocaties links laten liggen. Ze kunnen bijvoorbeeld niet goed bij het voedsel komen, of er is op andere momenten in het jaar veel minder te vinden dan ten tijde van de monsterneming.
WadWeten
Onder de noemer WadWeten publiceren de Waddenacademie en de Leeuwarder Courant iedere maand een artikel over recent onderzoek op en rond de Wadden. Wetenschapsjournalisten Wouter Hoving en Rob van der Wal beschouwen verschillende kennisdisciplines, waaronder de biologie, geologie en cultuurhistorie. Deze WadWeten verscheen ook op de website van De Leeuwarder Courant.
Bovendien kan het zijn dat we nog onvoldoende kennis hebben over wat trekvogelsoorten het liefst eten. Het aanbod van bodemdieren in de Waddenzee is sterk aan verandering onderhevig. Mogelijk is in dit onderzoek van de verkeerde of verouderde primaire prooidieren uitgegaan.
Een meer inhoudelijke verklaring is dat de voedselbronnen in de Nederlandse Waddenzee simpelweg geen limiterende factor zijn. Andere factoren bepalen meer de aantallen vogels in het Waddengebied. ,,Daarbij kun je denken aan een verslechterde situatie in de arctische broedgebieden of aan de veranderde omstandigheden tijdens de vlucht en gebieden waar vogels van afhankelijk zijn”, verklaart ecoloog Roeland Bom van het NIOZ.
Het kan ook nog zo zijn dat de aanwezigheid van voedsel wel degelijk het aantal vogels limiteert, maar dat dit effect pas op lange termijn terug te zien is in de vogelpopulaties van de Waddenzee. Bom: ,,Op wat voor termijn is moeilijk te zeggen. We hebben zo’n verlaat effect nog niet binnen de onderzochte jaren kunnen ontdekken.”
Bron
Bom, R. A., Piersma, T., Ens, B. J., Kleefstra, R., & Bijleveld, A. I. (2026). Regional-scale responses of shorebird numbers to benthic food resources in the Dutch Wadden Sea: Contrasts between six species. Estuarine, Coastal and Shelf Science, 342, 110172.